Uitelkaar

Er is zoveel beweging in mijn leven en toch sta ik stil.
Stil, met de sleutel in mijn hand van mijn eigen huisje.
De beslissing, woensdag, 26 januari 2005.
We gaan uit elkaar, na bijna negen jaar gaan we uit elkaar.
Ik kan en wil het niet geloven, maar ik moet wel.
We hebben een gesprek gehad met 2 dierbare mensen, die ons vanuit liefde, advies hebben gegeven.

Ik ben er vanaf

Ik droom het nu echt niet meer
Ik ben er vanaf
Het moment dat hij me pillen gaf
Ging ik overstag
De druk voelde ik, van de hele groep
De leider keek me aan, een gemene lach
Is alles wat ik zag

Stilte

Ik herinner me nog die avond. Je zat vol energie. Jij zocht naar gezelschap en ik zocht mijn sigaretten. Iedereen leek je te kennen en ik moest lachen om je slechte manieren. Ik vroeg je om niet zonder mij naar huis te gaan en ik wachtte op je bij de deur. We zagen elkaar in slechtverlichte ruimtes en we vonden elkaar in bed. We luisterden naar de vier jaargetijden met het stof op onze oogleden. We spraken in dezelfde taal, synchroon en vertrouwd.

Dichterbij

Ik ben betoverd door de leegte. Het donker verduisterd mijn licht. Ik ben moe van het ademen. Moe van de leegte en moe van het licht. Ijskoud valt de lucht over mijn nietszeggende lichaam.

Rouw

Wezenloos staar ik voor me uit. Een wereld van tien jaar gevangen in slechts een handvol herinneringen. Ik struikel en val bij iedere stap die ik maak. Waarom blijf ik niet liggen? Waarom laat ik me niet vertrappen? Ik heb niets met de mensen om me heen. Ik ontleen nergens betekenis aan. Het enige dat nog waardevol voor me is zijn de voorwerpen, de mensen en de gedachten waar jij jezelf willoos bezit van hebt gemaakt. Maar je stem is dood en je ogen zijn leeg. Voorgoed en tijdloos in de koude, stille grond.