Als ik zo om mij heen kijk zie ik mensen van alles, op een inhalige manier, bijeen schrapen. Om maar zoveel mogelijk te ‘hebben’. Maar waarvoor? Je doodskleed heeft immers geen zakken? Toch lopen mensen, door deze hebberigheid, over andere mensen heen. Zoals bij jullie bekent droom ik vaak de raarste dromen, zeker als ik zwaar getafeld heb. Over hebberigheid en bezitterigheid. Daar wil ik het nu eens over hebben.

Ergens, jaren geleden liep ik verdwaasd dwalend rond. Geen idee waar ik was of waar ik heen moest. Vaag komt in mijn herinnering de aanblik van bergen naar boven, met een besneeuwd landschap. Kou en gure wind met sneeuwvlagen deden mij schuilen tussen de rotsen. Door het huilen van de wind heen meende ik stemmen te horen, en muziek? Is dit dan het moment dat ik dood ga en hemelse engelen hoor zingen, afwachtend van mijn komst?

Nee, ik leef en blijf leven. Ik struikel een rotsspleet in en zie licht, en hoor stemmen. Er lopen mensen en kinderen. Ik zie mensen bewegen en lachen; kinderen spelen in het gras. Zij spelen met glinsterende gele brokken. Als ik goed kijk lijken het wel goudklompjes.

Elk huisje is voorzien van een tuintje, met gelukkige mensen. Haat, nijd en afgunst herken ik hier niet. Ik wordt aangesproken door een man, hij vraagt mij wie ik ben. Lamgeslagen sta ik hem aan te kijken, ik weet het niet. Hij glimlacht naar mij. Kom mee zegt hij, dan stel ik je thuis voor aan mijn familie. Onderweg zie ik een parkje met kleine bosjes met aan de uiteinden briefjes die op geld lijken. Geldbomen? Als een bezetene pluk ik dat geld en steek het in mijn zakken, afgeladen loop ik achter mijn gids aan. Hij lacht alleen maar en loopt gestaag door, pakken doet hij echter niets; hij laat alles voor wat het is.

Ik zie edelstenen, goudklompjes en geld. Het ligt zomaar langs het pad dat wij volgen. Niemand lijkt zich er om te bekommeren, het lijkt voor de ingezetene geen waarde te hebben. Vreemde wereld waarin ik mij nu bevind.

Bij mijn gids thuis wordt ik onthaald door een vriendelijke vrouw die mij direct op mijn gemak stelt en iets te drinken aanbied. Als ik zo om mij heen kijk dan ervaar ik rust, vertrouwen en vooral tevredenheid; een hemels gevoel. Ik wordt uitgenodigd aan tafel en zie de heerlijkste dingen staan en het ruikt alsof ik in een 5 sterren restaurant zit. Er staan zachte zoet gekleurde groene servetten op tafel, met initialen. Zelf gemaakt, zegt de vrouw.

Het huisgezin werkt alsof het robotten zijn, er worden geen opdrachten geschreeuwd of taken ingedeeld nee, ieder doet wat ieder moet doen, of het geprogrammeerd is. Kinderen en ouderen doen wat er gedaan moet worden zonder dat het aangestuurd wordt; alles loopt als een trein.

Alles kan en mag hier. Zelfs als ik aangeef om terug te willen, wordt mij geen strobreed in de weg gelegd. Hier hoef ik niets, ik hoef niets te bewijzen of zelfs maar mijn gedachten te verdedigen. Met mijn zakken vol geld en goudklompjes neem ik afscheid van de familie en ga op pad. Gniffelend nader ik de uitgang.

Dat ik de uitgang nader weet ik omdat het steeds kouder wordt, en guur. Een koude vrieswind slaat in mijn gezicht: ik sta weer buiten. Mopperend, tegen de kou, loop ik het bergpad af. Ik volg het onbekende bergpad en het wordt kouder en kouder. Als ik het niet meer uit kan houden van de kou overweeg ik om terug te keren naar waar ik vandaan kom en draai mij om.

Dezelfde weg klauter ik terug, terug naar die rotsspleet. Maar er is geen doorgang meer, niets; ik vind de ingang niet. Ik hoor geen stemmen en zie ook geen licht. Alleen die gure vrieswind hoor ik rond de rotswanden huilen. Huilend van ergernis voel ik in mijn zakken of alles er nog inzit. Ik graai in iets zachts en haal mijn hand uit mijn zak. Een hand vol stof zie ik en enkele maden maar geen geld of klompjes goud. Heb ik dit dan gedroomd?

Teleurgesteld loop ik het bergpad af, de kou trotserend; terug naar waar ik eigenlijk vandaan kom. Ineens zie ik een lichtgroene kleur uit de sneeuw steken. Ik buk en pak met twee handen voorzichtig de sneeuw op met daarin dat groene voorwerp. Als ik de sneeuw weghaal ligt er een zacht zoet gekleurd servet in mijn handen. De initialen herken ik.
Na een dagen durende barre voettocht zit ik thuis voor mijn raam en denk terug aan dit avontuur. Hiermee heb ik geleerd dat je niet alles in veelvoud moet willen hebben maar je gelukkig moet prijzen met de kleine dingen des levens zoals geluk, vertrouwen en waardering voor elkaar. Pas als je dat hebt bereikt, dan is er geen weg meer terug. Dan moet je koesteren wat je hebt.

Op mijn schoorsteen staat de servethouder met daarin het zoete groengekleurde servet met de onbekende initialen. Elke keer als ik daar naar kijk wordt ik overmand door emoties en wil ik terug naar die fantastische wereld, daar in dat koude berggebied. Maar er is geen weg terug; eigen schuld. Ik wilde met de daar verworven rijkdommen mijn voordeel doen in mijn wereld in plaats van de dingen te waarderen naar wat zij zijn en waar zij horen te zijn.

Was dit een droom of mocht ik heel even een blik werpen in het hiernamaals?

Categorieën: Verhalen

11 reacties

Avatar

lagarto · 7 september 2007 op 07:22

Een droom, Peter. Het was een mooie droom. Tafel & drink nog eens?

Proost Lagarto

Avatar

arta · 7 september 2007 op 08:11

Mooi geschreven, Prlwyt!
Het is echt een column die ik straks nog eens moet lezen!
🙂

Avatar

SIMBA · 7 september 2007 op 08:32

Een verhaal met een moraal, erg mooi!

Avatar

lisa-marie · 7 september 2007 op 09:08

Prachtig geschreven met treffende zinnen . Deze sprak mij aan:
[quote]Je doodskleed heeft immers geen zakken? [/quote]

Avatar

pally · 7 september 2007 op 10:05

Jij droomt sprookjes met een moraal, Prlwt.
Ben je misschien godsdienstig opgevoed?
Maar zwaar tafelen levert bij jou in elk geval meer op dan maagpijn.
Mooi geschreven,

groet van Pally

Avatar

Dees · 7 september 2007 op 10:40

Prachtig!

Laat je intro een volgende keer net zo lief maar achterwege, je verhaal behoeft geen enkele verontschuldiging of rechtvaardiging. Je hoeft zelfs niet te melden dat het een droom is. Het verhaal van de droom zelf staat als een huis.

Ben jaloers op je droomcapaciteit!

Avatar

FatTree · 7 september 2007 op 12:44

Een erg mooi verhaal met een duidelijk moraal. Schrijf je ook weleens iets wat niet heel goed is?

Avatar

Li · 7 september 2007 op 21:20

[quote]Elke keer als ik daar naar kijk wordt ik overmand door emoties en wil ik terug naar die fantastische wereld, daar in dat koude berggebied[/quote]

Een koud gebied dat liefde en warmte verbergt. Heel mooi geschreven!

Li

Avatar

KawaSutra · 8 september 2007 op 02:29

Dees onderschrijvend geniet ik nog na van die prachtige droom.

Avatar

klapdoos · 8 september 2007 op 14:24

Een mooie droom. Dus lekker veel tafelen maar, krijgen wij nog meer mooie dromen voorgeschoteld. Heb genoten van je verhaal, en misschien mocht je even van boven naar binnen kijken, maar moest je terug…..
groet van leny

Avatar

Prlwytskovsky · 8 september 2007 op 17:36

Allemaal hartstikke bedankt voor de mij zo gewaardeerde reacties.

@Klapdoos: je heppum door.

@FatTree: Zelfs meer dan ‘iets’! Maar OBK! (Oefening Baart Kunst) 😉

Geef een antwoord