Regenjas

Monc is mijn 15-jarige buurjongen. Hij staat met zijn voetbaltas in zijn handen wat bedremmeld kijkend bij mijn deur. ‘What’s up, Monc?,’ vraag ik naar buitenlopend.
‘Wij hebben geen leider,’ zucht hij. ‘Nu gaat het voetballen misschien niet door. Er zijn geen vrijwilligers die dat willen doen. Mijn vader werkt op zaterdag, dus die kan niet.’
‘Lullig, man,’ zeg ik.
Hij kijkt mij aan. Hoopvol. ‘Kun jij het voor een keertje doen?’

Wratje weghalen

Even naar de dokter. Wratje weghalen aan de binnenkant van mijn pols.Dat ding zit er al een paar jaar en van de poen die ik betaalde aan middeltjes om die wrat weg te krijgen had ik inmiddels met gemak een kleine boerderij kunnen aanschaffen. Of een jacht van dertig meter.

De regels

Relaxed loop ik bij de bank naar binnen. Langs elke muur een haag van , tot het plafond, reikende planten. Verder om de meter een televisiescherm met dezelfde zender. Olympische spelen. What else. Acht keer de hockeyvrouwen. Met één scherm is dat natuurlijk niet te behappen. Zal wel aan mij liggen.
Na vijf minuten tevergeefs wachten bij de receptie roep ik keihard VOLLUUUUK!!

Standje

Mijn compagnon, de vrijeradicaal Ab belt:
‘Wil je lachen?’
‘Hoezo?’
‘Moet je hier naartoe komen.’
En hij verbreekt de verbinding.
Even later loop ik de sportschool van Ab binnen. Naast zijn werk voor ons onderzoeksbureau doet hij dit er als “hobby” bij.

Hannie en Jannie

Net voor ik mijn onderzoeksbureau binnen wil lopen word ik begroet door twee dames. Allebei een jaar of vijfentwintig. Ze lijken sprekend op elkaar. Tweelingen. Geen twijfel mogelijk.
‘Dag meneer Paco, ik ben Hannie,’ zegt één van de dames.
‘En ik ben Jannie,’ zegt de ander.
‘Is het werkelijk??,’ vraag ik. Ik dacht echt dat ik alles al had meegemaakt.