Melissa barst meteen los: ‘Ik kan er niks aan doen dat ik zo vaak niet op school ben, Juf, het is daar bij Angela allemaal zo raar, haar moeder ligt heel dikwijls in bed en ze hebben wel zes kinderen. De jongste is twee en daar pas ik heel dikwijls op, anders doet niemand het.
Haar moeder is alweer zwanger en ze heeft een nieuwe vriend, die is wel aardig tegen mij. Maar ze maken heel veel ruzie’. En als ze in bed liggen moet ik er langs naar mijn slaapkamer en ik heb geen zin om naar hun te kijken. Alle kinderen daar hebben een andere vader! Zo wil ik het later niet hoor!’
Ik schrik behoorlijk van haar verhaal en zeg dat ook.
‘Hoe vaak ga je naar huis?’ vraag ik.
‘Meestal in het weekend, maar soms niet’.
‘ Heb je hier iets over aan je moeder verteld?’
‘Nee, ik kijk wel uit, dan mag ik daar niet blijven!’
‘Zou het niet beter zijn als je bij je ouders gaat wonen op de camping, misschien kan je daar ook naar school, dit lijkt me niet goed voor je’.
‘Ja, maar hier heb ik mijn vriendinnen, juf, en ik wil ook liever niet naar een andere school’.
‘Melis’ zeg ik,’ hoe heet die camping? Ze noemt de naam en het dorp. Ik schrijf het op.
‘ Ik ga daar in het zwembad van die camping toevallig elke week zwemmen en ik wil je ouders opzoeken, dit gaat niet goed zo!’

De week erna als ik bij het adres van Melissa’s camping sta, besluit ik vóór het zwemmen langs te gaan.
Ik moet een paar keer op de bijna verlate camping vragen waar mensen met haar achternaam naam wonen.Veel leven is er niet, het ziet er triest uit, zo in de winter. Het is er grauw, zelfs het grind ziet er vuil uit.
Een bleke man in trainingspak brengt me langs een zwartgeblakerde plek, die nog een beetje smeult, naar een kleine caravan met beslagen ramen. ‘ Hier is het’.
In de deuropening, komt na twee keer kloppen een heel tengere vrouw in een te grote ochtendjas tevoorschijn, ik herken Melissa’s moeder van de ouderavonden. Ze lijkt gekrompen.
Ik mag meteen binnenkomen.

Binnen is het piepklein en het staat blauw van de sigarettenrook.
Ik zit amper of er staat al een kop koffie. Het valt me op dat Melissa’s moeder heel nerveus is,
Ze klappertandt voor zover mogelijk zonder gebit en ze kan haar handen en in te grote witte sokken gestoken voeten nauwelijks stilhouden.
Ik vraag eerst maar hoe het met haar gaat.
‘Een ramp is het’ mummelt ze wel drie keer
‘ Dat u uit uw huis moest’?
‘Ja, nee, onze mooie stacaravan is vannacht helemaal afgebrand, we konden onszelf maar net redden, we hebben niks meer en hij was net verbouwd! Deze kleine caravan mogen we van kennissen gebruiken, alles wat ik aan heb is geleend en mijn gebit is ook verbrand’. Ze kan niet ophouden met bibberen, hoewel het hier binnen bloedheet is.

Ondertussen komt een buurvrouw binnenvallen, ook in duster, zwaar geblondeerd en tanig bruin. In haar met veel goud beklede hand kleeft een sigaret.
Ik word voorgesteld als de juffrouw van Melissa.
Ze is hier duidelijk thuis, pakt koffie en komt erbij zitten.
Samen vertellen ze het verhaal over de brand van afgelopen nacht.
Ik luister geduldig en stik bijna in de rook, maar heb werkelijk te doen met deze vrouw.
Langzamerhand breng ik Melissa ter sprake, ervoor zorgend dat ik eerst veel positieve dingen over haar zeg. Het is ondanks alles ook een leuk en moedig kind.
Voorzichtig probeer ik te weten te komen, wat haar moeder weet over de situatie bij Angela thuis. Zij had al gemerkt dat het daar niet pluis was en maakte zich grote zorgen. De buurvrouw beaamde dat, zoals alles….

Langzamerhand durf ik dan heel duidelijk te zijn. Ik herhaal wat Melissa mij heeft verteld.
En eindig met te zeggen:‘Mevrouw B, als Melissa mijn dochter was liet ik haar daar geen dag langer’!
‘Zie je wel de juffrouw zegt het ook, het is niks daar!’ zegt ze tegen de buurvrouw wier armbanden rinkelen. Die schuift de duster voor de zoveelste keer dicht over haar te bruine benen.
Ze herhalen ze tegen elkaar nog een aantal keren in allerlei toonaarden dat het daar niks en ik doe mee voor de goede zaak.
Daarna de praktische vragen, waar is hier een middelbare school voor Melissa?

Met de belofte dat op te zoeken en zo snel mogelijk te bellen vertrek ik als een gerookte paling richting zwembad….


pally

Genieten van leven en mensen en natuur om mij heen. Schrijven als belangrijke drijfveer om te ordenen, te relativeren en te communiceren.

8 reacties

DriekOplopers · 29 januari 2007 op 21:14

Vol spanning wachten op de ontknoping dus…

Mooie sfeertekening, Pally!

Driek

Anne · 29 januari 2007 op 22:42

Dag Pally, dit is meer een verslag dan een verhaal, maar dat past ook wel bij wat er allemaal gebeurt. Ik lees het in ieder geval net zo makkelijk als je andere werken. Ik kan me voorstellen dat je voor deze stijl kiest. Ben benieuwd hoe het zich ontwikkelt.

Trukie · 29 januari 2007 op 22:42

Het is een heel bijzonder verhaal op een bijzondere manier verteld.
Ik ben benieuwd hoe een gerookte paling hier een smakelijk eind aan weet te breien.

SIMBA · 30 januari 2007 op 08:21

Sommige mensen hebben ook altijd pech!
Maar wij hebben dan weer geluk omdat Pally er een lekker verhaal van maakt. :lach:

arta · 30 januari 2007 op 10:42

Spannend!
Heerlijk geschreven, zoals altijd!
🙂

Bitchy · 30 januari 2007 op 16:10

Op de een of andere manier heeft de *triestheid* in het stuk me enorm geraakt. Realiteit misschien waarvoor ik af en toe het liefst voor wegduik!

Morgen het vervolg?? 😉

Dees · 30 januari 2007 op 18:10

Volgens mij ben jij een menselijke juf zonder oordelen en met tijd voor anderen geweest en dat alleen al maakt dit een mooi verhaal.

pepe · 31 januari 2007 op 20:34

Mooi hoe je dit trieste verhaal weer beeldend neer zet.
Binnenkort een boek van jou in mijn boekenkast?

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder