Vandaag, in het zonnetje, dobberend op het Heegermeer, dacht ik ineens aan de Heer Rijksbaron. Who the hell is de Heer Rijksbaron en waarom dacht ik ineens aan hem? Om maar met dat laatste te beginnen: daar was geen enkele reden voor. Misschien zat hij daar boven mij op een grote cululus-wolk en wenkte: ‘hé, denk nog eens aan mij’. En dat gebeurde dus.

De dagen dat ik de Heer Rijksbaron ontmoette, liggen nu zo’n veerenveertig jaar achter mij. De Heer Rijksbaron was toen tegen de vijfenzestig jaar en zou dus nu ongeveer honderdnegen jaar moeten zijn, of inderdaad een hemelse wolk bevolken. Dat laatste is dus nagenoeg zeker.

Zelden heb ik zo’n gentleman ontmoet als Rijksbaron. Hij was in zijn beste jaren een vooraanstaand inkoper van tabaksbladen voor een Amsterdamse tabakshandel en reisde, als Heer, over de gehele wereld. Toen echter de Amsterdamse tabakshandel uit het economisch-stadsbeeld verdween, kwam Rijksbaron zonder werk. Hij zal iets niet goed geregeld hebben, want hij kwam ook nagenoeg zonder geld in het leven te staan. Meer dan kennis van elk detail van álles wat met tabak te maken had, bezat Rijksbaron niet. Zo eindigde hij zijn carrière waar de mijne begon: aan een tafel van de afdeling Advertentie Inkasso bij een groot Amsterdams dagblad. Hij zat links van ‘ome Cor’ en ik rechts.

Een groter verschil kon je niet denken. Rijksbaron perfect gesoigneerd, gekleed in driedelig kostuum, beschaafd, attent, vriendelijk en, volgens vriend en vijand, zeer beminnelijk. Wat er ook gebeurde, hij bleef gentleman. Ome Cor was een lang en slonzig type, sjofel gekleed, dom, egocentrisch en nogal recht voor zijn raap. Legendarisch waren de botte klaagpartijen over zijn zakbreuk. Ome Cor deelde de lakens uit, ofwel de kopieën van uitgaande facturen die op alfabet gelegd moesten worden. Dat gebeurde met behulp van een grote harmonicamap op schoot, met een open vak voor elke letter. Ik vond dat geen manier om mijn carrière te beginnen en Rijksbaron om zijn loopbaan te eindigen.

Hij bleef vriendelijk, maar had iets in-en-in-triests over zich. Hij leidde een keurig en regelmatig leven. Dat kwam zelfs tot uitdrukking in zijn zeer stipt geprogrammeerde stoelgang: dagelijks kwart over elf. Hij nam altijd, wat verscholen, een krantje mee en bleef twintig minuten weg. Richard van der Hamer, de chef van de veertig perosonen tellende afdeling, liet hem begaan. Misschien een harde buik?

Op een woensdagmorgen in november bleef Rijksbaron een half uurtje weg en toen hij verscheen, was er duidelijk iets mis. Tranen liepen de goede man over de wangen en na wat schichtig gefluister bij het bureau van van der Hamer, verdween hij door het deurgat. ‘Rijksbaron moest naar de dokter’, werd weldra bekend, maar wat er aan de hand was, dat bleef nog even gehuld in duister. Helaas was het ome Cor die het geheim, na uithoren van de schoonmaakster, ontrafelde. De vrouw had de toiletten gereinigd met pure lysol en per abuis een dikke laag op één der toiletbrillen achtergelaten. En dat was de bril, waarop Rijksbaron zijn onderste wangen een kwartiertje had neergezet. ‘De vellen hingen aan zijn reet’, brulde ome Cor met zijn eigen gevoel voor subtiliteit.

Na anderhalve week kwam de arme Rijksbaron weer aangeschuifeld. Heel voorzichtig nam hij plaats op zijn stoel naast ome Cor. ‘Ja, ja’, weerklonk het luid, ‘wie zijn gat brand, mot op de blaren zitten’.

Rijksbaron is zijn verdere leven door dit verhaal achtervolgd en zelfs nu, terwijl hij in vrede rust op een cumulus boven het Heegermeer, voelt hij nog de pijn. Zijn vernietigende bliksem voor het sloepje daar beneden, bleef op zak. Hij is nog steeds die gentleman.

Categorieën: Verhalen

Hans Schoevers

Flashbackpacker. Schrijver van columns; dikwijls met een knipoog naar vroeger. Tot december 2017 ook actief geweest als zanger/entertainer. Elts sprekt fan myn sûpen, mar nimmen fan myn toarst.

10 reacties

Trukie · 11 mei 2007 op 20:41

Dit is een prachtig verhaal en heel mooi verteld. De cululus-wolk en de perosonen vergeef ik je 😉
Jouw schrijfstijl wordt steeds verfijnder.

KawaSutra · 11 mei 2007 op 21:33

Prachtig verhaal en perfect beschreven, met oog voor detail. Nog meer verhalen uit de rijke memoires van Schoevers? 🙂

WritersBlocq · 11 mei 2007 op 21:43

Ook ik vind het lekker lezen. Veerenveertig, is dat bijna honderd? (Ja, ik ben flauw 🙄 )

schoevers · 11 mei 2007 op 23:18

Jazeker, komen er nog aan.

pally · 11 mei 2007 op 23:22

Wat een leuk verhaal en smakelijk verteld met mooie details, waardoor ik het voor me zie!
Jij hebt echt de schrijfkoorts te pakken hè? :lach:

groet van Pally

pepe · 12 mei 2007 op 07:56

Leuke terugblik, een verhaal om niet verloren te laten gaan.
Met een lach gelezen en leuk dat er nog meer verhalen komen :lach:

arta · 12 mei 2007 op 12:07

Sfeervol verteld, met plezier gelezen.
Die onderste wangen: geweldig!!
😆

Li · 13 mei 2007 op 12:59

Wat heb je toch een heerlijke schrijfstijl Schoevers. Hoewel het af en toe niet bij te benen is. Kijk uit dat je niet al je kruid verschiet. Dat zou zonde zijn. Soms is doseren beter.:-)

Li

schoevers · 13 mei 2007 op 18:35

Bedankt voor de reactie Li.
Ik heb wat gas terug genomen. Er zitten er nog wel drie in de ‘pijplijn’ .

Daarna zal ik de doos eren.

Li · 14 mei 2007 op 00:59

[quote]Daarna zal ik de doos eren.[/quote] 😆

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder