Ik kijk in mijn agenda en zie dat het vandaag vijftien december is. Op de kop af twintig jaar geleden ging ik met mijn toenmalige aanstaande echtgenoot in ondertrouw. Dat feit doet me vreemd genoeg helemaal niets meer. Het feit dat we uitgerekend vijftien december als datum kozen wel. Op deze dag namelijk werd mijn oma, met wie ik een heel bijzondere band had, geboren. Ze woonde, samen met mijn opa, in hetzelfde huis als wij. Ik ben naar haar vernoemd. Mijn gelaatstrekken lijken veel op die van haar en ook wat karakter betreft waren er veel overeenkomsten tussen ons. Had ze nog geleefd, dan was ze vandaag 111 geworden. Glimlachend kijk ik naar een van de weinige foto’s die ik van haar heb. Ze kijkt er lichtelijk grimmig op, zo totaal in strijd met hoe ik me haar herinner. Mijn oma had een zonnig karakter, was een onverbeterlijke optimist en levensgenieter. Lichtelijk chaotisch was ze ook, herinner ik me. Dan had ze net de aardappels op gezet om tot de ontdekking te komen dat het zout op was. Op een holletje ging ze dan naar de plaatselijke kruidenier. Gegarandeerd kwam ze vervolgens een bekende tegen in het dorp en raakte daarmee aan de praat. De keren dat mijn opa aangebrande aardappels kreeg voorgezet, zijn niet meer op de vingers van een hand te tellen. Hij, nuchtere Achterhoeker, riep altijd: ‘Ik proef er niks van!’

Ze lachte veel en smakelijk, had graag mensen om zich heen en deed altijd haar best om er verzorgd uit te zien. Ze had een krultang, een vooroorlogse, die je nog in een gasvlam moest verwarmen. Ontelbare keren verhitte ze de tang te lang, zodat ze weer een pluk van haar lange witgrijze haren ruïneerde. Op zaterdagavond aten mijn broertje en ik vaak bij opa en oma. De hoofdgerechten herinner ik me niet meer. Het toetje was bijna altijd rode gelatinepudding, steevast door ons met gejuich begroet en door mijn broertje aangeduid als ‘bibbertjespudding’.

In haar laatste jaren liet haar gezondheid haar in de steek. Ze wist dat ze niet stokoud zou worden en ze genoot, ondanks haar verslechterende conditie, met volle teugen van het leven. En hoewel ik beslist van plan ben om wel stokoud te worden, wil ik dat doen op haar manier: met veel humor, warmte en vooral met volle teugen genietend. Daarom zal ik vanavond, als iedereen ligt te slapen, mijn wijntje meenemen naar het balkon en er daar, in de vrieskou, van genieten, knipogend naar de hemel.

Categorieën: Verhalen

Avalanche

Zit nooit om woorden verlegen. http://tekstfontein.com

8 reacties

SIMBA · 21 december 2009 op 08:02

Wedden dat ze terug-knipoogt!

Mien · 21 december 2009 op 08:05

Mooie omaodecolumn!

Mien

pally · 21 december 2009 op 12:35

Mooie ode aan je oma, Avalanche!Leuk, dat je zo’n bijzondere band met haar had.Ik denk dat ook met beide kleindochters te hebben.Ik hoop dat ze zich over veel jaren nog herinneren dat we samen een zelf gemaakt logeerlied schreven en zongen en verhalen verzonnen.
groet van Pally

Avalanche · 21 december 2009 op 14:10

Ik hoop dat je kleindochters nog heel lang van je mogen genieten, Pally en jij van hen!

LouisP · 21 december 2009 op 15:22

Avalanche,
lief met een mooi einde

louis

arta · 21 december 2009 op 16:14

Heel erg mooi geschreven!
🙂

KawaSutra · 23 december 2009 op 02:16

Kijk, dat vind ik nou zo knap. Verbrande aardappels en dan toch zeggen dat je er niks van proeft. Dat is nou liefde. Mag ik het recept?
Mooie column Avalanche!

Avalanche · 23 december 2009 op 09:48

Mijn opa en oma kenden het recept; mijn ouders ook. Helaas ben ik het kwijtgeraakt.

Geef een antwoord