Regenjas
Monc is mijn 15-jarige buurjongen. Hij staat met zijn voetbaltas in zijn handen wat bedremmeld kijkend bij mijn deur. ‘What’s up, Monc?,’ vraag ik naar buitenlopend.
‘Wij hebben geen leider,’ zucht hij. ‘Nu gaat het voetballen misschien niet door. Er zijn geen vrijwilligers die dat willen doen. Mijn vader werkt op zaterdag, dus die kan niet.’
‘Lullig, man,’ zeg ik.
Hij kijkt mij aan. Hoopvol. ‘Kun jij het voor een keertje doen?’
