Late jaarbevalling

Volkomen blank kijkt de koele januarilucht mij aan. Even koel kijk ik terug tussen de kale bomen door. Ik hou niet van verwachtingen en voorspellingen. Het beginnende jaar is als een jurk, per ongeluk door een postorderbedrijf op mijn adres bezorgd. Toch besluit ik hem te houden en in de kast te hangen tot ik zin krijg hem aan te passen. Ook in mijn achterhoofd blijft hij hangen. Licht intrigerend daagt hij me uit.

Dorpsdokter Koos

Bij de gezamenlijke huisartsenpraktijk heb ik een afspraak vanwege een onbeschoft lange, irritante verkoudheid. Het is een rond gebouw van bleke steen met roze en paarse raamkozijnen. Je wordt meteen bijna ziek van die kleuren als je het al niet bent, dus voor niks kom je nooit.
Achter twee opengeschoven glazen ramen zitten twee assistentes die een wollen maillot over hun dikke benen hebben. En heel korte rokjes. Uniform? Ze knikken vriendelijk en ik schuif in de natuurlijk ook ronde kring op een van de lichtgele stoelen.

Tussendagensyndroom

Het begint al te zeuren aan het eind van de tweede kerstdag als een lichte spierpijn in mijn voorhoofd. Om een dag later – we noemden dat vroeger derde kerstdag – in volle hevigheid los te barsten. Het niet-gevoel. Opstaan en lang de krant lezen waar weinig in staat, onderwijl kauwend op een zacht stuk uit elkaar gevallen stol met mierzoete spijs. Die je eigenlijk niet meer kan zien, maar ook niet aan de vogels gunt. De thee is te lauw en te sterk.

Creatief rouwen

Ze wijst verontschuldigend, maar ook wat lacherig, naar een vierkante rieten mand op de vloer. ’Daar zitten de condoleance brieven in. We zeggen tegen elkaar als er weer een aantal binnenkomen: gooi maar even in de ‘grafbak ‘, dan lezen we ze straks wel’. Moe en breekbaar is het gezicht van de vriendin die onverwacht weduwe is geworden. Maar humor gloort een ogenblik door het verdriet heen.

Verknipt!

Gevoel van plankenkoorts trekt door me heen alsof ik een redevoering moet houden voor een groot publiek, een sollicitatie gesprek aangaan, waarbij veel op het spel staat, of naar de tandarts voor een kroon. Ben telkens geneigd om laf de telefoon te pakken en het nummer in te toetsen met de mededeling: Ik heb griep, bel binnenkort wel weer voor een nieuwe afspraak. Toch maar niet? Of maar wel? Een ramp is het voor mij: een afspraak bij de kapper.