In een verpleeghuis niet ver hier vandaan zit mevrouw De Vries bij het raam naar buiten te kijken. Ze zit daar zoals ze er iedere dag zit en naar buiten staart. Het is een regenachtige dag tegen het einde van de zachte winter. Ze ziet de bomen, ze ziet passerende mensen. Ze ziet voorbijtrekkende vogels en schichtige katten. Ze ziet zelfs de wind, meent ze zelf, hoewel anderen zouden zeggen dat je de wind onmogelijk kan zien. “De wind is onzichtbaar”, benadrukt haar verpleegster als ze deze in vertrouwen neemt. “Alleen hetgeen de wind aanraakt kun je met het blote oog zien”. Maar ze is ervan overtuigd dat voor haar de wind te zien is. Wanneer mevrouw De Vries zo naar buiten kijkt voelt ze zich vredig. Lijkt het of alles is zoals het altijd al was. Alsof er niks veranderd is. Ze beseft dat ze naar buiten kijkt op dezelfde manier als ze deed toen ze een jong meisje was. Ook toen zag ze bomen, katten, vogels en mensen als ze het raam uitstaarde. En ook toen wist ze zeker dat ze de wind kon waarnemen. Maar dat gegeven met iemand delen, dat durfde ze toen niet. Uit angst om uitgelachen te worden door haar broer of haar vriendinnen. Nu zou ze het dolgraag willen delen. Maar ze heeft geen idee met wie. Haar man is enkele jaren geleden overleden. Vrij plotseling eigenlijk. Hij ging op een goede dag naar het toilet en kwam niet meer terug. Ze heeft op de deur gebonst, hem in blinde razernij bevolen open te doen. Maar hij deed niet open. Mevrouw De Vries heeft in stilte altijd gedacht dat zij degene was die als eerste zou gaan van hen twee. Ze had zich vergist.

Mevrouw de Vries kijkt op de klok. Waar blijft haar verpleegster toch met de medicijnen? Het is inmiddels al half drie, en normaal gesproken komt ze toch zo ergens rond het middaguur? Of zou ze toch al geweest zijn? Mevrouw de Vries probeert op de naam van de verpleegster te komen, maar slaagt er niet in. Een schaduw van frustratie werpt zich over haar gezicht, maar krijgt niet de kans zich te ontwikkelen tot de wanhoop die ze enkele jaren geleden wel eens kon voelen wanneer haar geheugen haar in de steek liet. Ze kijkt weer uit het raam en vindt in de wind haar afleiding. Wat er ook voorbij gaat, zo beseft ze, de wind zal er altijd zijn.


7 reacties

pepe · 20 mei 2007 op 12:44

Prachtig geschreven over een trieste manier van ouder worden, want alleen en vergeten voor het raam kunnen zitten lijkt mij niet leuk.

Zo te lezen is mevrouw de Vries zich niet meer goed bewust van wat er met haar en om haar heen gebeurd. Behalve de wind.

Bitchy · 20 mei 2007 op 13:48

Mooi geschreven!

[quote]Ze beseft dat ze naar buiten kijkt op dezelfde manier als ze deed toen ze een jong meisje was. [/quote]

Misschien wilt ze wel niet meer heel bewust leven in deze tijd.

KawaSutra · 20 mei 2007 op 15:41

Mooi geschreven. Droefgeestig onderwerp maar zeker realistisch.

arta · 20 mei 2007 op 20:27

Erg mooi geschreven.
Droevig en toch weer niet…zoals jij het schrijft lijkt ze toch op de een of andere manier tevreden….
🙂

Errez · 20 mei 2007 op 21:32

Wat een positieve reacties! Dank jullie wel!

Mup · 21 mei 2007 op 14:32

Terechte positieve reacties, kort en bondig, met veel gevoel en realistisch weergegeven, zonder vals sentiment, knap gedaan,

Groet Mup.

pally · 22 mei 2007 op 14:49

Heel mooi beld van melancholieke oude vrouw, Errez.
Waar je zegt dat ze beseft als een jong meisje te kijken, had ik het sterker gevonden om haar dat even (in haar gevoel) te laten zijn.

evengoed sterke column

groet van pally

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder