Ik ben al al een tijdje vaste keus in het straatelftal. Linksbuiten speel ik. Van nature ben ik rechts, maar juist daardoor maak ik verrassende passeerbewegingen naar binnen en bedien ik de grotere jongens van pasklare voorzetten bij het doel. Ik ben snel, en vermaard om mijn verraderlijke tempowisselingen.
Terwijl de zon nooit onder gaat spelen we eindeloze wedstrijden met maar één dwingende spelregel; ‘Drie corners is penantie’. En als we met te weinig zijn is er eentje vliegende kiep. We hebben nog nauwelijks last van de enkele passerende auto en gebruiken de stoepranden aan weerszijden van de straat als kaats om de tegenstander in de luren te leggen. Als er geen partijtje is, oefen ik op de blinde muur naast ons portiek en mik op de hoeken van het doel dat in ruwe streken met stoepkrijt op het oranje baksteen is gekalkt. Tot diep in de herfst in korte broek, en op volleybalschoenen van de Bata dender ik ’s middags over de trap van ons huis op de tweede verdieping naar beneden.
Naar buiten, gilt het in me, naar buiten. Zo gauw mogelijk naar de vrijheid van de straat. Maar het échte voetbal speelt zich af in het park, bij de club. En na lang soebatten mag ik.
De geur van nieuwe voetbalschoenen als het vloeipapier in de zwarte doos wordt opengevouwen. Het glanzende stugge leer, het straktrekken van de spierwitte veters, de eerste keer dat ik tijdens het passen de vloer van de winkel onder de noppen voel. Rood en zwart zijn de kleuren van mijn club en dus is mijn voetbalbroek zwart, het shirtje rood met zwarte bies en hebben mijn sokken, waarin -op aanraden van ‘de leider’- stevige scheendekkers worden geschoven, afwisselend rood/zwarte banen. De leider is een avond op bezoek geweest om mijn ouders voor te lichten over de regels van de club en mijn motivatie te testen. Ik kom erdoor.
Op donderdagavond wordt voor het eerst het gestencilde clubblad in de bus gedaan. Het kost even tijd om de codes te ontcijferen, maar ik begrijp dat VVP pupillen E7- dat ben ik- zaterdagochtend om kwart over tien thuis speelt. Tegen RAVA B6. Als goalgetter van de straatcompetie stel ik me veel voor van mijn debuut op het heilige gras. In mijn verbeelding zie ik me man na man passeren en met verwoestende afstandsschoten en kunstzinnige hakjes de meest onwaarschijnlijke doelpunten maken. Daarna wordt er vanaf de kant geklapt en gefloten en hangen medespelers juichend om me heen.
Het eerste wat me opvalt is de stank in de kleedkamer van het thuishonk. Een melange van zweet, te lang gedragen sokken, oud vocht en winderigheid. De jongens gillen en schelden, slaan elkaar met tassen en handdoeken. Voetbalschoenen met harde modderplakken en oud gras onder de zolen vliegen door de ruimte, er wordt hoog en schel gelachen, totdat de leider met barse stem de orde herstelt.
Hoewel nog pupil, zijn de jongens van RAVA B6 twee jaar ouder en groter dan wij. Ik zorg dat ik op links voortdurend aanspeelbaar ben, maar mijn teamgenoten ziet me niet staan en schoppen de bal telkens naar vriendjes in kansloze posities.
Dan krijg ik een bal die van de voet van een tegenstander is gesprongen. In de vlucht neem ik hem met de binnenkant van mijn voet mee en ijl op topsnelheid langs de lijn richting goal. Het veld ligt open, dit wordt ‘m. Plotseling slaan mijn benen onder me weg en land ik met een doffe klap op het harde droge gras. Ik schuif een meter door, en weet even niet wat me overkomen is. Ik ben getackled. Met geschramde knieën, een zeer hoofd en een omgeklapte duim mag ik van de leider naar de kant. Ik kan niet verder spelen. Maar er is meer dan de fysieke pijn, ik heb een gevoel dat ik nog niet ken maar dat ik veel later weet te benoemen als onluistering. Vernederd en wraakzuchtig ben ik, maar uitgeschakeld.
Na een mislukt kopduel in een uitwedstrijd, waar ik een lichte hersenschudding aan overhoud, een enkelblessure als gevolg van natrappen en een venijnige elleboogstoot in mijn ribben tijdens een jubileumtoernooi, staan mijn voetbalspullen een paar maanden later bij de zoekertjes in het clubblad. Ik ben niet gemaakt voor het échte voetbal.

12 reacties
LouisP · 1 maart 2010 op 00:46
Trawant,
Toevallig even geleden “De bal hield van Marco” gelezen…”Het échte voetbal” geeft mij hetzelfde gevoel bij het lezen.
Wat een geweldig stuk melancholie om te lezen. Ontroerend, grappig, subtiel…ik denk de mooiste die ik hier heb gelezen….
prachtige VEC
Louis
SIMBA · 1 maart 2010 op 07:58
Wow Trawant, wat een juweeltje! :wave:
pally · 1 maart 2010 op 12:12
Prachtig beschreven, dit verhaal,Trawant, waarin je met één klap van de kinderdroom in een totaal andere en wrede werkelijkheid wordt gezet.
Deze zin sprong er voor mij uit:
[quote]De geur van nieuwe voetbalschoenen als het vloeipapier in de zwarte doos wordt opengevouwen[/quote]
:wave:
groet van pally
Avalanche · 1 maart 2010 op 14:25
Waanzinnig mooi. Deze:
[quote]’Drie corners is penantie'[/quote]
nodigde uit om verder te lezen en ik heb ervan genoten.
arta · 1 maart 2010 op 15:43
Jaaaaaa, geweldig!
En hij staat al waar hij hoort: Een maand bovenaan!
(Wel jammer dat er, juist in dit stuk, drie foutjes in staan…)
trawant · 1 maart 2010 op 20:56
@ Arta. Ja, grrrrr 😕 ik zag het ook na publicatie vanochtend..En hoe het komt.. je hebt de tekst in je hoofd en je meent te lezen wat je denkt,, zoiets. Maar ik had natuurlijk even in Word naar de spellingscheck moeten gaan.. eigenwijs hè..heb je alle komma’s ’n keer goed (..?) krijg je dit weer.
Nou ja de inhoud telt toch nog even meer..
lisa-marie · 1 maart 2010 op 21:19
dat je zo over voetbal kan schrijven dat ik het kan proeven, petje af :wave:
arta · 1 maart 2010 op 21:49
Je hebt gelijk, Trawant, en de inhoud overstijgt het gezeur over taalfoutjes absoluut!!
[size=x-small][color=0066FF]maar ik kan het niet laten:-D[/color][/size]
Prlwytskovsky · 2 maart 2010 op 10:21
Die laatste regel ahahaaaa ….. schitterend.
Nee, voetbal is niks voor mij. Ik jas liever klaver.
Ma3anne · 2 maart 2010 op 23:49
[quote]Ik ben niet gemaakt voor het échte voetbal.[/quote]
Maar wel voor het échte schrijven.
Mooi verhaal weer. :wave:
Mien · 3 maart 2010 op 07:44
Ik ruik het groene gras en rottende herfstbladeren van het veldje naast de kerk.
Ik snuif aan het natte leer van een échte voetbal, niks niet van plastic.
Ik zie groenbruine slipsporen op mijn fout glimmende Adidasshort,direct naast de koninklijke driestreep.
IJverig poets ik met VIM de twee witte streepjes en het witte randje van mijn Quicks weer ultrawit.
Klaar voor het volgende partijtje.
Trawant. Knappe column. Sfeervol neergezet.
Brings back sweet memories.
Thanks!
Tip aan redactie:
Volgende maand deze spitse column een positie doorschuiven naar rechts!
Mien
Dees · 3 maart 2010 op 09:02
Hij is prachtig. Echt. Verder geen extra woorden voor.