Voordat ik haar ontmoette, kende alleen haar woorden en niet haar lichaam. Via SMS had ze al veel over verteld, over haar lichaam. Toch wist ik niet wat me overkwam, die eerste keer. Mijn maag explodeerde. Bestaat toeval? Waar kende ik haar gezicht van, met het bleke fijne gelaat, de bruine haarlokken, de dunne maar sensueel licht geopende lippen, de dunne wenkbrauwen en haar frêle verschijning? Ze leek uit een andere wereld te stappen, een andere tijd ook. In haar ogen las ik verdriet, maar ook hoop. Was ze Madonna of Lilith? Courtisane of heilige maagd? Ik verkeerde in opperste verwarring, maar de herkenning, die er hoe dan ook was, deed mijn sidderen. Ik zocht diep in mijn geheugen, maar kreeg de kans niet tot verder na denken. Ze viel me gelijk om de hals en we begonnen hartstochtelijk te vrijen, gewoon op straat. Ik kon geen weerstand bieden, ook al had ik het gewild. Kom, fluisterde Ofelia zacht maar onweerstaanbaar, kom, laten we naar het restaurant gaan en dan naar mijn woning zoals we hebben afgesproken.

Die avond in haar woning, ontdekten we elkaars lichaam. Ondanks haar fragiele verschijning voelde ik me onderworpen aan haar geestelijke kracht. Onze cyberlove, was geen fantasie meer. Toch had ik het gevoel dat ik buiten de dagelijkse werkelijkheid stond, dat ik nog op het grensvlak bivakkeerde van de cyberwereld en van de werkelijkheid. Haar woning was sober ingericht. Veel groen en grijs. Aan de wand hing een schilderij met witte papavers. In mijn verbeelding rook ik een zoete geur van rozen. Waar deed me dit alles aan denken? De kleuren gaven me een melancholiek gevoel, alsof hoop en liefde bestraft zouden gaan worden met verdriet en pijn. Toch voelde ik me gelukkig als nooit tevoren. Ofelia kuste me met hartstocht. De tijd leek stil te staan. We werden één en het voelde als een eeuwigheid. Het was alsof mijn penis werd opgezogen door haar vagina toen we klaar kwamen. Toen we afscheid van elkaar namen en ik haar nog een laatste keer omarmde, voelde ik bij haar een lichte aarzeling, die me verwarde.

Om elf uur moest ik weer thuis zijn, ik voelde me een puber die van de ouders te horen krijgt: 10 uur thuis of…Het werd toch later en toen ik thuis kwam lag Lena al in bed. Het was donker, ik durfde de lamp niet aan te doen en sloop naar mijn kant van het bed. Was het druk op het werk schat, vroeg Lena. Dit was de eerste keer dat ik bijna een zenuwinzinking kreeg. De stress moet me toch te pakken hebben gekregen. Die nacht droomde ik. Ik droomde dat Lena mijn SMS en e-mailberichten had gelezen en dat ze piswoest was. Ze zat me achterna met een mes, maar ik werd op tijd wakker, badend in het zweet dat wel. Deze droom zette me aan het denken. Ik vroeg me af, of ik deze stress wel wilde en of ik mijn leven overhoop wilde zetten voor een onzekere toekomst want – om eerlijk te zijn – toen we de liefde in Ofelia’s woning bedreven, riep ze tijdens het hoogtepunt ‘Ohh Piet’. Ze zei dat het niets was en dat ik me er niets van aan moest trekken. Toch heeft me dat niet echt aan het twijfelen gebracht, onverklaarbaar, maar had ik nog wel een eigen wil?

Onze internet contacten gingen in de tussentijd gewoon door en we maakten weer een afspraak. Die was twee weken na de eerste ontmoeting. Het rendez-vous vond plaats bij het park, in de buurt van haar woning. Ik wilde Ofelia omhelzen maar ze zei dat ze zich niet goed voelde, haar gezicht leek inderdaad bleker geworden. Zou ze ziek zijn en waarom had ze de afspraak dan niet afgezegd, maar ik vroeg het haar niet. We gingen naar een kroeg waar ik vroeger wel eens kwam met mijn vrienden, Dat was een bruin cafeetje in het centrum van de stad. In mijn herinnering was het er heel gezellig. De sfeer in de kroeg was echter veel bedompter dan dat ik voor de geest had. Het gaf geen goed gevoel, of lag dit aan onze eigen stemming op dat moment.

Het gesprek liep vanaf het begin niet goed. Sterker, we kregen een gigantische ruzie. Ofelia gaf te kennen, na de nodige mixdrankjes gedronken te hebben, dat ze weer contact met Piet had en dat ze haar relatie een nieuwe kans wilde geven. Ze vond me maar een ouwe lul en eigenlijk veel te saai. Dit was niet wat ze zocht. Ik begreep de omslag niet, maar besefte eigenlijk bijna op hetzelfde moment dat er van een kentering geen sprake was. Ik was gewoon een tussenfase in haar leven geweest, omdat ze afstand te nemen van haar dagelijkse situatie. Ik diende slechts als vergelijkingsmateriaal bij de evaluatie en wie weet, was het allemaal alleen maar gebeurd om Piet jaloers te maken. Ik begon te schelden: godverdomme, je wist vanaf het begin dat het een experiment was. Ik voel me door jou gigantisch gemanipuleerd. Ik zet mijn relatie op het spel voor een spelletje… Zo ging ik een tijdje door. Intussen zoop ik tegen de klippen omhoog.

Ik zou haar naar huis brengen, zo hadden we afgesproken. Ik trok mijn jas aan, rekende een gigantisch bedrag af en riep naar Ofelia dat ze mee kon rijden, maar dat ze dat verder zelf maar moest weten. Er viel een enorme stortbui dus ze besloot toch maar in te stappen. Ik had bijna een delirium en was geagiteerd, woest, verdrietig en volstrekt ongeconcentreerd. In de auto ging het geruzie gewoon door. Ik riep, sorry wat heb ik verkeerd gedaan, zij riep dat ze de buik van me vol had en dat ze gewoon nog van Piet hield. De stortbui hield aan. Intussen begon Ofelia steeds verwarder te praten en ze zong rare flarden van smartlappen, er viel geen touw meer aan vast te knopen.

Binnen hoorden we het gekletter van de regen en het lichte regelmatige gezoem van de ruitenwissers. De ruiten waren beslagen, het was vochtig in de auto en warm. We reden langs een kanaal, ik zag geen steek voor de ogen, het was buiten net zo onstuimig en donker als in mijn hersens. Ik denk dat ik wat gezwabberd heb op de weg want plotseling zag ik twee felle vrachtwagenkoplampen recht op me afkomen. Ofelia gilde ijselijk en ik gaf een ruk aan het stuur.

In een fractie van een seconde was het gebeurd, maar eenmaal in het water, leek de tijd zich te rekken. De auto zakte aanvankelijk kalm naar beneden maar later ging dat sneller naarmate er meer van het ijskoude water naar binnen stroomde. Hoe te verklaren aan Lena dat ik hier met een andere vrouw te water ben geraakt, bedacht ik plots met schrik. Naast me zag ik Ofelia met koortsige ogen. Ik probeerde te helpen, maar ze sloeg me weg met haar hand. Ik probeerde het portier open te krijgen. God wat was het water koud. Toen er voldoende water in de auto stond, lukte het me om het portier te openen en ik smeerde hem. Gelukkig had ik mijn winterjas al eerder uitgedaan, wat een hoop gewicht scheelde. Trillend en sidderend stond ik uiteindelijk aan de kant. Ik stonk naar de blubber van de kanaalbodem. Waar bleef Ofelia nou? Verdomme, zou ze niet los zijn gekomen? Er stopte een wagen, er stapte twee mannen uit van een jaar of vijfentwintig. Ik kon nauwelijks iets zeggen maar wist toch duidelijk te maken dat er nog iemand in de auto zat. Zonder zich te bedenken sprong een van de twee mannen in het water. Achteraf bleek dat het een nutteloze actie was. Door de kou bevangen moet Ofelia bewusteloos zijn geraakt, waarna zij verdronk. Maar wilde ze wel gered worden? Kon zij zich niet bevrijden of wilde ze dat niet? Ik wist het niet.

De rechter wist het wel. Mijn tijd heb ik een aantal maanden in een cel moeten doorbrengen. Lena wilde niets meer met me te maken hebben en mijn werk raakte ik kwijt door de celstraf. Mijn opsluiting gaf mij echter wel de gelegenheid om diep in mijn geheugen naar verstopte sporen en aanwijzingen te zoeken, naar het antwoord op die ene allesomvattende vraag: waar kende ik Ofelia van?

Ik vond het antwoord in een kunstboek van de gevangenisbibliotheek. Enkele jaren geleden was ik op zakenreis in Londen. Tijdens mijn vrije uren heb ik de Tate Gallery bezocht. Er hing een schilderij van John Everett Millais. Het schilderij trok me direct aan door het kalme, verstilde groene landschap, er was een beekje dat omzoomd werd door struiken met witte bloemen, en andere oeverbeplanting. In mijn verbeelding rook ik de zoete geuren van de bloemen. Op het water dreven kleine bloemen en….een jonge vrouw, de lippen waren licht geopend, haar gespreide handen staken boven het het water uit en haar ogen staarden in het niets, in het tijdloze. Ze was gehuld in een prachtig geelgroen gewaad. Langs haar dreef een rode roos. John Everett Millais had zijn meesterstuk Ophelia genoemd.

http://www.tate.org.uk/britain/explore/large_img.jsp?workid=9506

De geheimzinnig aantrekkingkracht van deze vrouw in dat arcadische landschap deed me mijn omgeving vergeten. Ik werd als het ware het schilderij binnen gezogen, ik werd één met het schilderij. Sindsdien zou de rest van mijn leven een zoektocht worden naar Ophelia.

Echter, had ik maar eerder Hamlet gelezen en niet gewacht tot ik de mij opgedrongen vrije tijd in het gevang aan kunst en literatuur kon besteden. Ik las er dat Ophelia de geliefde was van Hamlet en dat er op deze liefde een vloek leek te rusten. Hamlet vermoordde per ongeluk de vader van Ophelia en vertrok vervolgens naar Engeland. Ophelia werd waanzinnig en kon nog slechts in flarden van liefdesliedjes spreken. In haar waanzin (zelfmoord?) belandde zij in het water en verdronk.

C Mouche et Mont

Sur l’onde calme et noire où dorment les étoiles
La blanche Ophélia flotte comme un grand lys,
Flotte très lentement, couchée en ses longs voiles …
– On entend dans les bois lointains des hallalis.

Voici plus de mille ans que la triste Ophélie
Passe, fantôme blanc, sur le long fleuve noir;
Voici plus de mille ans que sa douce folie
Murmure sa romance à la brise du soir.

Le vent baise ses seins et déploie en corolle
Ses grands voiles bercés mollement par les eaux;
Les saules frissonnants pleurent sur son épaule,
Sur son grand front rêveur s’inclinent les roseaux.

Les nénuphars froissés soupirent autour d’elle;
Elle éveille parfois, dans un aune qui dort,
Quelque nid, d’où s’échappe un petit frisson d’aile:
– Un chant mystérieux tombe des astres d’or.
Arthur Rimbaud (1854 – 1891

Vertaling door Gilbert Voeten:
Onder de hemelboog waaronder sterren dromen …
Slank lijk een zwaan blank lijk een lelie uit het dal,
Al langs de waterkant zie ik Ophelia komen …
– Uit het verre woud weerklinkt plots klaroengeschal.

Hoe lang al Ophelia rampzalige maagd
Spookt zij in de zwarte stroom van mijn gedachten;
Al duizend jaar haar zoete waanzin fluisterend klaagt
Over onzalige min in koude nachten.

De wind zoent haar boezem en ontvouwt haar gewaad
Dat lijk een bloemenkroon zacht wiegt op het water;
Treurend neigen wilgen zich over heur gelaat,
En weemoedig streelt het ranke riet haar schouder.

Rondom haar zuchten lijkbleke waterlelies;
Wanneer zij voorbijdrijft hoort men vogelgekweel,
Weemoedig gezang om onherstelbaar verlies:
– Uit de hoge hemel klinkt een lied vol heimwee


12 reacties

Outsider · 7 oktober 2005 op 11:10

[quote]Voordat ik haar ontmoette, kende alleen haar woorden en niet haar lichaam. Via SMS had ze al veel over verteld, over haar lichaam. [/quote]

In de eerste zin het woord ‘ik’ vergeten. In de tweede zin het woord ‘er’. Dat begint goed. Bovendien is het ook nog een heel lang stuk, laat maar, ik lees niet verder.

Geertje · 7 oktober 2005 op 11:41

[quote]Ik begon te schelden: godverdomme, je wist vanaf het begin dat het een experiment was. Ik voel me door jou gigantisch gemanipuleerd. Ik zet mijn relatie op het spel voor een spelletje…[/quote]

[quote]Was het druk op het werk schat, vroeg Lena.[/quote]

Soms kun je in het leven met je armen over elkaar rustig toekijken, hoe een manipulator wordt gemanipuleerd. 😀 Of te wel iedereen komt een keer zijn gelijke tegen. 😉

Lang, maar mooi verhaal! 🙂

@ M & M: [quote]Ik heb geprobeerd in het verhaal enkele thema’s uit te werken. Vooral in deel drie -althans dat is de bedoeling – worden deze thema’s duidelijk. [/quote]

Ben erg nieuwsgierig naar de thema’s. 🙂

Dees · 7 oktober 2005 op 11:47

Het is absoluut een verhaal dat de moeite waard is, door alle schoonheidsfoutjes heen. Het is voor een internetsite echter wel lang. Zeker voor een site die eigenlijk (en je bent echt niet de enige die zich daar niet aan houdt) voor columns bedoeld is.

Maar goed, dat is een schot voor open doel. Heb het verhaal met plezier gelezen.

KingArthur · 7 oktober 2005 op 12:11

Met plezier gelezen.

@ Dees: de site mag dan columnx heten, er is nog altijd een rubriek ‘verhalen’ evenals ‘fictie’. Dus volgens mij is deze tekst toch zeker op zijn plaats. Daarnaast is er ook altijd nog iets als een redactie (begrijp me niet verkeerd).

Louise · 7 oktober 2005 op 12:21

In een keer uitgelezen en ik vond het zo boeiend dat de vergeten woordjes en taalslippertjes me totaal niet stoorden.
Weinig op aan te merken dus, behalve het slot. Voor mijn gevoel eindig je drie keer en dat vond ik erg jammer 😉

melady · 7 oktober 2005 op 12:36

Ademloos gelezen, prachtig.

Je had m.i.tot aan de link beter kunnen stoppen. Toen was voor mij het verhaal rond.

De hele omschrijving en die gedichten, zijn wel mooi, maar storen en halen de kracht uit het verhaal.

Maar nogmaals, heel mooi!

mouche-et-mont · 7 oktober 2005 op 12:47

Bedankt voor alle reacties

Het verhaal oogt inderdaad erg lang op het scherm. Is het een tip om het uit te printen?
De teksten heb ik overigens bewust onder “verhalen” geplaatst omdat hier uiteraard geen sprake is van een column.

[quote]Ben erg nieuwsgierig naar de thema’s.[/quote]

Bedankt voor je vraag. Een thema is ‘de onmogelijke liefde’. Een thema is ook: kunnen mensen vrij kiezen?

Ik heb me laten inspireren door het symbolisme. Nogal wat gebruikte motieven vinden daar hun oorsprong.
Denk aan motieven als ‘femme fatale’ en de ‘vrouw als Madonna en tegelijkertijd hoer’. ‘De verdrinkingsdood’ is ook een motief uit het symbolisme. Ophelia is daarvan de personificatie.
Andere motieven die ik heb gebruikt zijn: ‘wedergeboorte’, ‘deja vu’ en ‘dubbele moraal’.
De papavers staan symbool voor de dood (kondigen dit aan). Het zich bevinden tussen de werkelijkheid en ‘het andere’ – hier is dit de cyberspace -is ook afkomstig uit het symbolisme.

[quote]Je had m.i.tot aan de link beter kunnen stoppen. Toen was voor mij het verhaal rond[/quote]

Het verhaal heb ik oorspronkelijk zonder de Hamlet toevoeging geschreven. Ik heb dit er later aan toegevoegd. Je hebt gelijk dat dit het verhaal niet sterker maakt. Het legt mogelijk te veel uit. Misschien zou het op een andere manier in het verhaal verwerkt hebben kunnen worden. Ergens in het begin van het verhaal, als verwijzer van wat er gaat komen. Mogelijk dat dan weer ten goede komt aan de spanningsboog.

Groet,

M&M

Louise · 7 oktober 2005 op 12:51

[quote]M&M[/quote]
met of zonder nootjes? 😀

Wright · 7 oktober 2005 op 12:55

[quote]Het verhaal oogt inderdaad erg lang op het scherm. Is het een tip om het uit te printen? [/quote]
Heb ik gedaan, en tot mijn stomme verbazing bleken de lappen tekst even lang! 😮
Het is een boeiend verhaal, met zeker even boeiende thema’s maar ik blijf niet snappen dat iemand, die duidelijk potentie heeft tot goed schrijven, zulke onnodige fouten maakt.

WritersBlocq · 7 oktober 2005 op 14:26

Ik vind het een mooi verhaal en het verbaast mij dat ik geen woordjes heb gemist, totdat anderen het opperden.
Apart, om eens in de zoveel tijd zo’n verhaal onder ogen te krijgen.

KawaSutra · 8 oktober 2005 op 02:01

Ik heb je verhaal geboeid gelezen. Ik vond het derde deel wel het minste van de drie. Deels door onnodige fouten. Je kunt veel beter. Een verhaal als dit verdiend zorgvuldigheid en een langere evaluatie voor je het publiceert.
Ik hoop zeker dat je blijft schrijven.

wendy77 · 8 oktober 2005 op 14:05

Ik vond het een zeer boeiend verhaal met een verrassend eind. Ik ben het eens met Melady dat het verhaal af was voor de link.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder