Op school wil het niet lukken. Hij kan zich niet concentreren. Zijn hoofd zit vol gedachten, vragen en verlangen. Na het vijfde lesuur houdt hij het voor gezien. Met kloppend hart zoekt hij de straat op waar ze woont. Hij kan het makkelijk vinden en zet zijn fiets tegen haar raam. Er brand licht. Het lijkt een eeuwigheid te duren voordat de deur eindelijk opengaat. Een paar vermoeide ogen kijken hem aan. Zonder een woord te zeggen draait ze om en laat de deur achter zich openstaan. Aarzelend loopt Kevin achter haar aan de kamer in. Ze gaat zitten, met opgetrokken knieën in een hoekje van haar bed. ‘Heb je geld?’
Kevin schudt met zijn hoofd van niet. Ongeïnteresseerd wendt ze haar blik af.
‘Wat kom je hier doen dan? Ik heb geen zin in je.’
Zijn mond valt open. Hij wil iets zeggen, maar het lukt niet. Zijn woorden blijven steken. Even richt hij zijn blik op zijn voeten, dan draait hij zich om en vertrekt. Dagenlang weet Kevin niet wat hij moet doen. Zijn gevoel en verstand zijn het hevig met elkaar oneens. Haar vergeten kan hij niet en zich op zijn studie werpen lukt al evenmin.

Een paar dagen later ziet Kevin het extra geld dat hij met een smoesje van zijn ouders heeft losgekregen op zijn bankrekening staan. Tegen beter weten in gaat hij weer naar haar op zoek. Als ze opendoet klopt hij triomfantelijk op zijn jaszak. Dat zegt haar genoeg.
‘Wacht even hier,’ roept ze terwijl ze de gang in verdwijnt. Een paar seconden later stapt ze haastig, met haar jas nog maar half aangetrokken, naar buiten. Zonder een woord te zeggen loopt ze voor Kevin uit. Bij het huis met de paarse gordijnen aangekomen belt ze aan. De deur gaat een heel klein stukje open.
‘Het is goed, hij hoort bij mij,’ zegt ze door de kier tegen iemand die binnen staat. Dan pas gaat de deur helemaal open en lopen ze naar binnen. In het halfduister ziet Kevin een lange dunne man. Hij draagt een wit shirt met korte mouwen en zijn armen staan vol tatoeages. Zijn blonde haar zit strak naar achteren getrokken in een staartje. De man sluit de deur en gaat hen voor, de trap op, de gang door en helemaal achter in het huis een kamer in. In het midden van de kamer staat een grote lage tafel, waar volle asbakken en lege bierflesjes op staan. Verder een rol zilverpapier, lucifersdoosjes en een aantal limonade rietjes. In een grote kring staan zes stoelen om de tafel. In drie daarvan hangen jongens flink onderuit. Ze lijken half te slapen en kijken nauwelijks op. Kevin kijkt om zich heen. Wat moeten we hier? Vraagt hij zichzelf af. Het meisje spreekt met de getatoeëerde man en ziet Kevin’s twijfel. Ze wijst hem een lege stoel aan. Gedwee gaat Kevin zitten en vraagt zich af wat er verder gebeuren gaat.
Ondertussen heeft ze iets van de man gekregen. Een opgevouwen papiertje. Op haar knieën gaat ze aan de lage tafel zitten, scheurt een strook zilverpapier van de rol en vouwt dit tot een klein kommetje. Heel voorzichtig, alsof het iets kostbaars is, maakt ze het mini envelopje open en schud wat van de inhoud in het zilverpapier. Ze steekt een rietje in haar mond, strijkt een lucifer aan en houd de vlam vlak onder het zilverpapier. Behendig zuigt ze het kleine kringeltje rook met het rietje op. Als alle korrels helemaal opgebrand zijn, wappert ze de lucifer uit. Ze houdt haar adem in en tevreden kijkt ze Kevin aan. Haar ogen lijken van matglas. Ze maakt een nieuw kommetje en schudt er weer wat van de lichtbruine korreltjes in. Op haar knieën schuifelt ze naar Kevin. Steekt hem het rietje in zijn mond en houd het zilverpapiertje eronder.
‘Zuigen, niks laten ontsnappen,’ zegt ze zachtjes. Ze glimlacht en steekt een lucifer aan.

Als de muziek stopt doet Kevin zijn ogen open. Niemand in de kamer reageert of maakt aanstalten een nieuwe cd op te zetten. Hij heeft geen idee hoe laat het is of hoe lang ze daar al zitten. Eigenlijk is het ook wel prima zo. Wel muziek, geen muziek, tijd, geen tijd, goed, fout, het is niet interessant, het maakt niets meer uit, tegenstellingen of strijd bestaan niet meer. Alles voelt goed. Alles is volmaakt perfect en compleet. Zijn ogen dromen door de kamer en blijven hangen bij een poster aan de muur. Een mooie stoere dame zit als een soort St. Joris op een steigerend wit paard. Met een lans houdt ze een enorm monster onder zich in bedwang. Zijn staart kronkelt om grote koeienletters: HEROIN. Zó had hij het nog nooit bekeken. Onoverwinnelijk, krachtig, gevaarlijk en vrouw. Het is verdomme het Engelse woord voor heldin.

‘Meneer, uw kaartje alstublieft.’
Kevin hoort niets, in gedachten verzonken kijkt hij uit het raam naar het voorbij razende landschap. Als hij op zijn schouder getikt wordt en op kijkt ziet hij de conducteur.
‘Uw kaartje?’
Kevin schuift wat onderuit. Hij trekt het treinkaartje uit zijn broekzak. De conducteur bekijkt het en geeft het weer aan Kevin terug nadat hij er een hapje heeft uitgeknipt.
‘Bij Roosendaal overstappen perron vier intercity eindbestemming Vlissingen,’ zegt hij. Kevin sluit zijn ogen. Hij denkt aan de laatste weken die hij met haar is opgetrokken, wat hem is overkomen. Platzak, is hij voor de zomervakantie onderweg naar zijn ouders. Zelfs zijn jas heeft hij verkocht. In het bagagerek ligt zijn tas vol gestolen spullen, die zou hij terug in Zeeland verkopen. Dat heeft hij haar beloofd. Kevin beseft dat hij aan een afgrond staat. Een rilling loopt over zijn rug. Hij voelt haar macht over zijn lijf en over zijn geest. Hij moet weg. Uit die wereld. Weg van de onoverwinnelijke, waarvan je de strijd gaat verliezen. Weg, als het nog lukt, weg van haar. De heldin.


12 reacties

Avatar

KawaSutra · 19 januari 2008 op 16:27

Het verhaal van Adam en Eva in een nieuw jasje maar oh zo herkenbaar. En vanaf dat moment verbannen uit het paradijs.
Mooi geschreven Lagarto.

Avatar

pepe · 19 januari 2008 op 21:22

Prachtig verhaal.

[quote]Zijn staart kronkelt om grote koeienletters: HEROIN. Zó had hij het nog nooit bekeken. [/quote]

Avatar

lisa-marie · 19 januari 2008 op 21:41

Mooi geschreven, ik heb het met ontzettend veel plezier gelezen. 😀
En de titel vind ik in dit verhaal ook mooi gekozen

Avatar

pally · 19 januari 2008 op 21:42

Mooi geschreven ook, dit slot, Lagarto! Je maakt de strijd van de jongen voelbaar. De gevaarlijke aantrekkingskracht van heroine, die vernielt
maar tegelijkertijd een enorm romantisch waas om zich heen heeft.

groet van Pally

Avatar

Grumpy-old · 20 januari 2008 op 03:22

Dramatisch verhaal. Beklijvend geschreven.
Hoe verliefdheid mensen vreemde dingen kan laten doen.

Greetz
Grumpy

Avatar

SIMBA · 20 januari 2008 op 11:10

Een prachtverhaal Lagarto, zo lust ik er nog wel meer.

Avatar

Dees · 20 januari 2008 op 13:01

Mooi geschreven. Ook mooi dat je in het eerste deel inhield om in het tweede deel uit te halen. Deze heeft niemand zien aankomen

Grtjs,

DieDee 😉

Avatar

arta · 20 januari 2008 op 17:56

Jouw einde gaf mij het gevoel dat het meisje voor hem die ‘heldin’ op het paard was.
Mooi en gedoseerd triest geschreven!
🙂

Avatar

Wayan · 20 januari 2008 op 18:49

lagarto, heel fantastisch mooi geschreven !

Ik heb dit verhaal ademloos bewonderd

Wayan

Avatar

lagarto · 20 januari 2008 op 20:59

Wow..bedankt allemaal.
Groeten Lagarto

Avatar

Li · 20 januari 2008 op 22:24

Erg mooi geschreven Lagarto.
Een heel bijzondere afsluiting!

Li

Avatar

DreamOn · 21 januari 2008 op 18:55

Prachtig geschreven Lagarto, ik kan niet anders zeggen.
Maar ik ga wel even mierenneuken:
[quote] Een paar vermoeide ogen kijken hem aan
[/quote]

Het moet zijn: Een paar vermoeide ogen kijkt hem aan. Een paar is enkelvoud.

[quote] Er brand licht. [/quote] Er brandt licht…

Maar die foutjes doen niets af aan het mooie verhaal, natuurlijk. Het is wel je straf. Omdat je nog steeds dat beloofde pb’tje niet hebt gestuurd!! 😀

Groetjes DO.

Geef een antwoord