Op mijn dooie akkertje kuier ik door het Schiedamse winkelcentrum aan de Zwaluwenlaan. Dat ik niet de enige ben met dit idee blijkt uit een wandelpad vol met sjokkende en schuifelende mensen. De chicane bij het groenteboertje is versperd met pratende mensen die zelfs zo nodig hun fiets mee moeten nemen in plaats van dat zij hun rijwiel in de doorgangen plaatsen; met moeite kun je er net langs. Een rijwiel, als uitdrukking, klinkt vele malen zachter als ‘een fiets’, toch? Verbaasd kijken de wegversperders(sters) mij aan, als ik mij al mopperend door hun blokkades heen wurm. Zelfs hier, in deze smalle passage, is sprake van filevorming; een menselijke wel te verstaan.
Rot op, ga ergens anders staan ouwehoeren, denk ik.

Maar niet getreurd, ik sla rechtsaf en kuier de doorgang in waar de heer Heijn zijn nering drijft en ook de Amro want bij hun flappentap moet ik even zijn. Altijd handig om een eurootje op zak te hebben vind ik, dus ik ruk er vijftien uit; meer een wanhoopsdaad dan dat ik dit verstandelijk kan beredeneren.

De hele week al loop ik met het idee rond om een paar lekkerbekkies te scoren bij de plaatselijke visboer, dus voeg ik nu de daad bij het woord en loop terug om bij de bloemenboer rechtsaf te slaan en via de horlogeboer bij de visboer uit te komen. Mijn verbazing wordt geschertst doordat er niemand in de zaak staat: ik ben de enige. Of de eerste of misschien wel de laatste? Wie zal het zeggen.

Een jongeling komt handenafvegend aangelopen en vraagt of hij mij kan helpen. Hij doet dit met een ontzettend geaffecteerde uitspraak. Lijkt mij wel handig als je mij wilt helpen want dan kom je nog eens van je ambulante handel af, pareerde ik. Wat mag het zijn, hete aardappelde hij door. Doe mij maar twee lekkerbekkies, zei ik. Die zal ik dan vers voor u bakken, zei hij en vroeg mij even geduld te hebben.

Een klein krom omaatje komt, gebukt leunend op een stok, de zaak binnen strompelen; haar rollator achter zich aan slepend. Waarom zou je eigenlijk een rollator voor je uit duwen en er op leunen? Nieuwsgierig snuffelt zij langs de vitrines en houdt stil bij de makrelen. Hete aardappel vraagt of hij haar kan helpen. Zijn deze makrelen vers, vraagt oma? Ja mevrouw, alles wat u hier ziet is vers. Hij verkoopt haar een makreel bijna zo dik als mijn onderarm.
Zij geeft zeker een feestje in de bejaardensoos, dacht ik?

Oma strompelt met haar aankoop de winkel uit en ik zeg tegen die hete aardappel: je had moeten zeggen dat die makrelen er al 4 weken liggen, hahaaaa geintje. Nee nee mijnheer, dat doen wij niet; wij moeten onze naam hoog houden en eerlijk antwoorden op de vragen van klanten. Pfffff … dat heb ik weer, een humorloze vispik.

Nou oké, als je dan eerlijke antwoorden geeft aan je klanten kun je mij dan vertellen waar de leefgebieden van lekkerbekkies zijn, waar worden die gevangen? De jongeling kijkt mij nu schaapachtig aan, hij is letterlijk uitgeluld. Dat zou ik zo niet weten mijnheer herriep hij zich, maar ik kan het voor u navragen stuntelde hij. Doe maar geen moeite zei ik en rekende af.

Ik wandel de winkel uit en loop naar de doorgang, langs de marskramer naar de parkeerplaats; maar die doorgang is nu rijkelijk voorzien van fietsen. Daarnet met die pratende mensen met fietsen wilde ik niets liever maar nu de fietsen massaal in de doorgang staan is er weinig ruimte voor een gehaaste passant als ik. Vrouwen met overbeladen boodschappentassen, alsof de recessie een stempel drukt op het aankomende weekend, proberen de tassen aan hun rijwiel te hangen. Ik hoor een hoop herrie en zie dat er een tas niet al te zachtjes van een fiets lazert, hartgrondig staat de vrouw te vloeken. Wat is dit nu voor een taal voor een dame, grap ik in het voorbijgaan maar ze reageert niet. Tenzij dit geen dame is?

Is dit contactarmoede van deze vrouw of gaat het dieper, naar een moeilijke jeugd of misschien zelfs zover terug naar die mislukte verkering met een vriend die destijds in een corsetterie werkte en daarbij zijn klanten onzedelijk betaste door hun op te meten wat op zich werd ervaren als een gewenste intimiteit?

Mijn lekkerbekkies smaken heerlijk, vers wit boterhammetje erbij en wegspoelen met een beker volle melk.

Goh, wat ben ik gezond bezig.


10 reacties

LouisP · 22 februari 2009 op 11:19

Dag P.

een hele mooie column. Niet te versmaden op een zondagochtend.

L.

maurick · 22 februari 2009 op 12:43

Leuke column, maar waarom geen aanhalingstekens?
Het leest wel erg lekker, maar de vis mag je houden. 😀

Mosje · 22 februari 2009 op 13:43

Ja Prezwalsky, je bent weer goed bezig.

pally · 22 februari 2009 op 14:50

Hij is lekker gewoon apart, op jouw manier, Prlwt!

groet van pally

Bitchy · 22 februari 2009 op 15:12

Met jou wil ik wel ff winkelen 😉

[quote]Pfffff … dat heb ik weer, een humorloze vispik.[/quote]

Dit wordt mijn scheldwoord voor 2009 😆

KawaSutra · 23 februari 2009 op 00:58

[quote]Mijn verbazing wordt geschertst doordat er niemand in de zaak staat: ik ben de enige. [/quote]
Kijk, dit is nu een leuke verschrijving. Het zal best een schertsvertoning zijn geweest maar volgens mij wordt in dit geval je verbazing geschetst.
Buiten dat geniet ik van je eerlijke manier van schrijven, recht toe recht aan, zoals je ongetwijfeld zelf ook bent. Een echte Prlwts!

SIMBA · 23 februari 2009 op 15:50

Ik krijg spontaan trek in een lekkerbekkie!

klapdoos · 23 februari 2009 op 22:34

Het is weer een om je vingers bij af te likken, net als bij vis…Genoten en graag gelezen Peet,
groet van leny :wave: :wave: :wave:

DriekOplopers · 23 februari 2009 op 23:33

Ik kijk met veel plezier naar Mevrouw Oplopers, en denk “Hmmm, lekker bekkie!”

Met plezier deze topcolumn gelezen. Medeklinkerowski ten voeten uit!

Mien · 24 februari 2009 op 08:34

Ben een stukje meegelopen op jouw markt, zware bevalling hier en daar.
De volgende keer zou ik met de Jeep gaan en gewoon breed parkeren.
Ik bleef wel even steken in 4x hete aardappels maar ja die liggen ook altijd dwars.

Leuke column verder.
Enne … de leefomgeving van lekkerbekkies is luilekkerland!!!

Mien houdt meer van paling

Geef een antwoord