Een kindermeisje, Trijntje, komt overdag mijn moeder bijstaan met onze verzorging. Een dorpse meid met een breed gezicht en rode wangen, maar bovendien voorzien van een stevig Utrechts accent. Wij vinden het erg grappig, dat platte praten van haar. Mijn vader ook.
Hij vraagt iedere avond als we klaar zijn met eten: ‘Heb je genoeg gegeten, Trijntje, of wil je nog wat?’
En dan antwoordt ze steevast: ‘Nee, meneer, ik ben zaat’.
Een heerlijke zin om te imiteren, als ze naar huis is. We maken er een springtouwliedje van. ‘Ik ben zaat, zaat, zaahat’. Maar we mogen het niet zingen als ze erbij is. Snappen we zelf al.
Als Trijntje om een voor ons onbekende reden vertrokken is, komt Gré, de werkster, in haar plaats. Zij zorgt niet voor ons, maar poetst het huis. Erg spraakzaam is ze niet, maar wel vriendelijk. Nee dan Jan, haar man. Die vinden we superinteressant. Hij heeft namelijk maar één oor. Aan de linkerkant zit alleen een gaatje. Onze ogen worden er naar toe getrokken. We wachten altijd met spanning tot hij uit beleefdheid zijn eeuwige alpinopet afzet als hij Gré komt ophalen. Dorientje, ons zusje van vijf, dat eerst heel lang gebiologeerd naar het oorgat heeft staan staren, vraagt gewoon: Waarom heb jij maar één oor, Jan?’

Jan gaat uitgebreid op een keukenstoel zitten, de ‘pino’ verfrommelend in zijn handen. ‘Toen ik nog klein was, net zo oud als Adje, ongeveer acht, heeft een gevaarlijke hond mijn oor d’r in één hap afgebeten, dat ging zo….’. Ik voel meteen aan mijn oren. Hij wil waarschijnlijk heerlijk gruwelijke details gaan vertellen, en wij kijken de woorden bijna uit zijn mond, maar mijn moeder brengt hem snel een kop koffie en zegt dat wij nu meteen buiten moeten gaan spelen, want anders kan Gré het dweilen niet afmaken en op tijd naar huis.
Buiten, zittend in het grind onder de heg, praten we er nog met elkaar over door. Griezelig, die Jan zonder oor. En spannend. We gaan het hem gewoon nog een keer vragen, als mama niet in de buurt is.

We moeten altijd buiten gaan spelen zodat we niet bij gesprekken met volwassenen zijn. Als we toevallig een keer onopgemerkt toch binnen zijn, zetten wij onze oren wijd open en missen geen lettergreep. Want wat je eigenlijk niet mag horen is altijd het interessantst. Zelfs als je het niet of maar half begrijpt. Dorientje schijnt er goed in te zijn. Volgens mijn moeder stopt ze met haar step op weg naar school om zogenaamd wat aan haar step te rommelen, zodat ze kan luisteren naar wat twee ‘grote mensen’ op straat met elkaar bepraten. ’Zij is net de loodgieter, die luistert naar het lek’, grinnikt mijn vader. Hij zegt ook dat zij een heel bijzondere opmerkingsgave heeft. Dat woord klinkt intrigerend, maar ik weet dan nog niet wat het betekent.
Dat ze slim is, weet ik wel. Als er een oom komt logeren, die op zaterdagmiddag met haar gaat wandelen, zegt ze een keer: ‘De winkels zijn dicht, oom Henk, maar de apotheek is wel open en daar verkopen ze dropjes’.
Mijn ouders kunnen erg om zulke dingen lachen en graag vertellen ze het aan iedereen die bij ons komt. Jammer, dat ook onze ‘grappige’ vergissingen en versprekingen jarenlang worden geciteerd en herhaald.

Als mijn vader zijn baan verliest, horen wij er alleen van dat hij iets weigert te doen wat niet door de wet is toegestaan. Gré en Jan met één oor verdwijnen voor altijd uit ons gezichtsveld.
Papa’s moeder, oma Bruuntje – naar haar hond genoemd – en tante Nely, zijn ongetrouwde zus, komen bij ons inwonen. De huishuur wordt daardoor wat verlicht.
Een naaister komt nieuwe winterjassen voor ons maken uit de oude van tante Nely. Ze doet dat met een ongelooflijke snelheid, maar knipt tot ons verdriet de schouders vierkant. We deuken ze in, op weg naar school, wat het aanzicht niet erg verbetert. Als Dorientje, in haar onschuld, op school verteld dat papa geen werk heeft, worden we woedend op haar. Alsof die achterlijke ingedeukte schouders al niet erg genoeg zijn.

Er komt in die periode een eindeloze rij familieleden van mijn moeder logeren in dat grote oude huis. Mijn twee zusjes en ik moeten ze ophalen van het station. De stationschef kent onze namen al. Urenlang staan we soms te wachten op het perron om een saai nichtje van zestien van de trein halen met haar even oude en minstens even lelijke verloofde of mama’s heeroom Ferdinand, een kloosterbroeder, die altijd dikke sigaren rookt en de as daarvan rondstrooit op zijn hele circuit. We vinden hem vies en imposant. Niet alleen die sigaar ruiken wij, maar daar doorheen ook zijn ongewassen pij en blote voeten in leren broedersandalen en wat er allemaal nog meer voor duisters onder die rokken zit.
Hij lacht hard en rochelend om alles en luistert nooit naar ons. We zijn erg opgelucht als we hem na een week weer op het perron kunnen uitzwaaien.

Al ruikt ons huis nog dagenlang naar broeder.

Categorieën: Verhalen

pally

Genieten van leven en mensen en natuur om mij heen. Schrijven als belangrijke drijfveer om te ordenen, te relativeren en te communiceren.

14 reacties

Meralixe · 29 april 2012 op 13:32

Mooi leesvoer op een sombere dag, eind april als het tien graden warmer zou kunnen zijn.

Ook mooi, het verhaal in het verhaal. Daar waar er in het eerste deel sprake is van een vorm van trots (dienstmeid en hulp in het huishouden) zien we in het tweede deel de bezuiniging en het gedrag om rond te komen.
Dit alles verteld vanuit de kinderogen…zeer kunstig!!!

Zo heb ik het althans ook gelezen.

LouisP · 29 april 2012 op 21:40

het leest goed, is interessant maar..
In de eerste en tweede alinea vallen de korte zinnetjes ertussen niet.
Voor een column, hier op cx vind ik er wat teveel namen in voorkomen. Alsof je gehaast bent om ze op te noemen.
Ik voel een hoog opsommingsgehalte. En en gevoel.
Had je niet beter wat minder mensen hier beschreven en die iets meer aandacht gegeven.

L

Ferrara · 29 april 2012 op 22:51

Ik vind het knap hoe je al die mensen zo goed op de rij zet en er nog iets over weet te vertellen ook. Zo hebben ze allemaal hun rol in dit verhaal. Het duurde wel lang voor ik de titel begreep, maar uiteindelijk komen we toch weer bij schoenen uit.

Mien · 29 april 2012 op 23:49

Sandalige column, Pally, foei … 😀

Mien (dol op [b][url=http://www.dinnerworld.be/upload/files/shop/1136362962/tuinbonen.jpg]paterstenen[/url][/b])

Libelle · 30 april 2012 op 10:09

Het stukje over Ferdinant vond ik verreweg het interessantst. Dat brengt me bij de kern; soms krijg ik het gevoel dat er wat karig wordt omgesprongen met pikanterieën en grofheden, omdat het toch vooral gezellig moet blijven. Je kruipt afwisselend in de huid van het kleine meisje en de volwassen vertelster. De volwassen vertelster mag wat verder gaan van mij.
Ach wat! Het is een prachtverhaal! De broederlucht wint het van de spruitjes.
Wat een kwaliteit!

arta · 30 april 2012 op 20:05

Ik kijk uit naar de dag dat jouw schoenverhalen, allemaal op jouw manier gesorteerd, achter elkaar, op papier te lezen zijn!
Een mooie weer, deze!

pally · 30 april 2012 op 22:18

Ik kan me grotendeels vinden in je kritiek, Louis.
Veel personen in een klein stukje, inderdaad. De korte tussenzinnetjes storen mij niet:ik hou daar wel van. Het blijft lastig columns en manuscript te combineren. Wel leerzame reacties! Bedankt,

Pally

pally · 30 april 2012 op 22:24

Ik denk niet dat ik het bewust gezellig houd, Libelle, met weinig grofheden en pikante details. Het is gewoon mijn stijl,vermoed ik. Toch iets om over na te denken.

groet van pally

embee · 1 mei 2012 op 19:54

Als vanouds :wave:

:kus: Embee

DreamOn · 2 mei 2012 op 23:22

Mooi.

Ooit ontmoette ik ook een man met maar één oor. Hij vertelde me, dat zijn oor was afgebeten door een bouvier en dat hij de nek van het beest heeft gebroken.
Zijn vrouw vertelde me later, dat hij zo geboren is. Maar dat is natuurlijk niet echt een stoer verhaal om te vertellen…
Ik denk, dat die Jan van jou ook met die afwijking geboren is! 😀

Harrie · 4 mei 2012 op 13:55

Een geurige en luchtige column Pally. Een beetje penetrant dat wel. :hammer:

pally · 4 mei 2012 op 16:02

Allemaal erg bedankt voor de reacties,

liefs, pally

lisa-marie · 7 mei 2012 op 11:35

al veel schoenverhalen gemist maar hoop ik niet te veel want stuk voor stuk vind ik ze mooi en ook beeldend en humoristisch en elke keer wordt ik er ook echt in mee genomen.
Ongemerkt zit er heel veel in.
Ik ga gauw de andere “schoenen”opzoeken.

Mien · 26 juni 2014 op 09:13

Ik hoop dat de redactie de reclame pingbackjes (lees: SPAM) onder de columns, die weer welig tieren op CX, snel een schop onder de kont geeft.
Zo ook de pingback hierboven: buy web 2.0 backlinks

Geef een antwoord