De laatste stuiptrekking van de spiegelreflex
Ik blader door een stapeltje reclamefolders. Digitale camera’s voor bijna weggeefprijzen en zelfs een betaalbare digitale spiegelreflex. Ik veeg het kwijl van mijn kin. Af en toe ben ik net een ekster.
Ik blader door een stapeltje reclamefolders. Digitale camera’s voor bijna weggeefprijzen en zelfs een betaalbare digitale spiegelreflex. Ik veeg het kwijl van mijn kin. Af en toe ben ik net een ekster.
Omdat in bed geen enkel standje me beviel, ben ik opgestaan. Niet omdat ik alleen was, maar ook omdat er op welke zijde ik ook lag, er telkens een neusgat vol snot liep. Ook ik heb recht op het griepvirus. Met twee kussens in mijn nek ging het nog, maar op mijn rug val ik weer niet slaap. In gedachten had ik al vier steengoeie columns geschreven. Tenminste het begin, want halverwege kwam telkens Balkenellende er in voor.
Diep binnenin
Ligt de kern van ons bestaan
De adem die ons drijft
Het brein dat ons leidt
Een hart dat blijft tikken
Een ziel die blijft verkwikken
Hokusai Bon is afgelopen. Gelukkig, zullen veel lezers van deze site denken, hoef ik dat in ieder geval niet meer over te slaan. Misschien zijn er een paar enkelingen die zo nu en dan nog eens in het verhaal doken om te zien hoever het al was.
Want eerlijk is eerlijk, deze site is niet bestemd voor vervolgverhalen. Hij is er voor korte, krachtige stukken, columns genoemd. En die mogen dan overal over gaan. Zo kom je vaak iemands belevenissen of mening tegen.
‘En nu?’ vroeg Connie
We zaten in de kamer. Connie las de krant, ik zat met een kladblok op schoot en maakte aantekeningen voor de plot van het drama wat ik wilde schrijven. Het ging lukken, ik voelde het. Alles was nu achter de rug. Meer kon er niet gebeuren. Buiten liet de zon zien hoeveel we aan de tuin achter ons huis moesten doen.
‘We blijven,’ zei ik.