‘Willem,’ zegt mijn vrouw: ‘ als je er niets aan doet vertrek ik.’
Het matras kreunt. Het dekbed bolt op. Als een fregatschip draait ze haar achtersteven naar me toe en valt prompt in slaap. Haar rug een vierkant van onverzettelijkheid. Ik trek mijn kamerjas aan en verdwijn in een kamer hiernaast waar mijn computer staat. Laatst ontdekte ik bij toeval op het internet een virtuele wachtkamer voor mensen met klachten als die van mij. Liesbeth is een lieve meid, maar sinds ze in de overgang is weet ik niet goed raad met haar. Ze wil van alles ondernemen. Op vakantie! Liefst een survivaltocht. Het nieuwste: zonder geld, onderdak of eten in Parijs rondzwerven, alleen om te kunnen voelen hoe het is om dakloos en berooid te zijn.
‘In godsnaam Liesbeth waarom? We hebben een prachtig huis. Ik verdien genoeg geld. Waarom wil je dat we als clochards onder een brug langs de Seine gaan slapen?’
‘Ik wil voelen dat ik leef!’ Antwoordde ze.
Dat woord ‘voelen’ komt steeds in haar vocabulaire terug en het blijft ook niet bij een survivaltocht alleen. Ik heb altijd gedacht dat als vrouwen in de overgang komen ze minder behoefte hebben aan dat… je weet wel. Helemaal fout! Vrouwen in de overgang zijn vulkanen die op punt van uitbarsten staan. Bereidt om in een allerlaatste eruptie je met een stroom hete lava mee te sleuren.

Nu wil het toeval, dat die behoefte bij mij flink aan het afnemen is. Natuurlijk, Liesbeth lijkt na drie kinderen en dertig jaar verder, ook in niets meer op het verlegen meisje, waar ik – smoorverliefd – het overal mee wilde doen. Het liefst buiten onder de blote hemel; op het balkon van haar flatje, in een duinpan, open plek in het bos, achter de kampeertent, in de stortregen na een zware onweersbui. Nog net niet tussen de spoorrails, maar wel in de berm ernaast.
Liesbeth verlangt, nu de kinderen de deur uit zijn, naar dat leven terug. Maar wat ik zeg, bij mij is de heftigheid er een beetje van af. Het wil niet meer zo lukken. Beetje slappe hap, als je begrijpt wat ik bedoel.

Een internet dokter weet veel en is minder privacy gevoelig. Ik moet er niet aan denken dat ik een collega tegenkom. Nu google ik alleen het woord ‘impotentie’ en hup, zit ik in de wachtkamer op het erectieplein te chatten met lotgenoten. Opvallend veel jonge mannen trouwens, die me suf lullen over te vroeg klaarkomen, ‘m niet rechtop kunnen houden en over de nare bijwerkingen van de pillen die ze slikken. De internet dokter heeft de wachtkamer wat opgevrolijkt. In een vitrine ligt een pomp; het hulpje in bed uit eerdere tijden. Aan de wanden, in aquarel en achter glas, afbeeldingen van wat hij allemaal met je snikkel kan doen. Het inbrengen van één-, twee-, ja zelfs driedelige implantaten met een resultaat wat bij mij de gedachte oproept: staan blijven kreng!

Ik ga denk toch liever naar Parijs.


Sagita

Het persoonlijke is politiek!

15 reacties

Meralixe · 9 mei 2012 op 18:48

Nu is de verhaallijn duidelijk van een overigens mooie omschrijving.
Doch een kleine opmerking, er zitten enkele kromme zinnen in die er waarschijnlijk niet zouden geweest zijn na grondig nalezen.
Er is ook wel een wezenlijk verschil tussen Nederlanders en Vlamingen en misschien zijn er zelfs bij de Nederlanders ook nog verschillen op te merken wat zinsbouw betreft maar bijvoorbeeld die laatste zin was toch wel niet in orde he.
Overigens, die alinea over waar men ‘het’ overal kan doen vond ik wel grappig. Tussen de rails van een trein….dat opent pas perspectieven!!! :hammer:

LouisP · 9 mei 2012 op 19:39

Mooi, ‘k had alleen wat moeite met de sprong naar impotentie. Ook speelt het voor mij een rol, detail hoor, dat de auteur zelf een vrouw is in een verhaal dat de ik een man is.

De eerste twee zinnen zijn echt heel erg sterk!
Het einde is wat minder.

Als een fregatschip draait ze haar achtersteven naar me toe en valt prompt in slaap.
Heeft ze echt alles gegeven en geprobeerd? Ook dat ene?

Sagita · 9 mei 2012 op 19:49

Klopt! Sowieso moet ‘bereid’ zonder t (mijn zwakke plek)is een voltooid deelwoord . Komma’s etc. ben ik ook niet erg goed in.Laatste zin – lastig ik heb geen zicht op mijn eigen stuk hier – Ik denk, dat ik toch liever naar Parijs ga!
Probleem is ook dat het verhaaltje voornamelijk uit denktaal van een personage bestaat. Mag je dat net als spreektaal letterlijk weergeven?
Bedankt voor je kritisch lezen!

arta · 9 mei 2012 op 21:55

Ik vond de laatste zin, ietwat onbeholpen, juist heel grappig!

Sagita, ik vind het superleuk dat je ColumnX aan het uitproberen bent. Wat mij betreft een aanwinst.

Ik vind dit verhaal gewoon goed geschreven, zeker fijner leesbaar dan jouw vorige hier!

Mien · 9 mei 2012 op 22:10

Goede column.
Nieuwsgierigmakende intro.
Geraffineerd taalgebruik met vleugjes humor.
Sterke afsluiter.
Niks meer aan doen.

Mien

Sagita · 10 mei 2012 op 01:17

:kus:

Sagita · 10 mei 2012 op 01:28

Ik schrijf als – [url=http://jips-snuffelhoek.blogspot.com/]Jip[/url] – columns voor de wijkkrant hier. Schrijven vanuit een andere identiteit bevrijdt mij als het ware van mezelf. Heerlijk!
Dank!

Sagita · 10 mei 2012 op 01:33

Mooi compliment van jou! 🙂

Fem · 10 mei 2012 op 06:37

Ja, juist die slotzin benadrukt wat mij betreft de spreektaal waarin het geschreven is en maakt het geheel af!

Die d’s en t’s zijn ook niet mijn sterkste punt hoor….

Leuk verhaal!

Meralixe · 10 mei 2012 op 08:12

“Ik ga, denk ik, toch liever naar Parijs” kan ook. :kus:

Libelle · 10 mei 2012 op 09:56

Verhalen zoals deze bevrijden mij onmiddellijk van elke lust om kritiek te willen leveren op punten en komma’s. “Parijs, ik kommer aan!”, had ook gemogen. Voor mij ben je genomineerd!

Ferrara · 10 mei 2012 op 12:26

“Staan blijven kreng”

Fier als de Eiffeltoren dacht ik. :naughty:

pally · 10 mei 2012 op 14:49

hij is goed, leuk en nuchter.

groet van pally

Harrie · 11 mei 2012 op 11:22

Leest lekker weg. Parijs, zucht, zo’n mooie stad.

Sagita · 12 mei 2012 op 17:51

En heb jullie niet eens bedankt voor al die leuke en waardevolle reacties. Bij deze dan! Kan nog net voor dat het van de frontpagina verdwijnt!

Geef een antwoord