In de Intercity smst ze Suzanne: ‘ben onderweg, geen vertraging. Zie je zo! Eline’. Al snel krijgt ze een berichtje terug. Suzanne is al op het station en zit aan de koffie. In Amsterdam blijkt haar vriendin een route te hebben geprint voor een wandeling. Eline had daar helemaal niet aan gedacht, maar vindt het wel een goed idee om samen te gaan wandelen. Ze nemen snel de metro die hen uit de binnenstad, naar het startpunt van de wandelroute voert. Het eerste stuk van de route is saai, ze lopen buiten de stad over een lange rechte weg, parallel aan het spoor. Op gegeven moment gaat de route het spoor over en passeren ze een restaurant. Eline zegt tegen Suzanne dat ze naar de wc moet. Ze gaat het lege restaurant binnen. De toiletten zijn vooraan, aan haar linkerhand. Snel gaat ze zitten en pakt haar mobiel, surft naar jan_pics.nl. Het is een gewoonte geworden. Hoe vaak heeft ze al niet gekeken? Eline bekijkt de foto’s die ze ondertussen kan dromen. Snel sluit ze de website af en spoelt dan door.

Buiten op de stoep staat Suzanne te wachten.
‘En, had Jan een nieuwe foto?’
‘Hoezo?’ probeert Eline snel. Maar Suzanne laat zich niet van de wijs brengen. Eline geeft het meteen op. Van jongs af aan vertellen mensen haar al dat je zo duidelijk aan haar gezicht kan zien wanneer ze liegt. Meestal baalt ze dat ze er zo slecht in is. Maar nu niet, ze kon eigenlijk al niet wachten om het over Jan te hebben met haar beste vriendin.

‘Ja, ik kijk best veel.’ Terwijl ze het zegt komt er een glimlach op haar mond waar ze zich meteen bewust van is maar die ze toch niet weggedrukt krijgt.
‘Uhuh…’, is het veelbetekenende en ongedurige antwoord van Suzanne.
‘Ik heb wel het idee dat hij mij leuk vindt, omdat hij dat briefje onder mijn ruitenwisser had gestoken. Maar ja, wat moet ik daarmee?’
‘Vind je hem leuk?’ vraagt Suzanne.
Eline denkt aan gisteren, toen ze bijna de hele dag aan haar laptop zat geplakt. ‘Het is spannend en natuurlijk streelt het me. Maar tegelijk vind ik het eng en weet ik niet wat ik ermee wil. Ik bedoel, hij heeft wel een vriendin. Of vrouw. Partner.’
‘Dat wil voor dat soort mannen toch niets zeggen.’
‘Hoe bedoel je, dat soort mannen?’ vraagt Eline direct, met een gespannen toon die Suzanne niet ontgaat.
‘Ik bedoel’, zegt Suzanne rustig, terwijl ze zorgvuldig haar woorden kiest omdat ze niet wil dat Eline haar verkeerd begrijpt, ‘dat Jan het type man is dat erg snel erg enthousiast kan worden over iets of iemand. In korte tijd. En daar is niets mis mee. Ik las laatst nog in de krant dat flirten en verliefdheid heel gezond zijn, het geeft energie. We zouden er wat minder krampachtig mee om moeten gaan. Het doet een mens goed.’
‘Die energie en dat leuke dat voel ik. Maar tegelijk ben ik voorzichtig, ik ken mezelf. Suus jij weet dat toch ook. Als ik écht verliefd word, dan is het geen spelletje meer. Dan doet een teleurstelling pijn. Dat wil ik niet. Dat is dan misschien niet echt leven, jij hebt me dat eens gezegd, dat herinner ik me nog goed, jij vond dat ik alles langs me af liet glijden, me verdoofd hield. Maar ik was aan het overleven. Ik wou aan mezelf bewijzen dat ik dat kon. En eigenlijk ben ik mezelf niet tegen gevallen. Nu is er misschien ruimte, ik weet niet, alles loopt aardig, ik begin weer een beetje aan een man te denken. Maar wat als ik stiekem verliefd op Jan zou worden?’

Eline hapt even naar lucht. Ze is plots kortademig. Niet omdat hun wandeltempo zo hoog ligt, maar omdat ze heel veel tegelijk wil zeggen. Snel vervolgt ze haar monoloog.
‘Stel dat ik hem in de Ardennen ’s nachts naar me toe had laten komen, daar was ik niet gemakkelijk overheen gestapt. Fluitend verder gegaan. Nee, dat was voor mij veel meer geweest. Hoe doen andere mensen dat eigenlijk, vraag ik me af. Die vrouw van hem, ik denk best veel aan haar. In de Ardennen heb ik helemaal niet op haar gelet. Al mijn aandacht ging naar Jan. In het begin omdat ik me zo aan hem irriteerde. Later veranderde dat. Hij is complexer dan ik dacht, dat maakt me nieuwsgierig. Eigenlijk nu nog steeds. Dat artistieke, creatieve aan hem dat vind ik aantrekkelijk. En die levensenergie, zo positief. Zo ben ik helemaal niet. Ik ben meer op mezelf, ben al blij dat ik één heel goede vriendin heb.’
Terwijl ze dit zegt pakt Eline Suzanne even bij de arm. Vreemd genoeg voelt ze een brok in haar keel. Ze meent het, ze is ontzettend blij met hun vriendschap.

‘Misschien kan ik het je makkelijker maken’, zegt Suzanne. ‘Ik heb hem gisteravond gevonden op internet en heb zijn telefoonnummer voor je.’ Suzanne haalt haar mobiel uit haar rugzak en laat een stomverbaasde Eline een nummer zien. ‘Zet maar in je mobiel. Wie weet, komt het een keer van pas.’
‘Suus! Hoe kan dat nou? Hoe kom jij daaraan?’
‘Hallo, ik ben niet voor niets een journaliste. Ik heb zijn website ook bekeken en ik wist dat hij Jan heette. Kwestie van wat research.’
‘Nee, dat kan niet. Er lopen wel miljoenen Jannen op deze wereld. En jij kunt hem zo vinden?’
‘Wacht’, zegt Suzanne, terwijl ze met haar mobiel op internet gaat. ‘Dit is ‘m of niet?’
Eline kijkt op het kleine scherm. Jan der Kinderen leest ze, architect in Amsterdam. Dus hij woont ook in Amsterdam? Suzanne scrollt het scherm naar beneden en daar staat hij. Breed lachend in de camera. Ja, dat is ‘m. Geen twijfel mogelijk.
‘Hij is architect en zit zo’n beetje op ieder social network dat maar bestaat. Hij twittert, is actief op Facebook, LinkedIn, noem maar op. Een echte netwerker.
Beduusd pakt Eline haar mobiel en zet er het nummer van Jan in. Ze neemt zich voor het nooit te gebruiken. ‘Het is waarschijnlijk het nummer van zijn werkmobiel, maar daar zal hij ook wel opnemen’, zegt Suzanne.

Ze zijn zo verzeild in hun gesprek dat ze het wildrooster en de waarschuwingsbordjes voor loslopend wild ongezien passeren.


9 reacties

SIMBA · 23 augustus 2012 op 07:36

Oei, loslopend wild! Ik heb zo’n vaag vermoeden dat het nu autobiografisch gaat worden 😉

Libelle · 23 augustus 2012 op 08:13

Ik ook.

Yfs · 23 augustus 2012 op 09:46

Een deel van Eline aantreffen op de hoofdpagina is bijna als een kind iets van de Sint ontdekken in je schoen!

Het zou te voorspelbaar geweest zijn als ze Jan meteen al op het Centraal Station was tegengekomen in A’dam natuurlijk! Zucht.

[quote]Ze neemt zich voor het nooit te gebruiken[/quote]
En dan een vriendin die meteen daar bovenop suggereert dat hij op dit nummer vast wel op zal nemen.

Ik zet vanavond mijn schoen weer klaar!!

:wave:

Gerardinho · 23 augustus 2012 op 10:43

Vol verwachting klopt mijn hart… deel 8 is waar ik op wacht….

Meralixe · 23 augustus 2012 op 12:24

Zucht…wat heeft die Jan dat ik niet heb? :eh:

pally · 23 augustus 2012 op 18:51

Spannend , Syl, een gewone player, die Jan of hopeloos verliefd gevallen? En nu nog een wilde koe, ach, ik kijk uit naar weer een deel. Ik verdenk de CX-ers er van expres niks in te sturen zodat het niet te lang duurt… 😀

groet van pally

Harrie · 24 augustus 2012 op 09:26

Ik heb het gevoel dat binnen afzienbare tijd de koe in dit verhaal bij de horens gevat wordt.

arta · 25 augustus 2012 op 12:41

Sylvia, ik lees jouw vervolgverhaal – gebrek aan tijd- met een aantal delen tegelijk.

Alle ingrediënten zijn aanwezig voor een boek.
Ik volg je in hink-stap-sprong.

sylvia1 · 25 augustus 2012 op 12:45

Het is zó leuk om de reacties te lezen. Deel 8 is goedgekeurd dus zal niet lang meer duren. Bedankt!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder