Mijn wereld bestaat uit niets, niets meer dan ijskoude tocht die langzaam een weg naar mijn botten zoekt. Mijn nachten breng ik door in een kraakpand dat ik enkele weken geleden ontdekt heb. Ik bezit een matras dat al door meerdere mensen gebruikt is voor liefde, voor rust en voor vluchtige seks. Een tweedehandsje zoals men dat noemt. De urinevlekken en het versleten uiterlijk doen me niets. Dit matras gebruik ik al dagen niet meer, mijn bed beestjes zijn voorgoed op vakantie en een kaartje heb ik niet ontvangen. De muren om me heen zijn bedekt met krabbels van nooit erkende kunstenaars. Neve was here. De ruimte hier is veroverd door de geur van urine en braaksel. Het druppelen dat je hoort is het geluid van mijn bloed dat op de grond valt uit een opening in mijn schedel. Dit geluid laat mij weten dat ik nog leef. Het meisje dat naast me ligt en in mijn oor fluistert heet Sarah. Mijn wereld bestaat uit niets, niets meer dan doorzichtige dagen die mij blijven achtervolgen.
Gegroet verdwaalde reiziger

David is mijn naam en ik dwaal al 23 jaar en twee maanden rond op deze aardkloot. De naam David heb ik gekregen van mijn Christelijke moeder, de vrouw die elke zondag bijbelse verhalen in me sloeg, met als uitgangspunt de kleine David wat bij te leren. Van haar wijze lessen heb ik weinig mee gekregen, buiten wat littekens en pure haat tegenover religie en de lokale dominee die mijn moeder hersenspoelde.
Mijn vader is een gefrustreerde oorlogsveteraan, zijn gevechtstechnieken oefende hij regelmatig op mijn moeder uit. Meestal nadat hij drie glazen whisky ophad. Na de vierde viel hij in slaap, tot groot genoegen van mijn moeder die hem dan ook vaak het vierde glas probeerde op te dringen. Dit niet altijd met succes. Broers of zussen heb ik niet, ik ben opgegroeid in een klein dorpje net buiten de stad, waar tachtig procent van de bevolking bestaat uit schietgrage racistische boeren met het IQ van een zak aardappelen.
Charlie, mijn beste vriend met wie ik tot mijn zestiende optrok, woonde 200 meter verderop. Hij woonde bij zijn opa en oma, de twee liefste mensen die ik ooit gekend heb. De geur van oude koekjes en stof weerhield me niet om bij hen langs te gaan. Nooit heb ik geweten wat er met Charlie’s ouders gebeurd is. Ik heb hem dit één keer gevraagd en enkele seconden daarna begon mijn neus keihard te kloppen en mijn lip hevig te bloeden. Ik herkende de smaak van bloed maar al te goed. Beetje bitter, wat zout en peterselie zou wonderen doen. Deze vraag heb ik hem dus heel wijs nooit meer gesteld.
Er was weinig te doen in het dorp waar ik woonde. Drank en lijm speelden een grote rol in Charlies en mijn bezigheden. School was een bijzaak waar ik weinig tijd aan besteed had. Het was dan ook vele kilometers fietsen naar school. Meestal als ik op de helft was liet ik mezelf vallen op een grasveldje en staarde naar de hemel totdat ik weer thuis moest zijn, en fietste dan de weg weer terug.
Zestiende verjaardag

Ik werd wakker, stond op en keek het raam uit. De tranen rolden met liters over mijn wangen. Ik zag mijn vader buiten staan die zijn geweren bewonderde en oppoetste.
Dit deed hij alleen als hij onder invloed was, wat daarna zou gebeuren was me dus al duidelijk, het was tenslotte niet de eerste keer. Dit was de dag dat ik weg vluchtte uit het rottige dorpje waar ik in woonde. Ik bracht mijn middag nog door met Charlie en maakte samen met hem een plan om weg te gaan. Ik weet nog heel goed dat we op mijn laatste dag in het weilandje zaten waar we wel vaker kwamen. We spraken dan over onze toekomst en dromen die we hadden. Charlie begon dan meestal ook over zijn natte dromen en vertelde mij verhalen over meiden die hij seksueel bevredigd had.
Charlie was groot en breed, de grote broer die ik nooit gehad heb. Hij bleef met mij wachten tot de bus kwam. Ik had niet veel bij me, alleen de kleding aan mijn lijf, wat los geld en twee appels. Charlie gaf mij nog wat geld en een pakje sigaretten voordat ik vertrok. Een stevige knuffel, een paar lieve woorden en weg was ik.
Bestemming? Mijn oom John in Detroit over wie mijn moeder het soms had. Veel goeds zei ze niet over hem, maar ik wist wel beter. Mijn oom John is een wel gerespecteerde kroegbaas in Detroit. Heb jij dat ook? Één familielid dat afwijkt van alle anderen? Tot grote ergernis van mijn moeder kreeg ik soms een kaartje van hem met daarop schaars geklede vrouwen.

Ontmoeting Papa Joe

Onderweg naar mijn oom John ontmoette ik een man die zichzelf Papa Joe noemde. Papa Joe vertelde mij dat hij een gevonden voorwerp is waarvan de eigenaar nooit is komen opdagen, met andere woorden een derde klas neger. Bij deze opmerking van Joe bladerde ik geïnteresseerd verder. Papa Joe leeft al achtendertig jaren en ziet eruit alsof hij net een riool uitgekropen is.
De woorden armoedig en belabberd waren dan ook de eerste woorden die in mijn gedachten opkwamen toen Joe zelfverzekerd naast mij kwam zitten, zichzelf voorstelde en zonder schaamte de geur van zweet en goedkope sigaren met zich mee nam. Joe heeft een verzameling pornobladen die hij allemaal netjes op volgorde in plastiek hoesjes bewaart. Om wat nader tot elkaar te komen liet Papa Joe trots zijn collectie aan mij zien, tot mijn grote verbazing werden de bladen overheerst door blanke dames. Dames die zo vrij zijn om ons een kijkje te laten nemen in hun wereld. Papa Joe heeft een huis in een achterstandswijk waar pooiers, schooiers, zwervers, prostituees en junks met elkaar samen leven. Hij leeft van voedselbonnen en het geld dat Freddy hem soms doneert. Freddy is een beginnende pooier en een goede vriend van Papa Joe.
Als Papa Joe iets vertelt, wil hij zeker weten of je wel begrijpt wat hij bedoelt, het lukt hem om dit in twee zinnen vijf keer aan je te vragen. Soms ontging het vraagteken mij wel, maar ik begreep vaak wél wat hij bedoelde. Begrijp je wat ik bedoel?
Mijn achtergrond en de praktijken die zich afspeelden in het dorp dat ik achtergelaten had, waren voor mij geen enkele reden om een andere houding tegenover Papa Joe aan te nemen. Hij was immers vriendelijk, had genoeg bladen waar ik me mee kon vermaken en zou mij helpen met de zoektocht naar mijn oom. Mijn vader ‘Meneer’ zou mij zonder enige twijfel en met brute haat als schietschijf gebruiken als hij wist dat ik een neger op een vredige manier aansprak. “Een neger spreek je niet aan, een neger behandel je als onkruid en onkruid is nutteloos les nummer één!” Ik hoor het meneer en de andere levenloze dorpelingen nog roepen terwijl ze fanatiek rond paradeerden in smakeloze kostuums. Charlie en ik vermaakten ons altijd wel met de parade die de dorpelingen zo nu en dan gaven, er was tenslotte niet zo heel veel te doen en elke vorm van entertainment was welkom. Bij mijn aankomst in Detroit werd ik overweldigd door het vrije stadsleven, papa Joe stond erop om mij een rondleiding te geven door zijn woonplaats. Ik besloot de zoektocht naar mijn oom één dag uit te stellen, met de hulp van Papa Joe zou ik één van oom John’s kroegen makkelijk vinden. Wat ontspanning en een kijkje te nemen in de stad leek me wel een goed idee…

Sarah

Sarah is als tiener gevlucht van haar ouderlijk huis omdat haar twee broers en vader zich graag aan haar jonge volle boezem vergrepen. Sarah’s moeder heeft haar eigen leven ontnomen toen Sarah vijf jaar was. Sarah is belachelijk mooi, haar ogen nemen je mee in een wereld van gifgroene grasvelden waar de bloemen smaken naar Ben & Jerry’s Chocolate Chip Cookie Dough. Zo sexy is ze, Sarah is het meisje dat je zou zien op de voorpagina van een bekend modeblad, als haar buikje net iets platter zou zijn.
Haar schoonheid is niet te ontkennen, de mannen krijgen spontaan een erectie als ze haar zien. Haar haren waar enkele klitten in zitten doen je wensen de kleur geel te zijn. Ze heeft een wondje op haar knie dat daar al zit sinds ik haar ontmoet heb, omdat ze er maar niet vanaf blijft. Sarah is neurotisch en rookt Marlboro sigaretten.
Sarah denkt dat ze voorwerpen kan bewegen als ze zich heel goed zou concentreren. Ik geloof haar. Ze drinkt het liefst tequila en eet het liefst het witbrood dat tegen je gehemelte aan blijft plakken. Sarah verdient haar geld met het bevredigen van andere mannen. Sarah houdt van mij…

[i](Graag een mening en het vervolg zal volgen, anderzijds.)[/i]


12 reacties

Mosje · 19 januari 2005 op 13:48

Gisteren was het voorleesdag, en vandaag is het de dag van de lange verhalen geloof ik.
Lees maar voor spook, misschien luister ik dan wel.
😛

Li · 19 januari 2005 op 13:49

Het is columnX en geen verhalenX Spooksell. Ik vrees dat veel lezers afhaken en niet de moeite nemen om zich door de tekst heen te worstelen. Persoonlijk vind ik het teveel van alles.

Li

Mosje · 19 januari 2005 op 13:53

Er is hier een rubriek “verhalen” Li, dus het moet kunnen. Ben het wel met je eens dat de tekst veel te lang is.

Ma3anne · 19 januari 2005 op 15:42

Lange lappen tekst op een schermpje kunnen mijn concentratie niet vasthouden. Zal wel aan mij liggen hoor.

tontheunis · 19 januari 2005 op 17:41

Egens bij de urine en het braaksel ben ik afgehaakt.

TT

Dees · 19 januari 2005 op 19:05

Er mag dan een rubriek verhalen zijn, maar een site als deze leent zich toch niet echt voor teksten als deze, ben ik het eensgezind met mijn voorgangers eens.

Bestaat een columnesk verhaal? Of een verhalende column? Dan is dat misschien iets voor het al dan niet vervolg van dit stuk. Keep it short… 😉

WritersBlocq · 19 januari 2005 op 22:47

Uitzonderlijk! Deze heb ik ademloos uitgelezen, ikke, die lange verhalen normaal gesproken skipt.
Suc6, Pauline.

melady · 19 januari 2005 op 23:38

Heb je korte verhaal ook uitgelezen…je schrijfstijl is stukken beter dan je eerste.
Verdeel het over 4 colums, dan blijft het spannend.

Maar je bent nog steeds anoniem…

Melady 🙂

Kees Schilder · 20 januari 2005 op 10:52

Beetje lang weer. Verdeel het in vieren.

spooksell · 20 januari 2005 op 20:03

Allereerst wel dank voor de gegeven reacties mede schrijvers *!*

Dit verhaal is al af, het ligt op de planken. Nu ja; velen hebben het niet gelezen om de lengte, ik vind het een flauw iets, doch begrijpelijk. Lezen lezers hoe schrijvers schrijven? Het punt is bewezen, neen. Dit verhaal vloeide zeer vlot uit mijn braak pen. Het lezen gaat men moeilijker af zie ik. Helaas.

Wat betreft de misplaatsing? Ik ben het er niet mee eens. De site verleent een topic; ‘verhalen’ dat zegt genoeg lijkt mij.

Ik zal de vervolgen wel plaatsen,in iets kortere delen. (Voor men die er toch nog aan beginnen zal, een printer is een handig machine. (als optie voor scherm ogen) Is het bagger dan vergoed ik eventuele verspilde inkt **grin.

WritersBlocq; Wel dank voor het lezen, ik waardeer het. Ik hoop dat u de vervolgen ook zal lezen.

melady; Anoniem? Ik zijne een spooksel beste lady. Dwalen is een moest. Wel dank voor het lezen ook.

Gegroet,

Spooksel

Louise · 20 januari 2005 op 20:17

Hé Spooksell,

Luister jij heel toevallig ook naar de naam Branka?

spooksell · 20 januari 2005 op 20:19

Heel toevallig wel (geen zorgen, ik pleeg geen plagiaat, een gruwlijke hekel heb ik daaraan) Ik luister ook naar Branka ja. Doch niet hier beste.

Geef een antwoord