Vliegenplaag

Omgeven door vrolijke kindergezichtjes, sta ik midden op de tafel, onder de parasol. Alle kinderen hebben een groot bord voor hun neus. Ongeduldig houden ze hun mes en vork in de aanslag, klaar om aan te vallen. De deur gaat open en onder luid gejuich wordt een enorme stapel pannenkoeken naar buiten gedragen en naast mij neer gezet. Ik ben tot aan de rand toe gevuld met donkerbruine, mierzoete stroop, die de kinderen met lepels vol over hun pannenkoeken laten lopen. Ik heb een goed leven! Niemand die me lastig valt en uitsluitend gezelschap dat mij op waarde weet te schatten.

Fazantenveren en vliegende tapijten

Er fietst een babyroze varken voorbij, met een felgeel kuikentje in het kinderzitje voorop. Nadat ik even met mijn ogen geknipperd heb, zie ik dat de roze varkenspootjes halverwege de knie overgaan in twee behaarde mannenbenen, gestoken in gympen. Onder het snaveltje van het kuiken, piept een kindermondje uit. Geboeid blijf ik, vanachter het raam van de woonkamer op de eerste verdieping, naar buiten kijken, ondertussen van mijn koffie genietend.

Samenwonen

Binnenkort trekt hij bij ons in en wij zien beiden uit naar zijn komst. Maar voor het zover is, moet er nog oneindig veel geregeld worden. Geldzaken moeten op orde, dus schuiven we bedragen van de ene naar de andere rekening, om te zorgen dat het financiële plaatje straks klopt. Er moet een verhuizer geregeld worden, maar dat wordt ons gelukkig uit handen genomen, zodat wij ons op zaken met een hogere prioriteit kunnen richten. Het scheppen van ruimte, bijvoorbeeld, zodat onze nieuwe huisgenoot zich straks thuis zal voelen.

Onrust

Terwijl ik de lange oprijlaan afrijd, het grint knerpend onder mijn autobanden, kijk ik nog even in mijn achteruitkijkspiegel. Ze zwaait en lacht een onechte lach, omdat ze zich allesbehalve op haar gemak voelt. Er zit iets in de lucht wat zij, noch ik grijpen kan. Mijn onrust en de hare reizen met me mee naar huis en zelfs de rustgevende muziek die mijn autoradio ten gehore brengt, kan daar niets aan veranderen. Voor me strekken zich een avond en nacht uit, die ik geheel naar eigen inzicht kan invullen. En eenmaal thuis besluit ik van dat feit te genieten. Vanavond bouw ik een feestje.

Blote voeten in de regen

Intens verlang ik naar een uitbundig schijnende zon. De wereld buiten is nu al zo lang wit en koud. Met de auto boodschappen doen is onmogelijk vanwege de gladheid en ook de fiets is geen veilige optie. Dus sjok ik om de paar dagen met een zware tas door de inmiddels spekglad geworden sneeuw. ‘Zon, warmte,’ zeurt mijn brein. En hoewel de zojuist ontvangen energierekening eigenlijk geen ruimte laat voor een tripje, ga ik toch op zoek naar iets zonnigs, voor straks, in de meivakantie.