Het Joods Museum in Berlijn leerde mij dat de joodse diaspora al in de derde eeuw na Christus zorgde voor joodse nederzettingen in Duitsland. Door de Romeinen verjaagde Joden zochten en vonden her en der plaatsen om zich te vestigen en begonnen aan een opbouw van een leven met de eigen tradities en gebruiken, die hoogstwaarschijnlijk juist door het in den vreemde te verkeren en door immer aanwezige xenofobie en antisemitisme versterkt aanwezig bleven in meer dan zeventien eeuwen joodse identiteit. De grootste piek van het antisemitisme in de historie van de Duitse Joden, of de joodse Duitsers ligt dicht onder de oppervlakte en is niet te vermijden in Berlijn. In het verlengde daarvan besloten mijn nichtje en ikzelf een bezoek te brengen aan het concentratiekamp Sachsenhausen, dichtbij de wonderschone stad, in een al even wonderschone omgeving. Bij de ingang, aan de voet van een dorps aandoende buurt van Oranienburg, werden we met zijn twee al vrij snel onder de voet gelopen door hordes schoolkinderen uit alle hoeken van Europa en door een Nederlands gezelschap ouderen. De ouderen bleken voorzien te zijn van een gids. Wij mochten meelopen, zo verzekerde een van hen ons al steunend achter zijn rollator.

De gids had zich verdiept in de materie, zei hij. Zo vertelde hij ons dat er na de oorlog ook Duitsers in het kamp hadden gezeten. Ze werden daar vastgehouden door de Russen. De gids vertelde dat er maar liefst 160.000 Duitsers waren omgekomen door honger en de barre omstandigheden. “12.000”, probeerde ik hem nog enigszins ongezien toe te fluisteren, maar hij hoorde het niet, of het kon hem niet schelen. Hij vervolgde zijn verhaal met de mededeling dat in Sachsenhausen mensen vaak slachtoffer waren geweest van medische experimenten, uitgevoerd door de beruchte SS-arts Himmler. De groep leek het allemaal wel te slikken, behalve een iets jongere man, die door zijn tanden richting gids siste: “Mengele…” Gegeneerd namen we afstand van het groepje Ollanders en baanden ons een weg tussen de schoolkinderen door naar het kamp.

Het kamp is rustig, stil. Eng sereen. Ergens verwacht je een goddelijk testament van al het leed dat daar is geschied, een scheur in de grond, of íets. De menselijke getuigenis is er, in de vorm van dia’s foto’s, oude tekeningen, stukken informatie, spullen. Maar de ruim opgezette, keurige grond ligt stil en onbewogen onder alles dat daar heeft plaatsgevonden. Verlaten van mens en God in gruwelijkheden van weleer, verlaten van God in die bodemloze, stille bodem nu.

We lopen al snel naar barak 38 en 39. De Jodenbarakken. De barakken zijn goed onderhouden, mede misschien door de heropbouw na een aanslag door extreem rechts tuig in de jaren negentig. De ruimte is groter dan je zou verwachten, de stapelbedden staan keurig op een rij. De informatievoorziening is gebrekkig in de barak. Overal is informatie te vinden, maar het zijn vaak korte flarden. De lucht duizelt van neerdwarrelende fragmenten.

Een Nederlands stel passeert me in de barak. De conversatie die klassiek Hollands op ontstellend luide toon wordt gevoerd gaat iets als:

“Het doet me helemaal niks hoor hier. Het kan me gewoon niet schelen. Ik ben laatst ook in het Anne Frankhuis geweest en dat zegt me ook niets. Dan zie ik liever een goede film ofzo.”
– “Het is toch een belangrijk stukje geschiedenis.”
“Het kan me niet schelen. Hee, kijk eens wat een mooi horloge! Tsja, het is ook allemaal zo lang geleden. Hoe lang moet je er nog over doorgaan?”
– “…”
“Ach, ik moet het allemaal erg vinden natuurlijk, maar ik kende die mensen toch helemaal niet?’

Een oude vrouw, net niet doof genoeg om het niet te horen, probeert er een zin ertussen te persen, maar dat levert haar een boze blik op.

We lopen via de cellenblokken door naar het monument achter in het kamp. De grote groepen zijn bijna allemaal verdwenen, op wat Engelse schoolkinderen na. Sommigen lopen met een kaalgeschoren hoofd in een Australian trainingspak. Het monument blijkt enkel te zijn gewijd aan de politieke gevangenen in het kamp. Hun logo prijkt in veelvoud op het hoogopgerichte stuk grijs steen. De logo’s van de Joden, de homo’s en de zigeuners die daar geterroriseerd en omgekomen zijn, ontbreken. Ook Russen hechtten blijkbaar minder waarde aan de zogenaamd biologisch inferieuren, dan aan gevallen politieke gevangenen.

Door gaat de wandeling naar station Z. De gaskamers, mobiele crematoria en de executieplaats. De Britse schoolkinderen stoeien met elkaar. Sommigen lopen te roken op een plek waar de grond doorkneed is met menselijke as. Bij station Z bevindt zich wel een stukje gedegen informatie over wat station Z nou eigenlijk geweest is. Ook foto’s ontbreken niet. Foto’s van de mobiele mensenovens. Foto’s van hetgeen de Russen aantroffen op het moment dat ze Sachsenhausen binnenkwamen. Foto’s van beenderen en schedels, van stapels kleding. De groep kinderen lijkt onvermoeibaar in het kindzijn. Tot ik aan het einde van het informatiebord kom, waar – op een meter afstand van haar vrienden – een jonge moslima, stilletjes tranen de vrije loop laat onder haar hoofddoek…

Ik kan mijn ogen niet van haar afhouden, wat haar kinderlijke schaamte opwekt. Ze draait zich blozend weg en nog kan ik haar rug niet loslaten. Zonder het te weten, symboliseert ze licht in een put, waar met het menselijke oog geen einde aan te ontdekken is.

Categorieën: VC-Dees

24 reacties

SIMBA · 1 maart 2007 op 08:23

Wat een confronterend stuk! Ik dacht, heel naïef, dat iedereen onder de indruk en verdrietig zou zijn bij het aanschouwen van zoveel leed. Maar blijkbaar doet het veel mensen dus niets!
Ik heb de column met een traan in mijn ogen gelezen en vooral het einde is ontroerend.

datmensinkenia · 1 maart 2007 op 08:39

Ik liep met je mee. Deels door het feit dat ik als jood grootgebracht werd en herken dit verhal al te goed. Maar pas bij dat stukje over die jonge moslima kwam een traan. Ik kan met trots zeggen dat één van mijn lievlingscollega’s ook een jonge moslima is en wij kunnen eindeloos kletsen over de overeenkomsten tussen de twee geloven. Wij kunnen eigenlijk weinig verschil vinden en het bracht me tot de (voor sommige mensen al voor de hand liggende) conclusie dat het maar een paar boze idioten zijn die miljoenen zwartmaken met hun zogenaamde idëeen en interpretaties.

Heel erg bedankt voor dit stuk. Wij mogen het inderdaad nooit vergeten.

arta · 1 maart 2007 op 09:50

Ook ik ben onder de indruk van je column.
Onbegrijpelijk dat je gevoelloos op een plaats waar zoveel leed heeft plaatsgevonden kunt rondlopen…
Geen traan hier, wel stilte!
🙂

Nana · 1 maart 2007 op 09:59

Dees dat is het dus!. Jij hebt het op kunnen schrijven….zoals gewoonlijk. Goed.
O, enne ik was het meisje alleen stond ik toen te kotsen.

pepe · 1 maart 2007 op 11:12

Ademloos gelezen, mooi slot.
Klasse geschreven weer.

DreamOn · 1 maart 2007 op 14:36

Prachtige column Dees. Jouw Berlijn-week moet wel heel indrukwekkend geweest zijn.
Ik snap niet wat mensen in zo’n concentratiekamp hebben te zoeken als ze niets van de geschiedenis weten, of als het ze niet interesseert. En dat sommigen er op een respectloze manier mee omgaan.
Blijf dan weg!
Ik had ook niet verwacht, dat daar, op zo’n zwaar beladen plek dit soort toeristisch gedrag zou plaatsvinden. Shocking!

KingArthur · 1 maart 2007 op 15:25

Goed geschreven met wel erg trieste reacties van bezoekers. Is het oppervlakkigheid dat deze tekst nu confronterend is maar mogelijk morgen weer vergeten?

Kees Schilder · 1 maart 2007 op 16:57

Prachtig neergeschreven.Het laat subtiel zien dat er nog wel een gedachtegoed leeft onder de tegenwoordige generaties, maar dat dat geduchtegoed niets te maken heeft met mededogen en empathie. Dat dat gedachtengoed uitsluitend onverschilligheid betreft, maak je in dit stuk weer eens meer dan duidelijk.
Ik vraag mij af hoe lang ik mijn Joodse vrienden nog onder ogen kan komen, kijkend naar de debiele onverschilligheid van velen van mijn medemensen En dat alleen al is een trieste conclusie dat in jouw verhaal alleen maar versterkt wordt.

Prlwytskovsky · 1 maart 2007 op 18:31

@Dees: wat een schitterende omschreven historie.

@Kees: wat een prachtig antwoord.

Anne · 1 maart 2007 op 19:04

Je hebt het hart van Westerse agressie feilloos getroffen.

Ma3anne · 1 maart 2007 op 20:21

Dees, deze column is zo indringend en er staat zoveel in, dat ik geen woorden kan vinden om adequaat te reageren.

Meid, wat een topschrijfster ben je aan het worden.

pally · 1 maart 2007 op 20:57

Een indrukwekkend beeld zet je neer , Dees, juist door het contrast te laten zien tussen de botte onverschilligheid van de massa en de ontroering van een enkel individu. En daarmee zelfs hoop schept voor een nieuwe generatie.
Prachtig gedaan!

groet van Pally :wave:

Trukie · 1 maart 2007 op 21:27

Wat een verhaal Dees,
Even mijn indrukken op een rijtje zetten.

WritersBlocq · 1 maart 2007 op 22:07

Ik ken je een beetje. Weet, tijdens het lezen, dat het komt. En toen het kwam, [b]klaboem[/b] zoals alleen jij dat kunt.
Ja, hier ook een traan en misselijkmakende dichtgeknepen strot. Ik zal hem veel lezen en laten lezen, het staat als een monument, jouw stuk.

Li · 1 maart 2007 op 22:51

Indrukwekkend, ingetogen, confronterend. Boosheid, verontwaardiging, verdriet en een verwrongen grimas. Eigenlijk kan ik moeilijk in één woord vertellen welke emoties deze column oproept.
Werkelijk klasse!

Li

senahponex · 2 maart 2007 op 09:17

Een traan, pracht beschrevenen helaas is er niet verandert. 😥

KawaSutra · 2 maart 2007 op 18:44

Wat mij nog het meest heeft getroffen in jouw indringend relaas is de schaamte van het meisje voor haar verdriet. Onverschilligheid mag blijkbaar iedereen horen maar het tonen van emotie is iets om je voor te schamen (ja, ook hier op CX, heb ik ervaren).
En dat is denk ik tekenend voor de naoorlogse periode en zeker iets om eens goed bij stil te staan. Schaamte voor wanstaltig menselijk gedrag maar zeker geen schaamte voor het betreuren ervan want dan is de les niet geleerd.

DriekOplopers · 3 maart 2007 op 16:52

Hedonisme viert hoogtij. Zelfs onder bezoekers van zo’n gruwelijke plek. Prachtig verwoord, Dees, en het huilende meisje ontroert ook mij. Heel diep.

Ik bewonder je vermogen om zulke dingen als dit zo goed op te schrijven. Hulde, lieve Dees!

Dees · 3 maart 2007 op 21:14

Zo, wat een reacties. Sommigen stop ik in een hoofddoosje, omdat ze erg mooi zijn.

En verder, het was zo gemengd. De reacties van de kinderen, maar het waren kinderen. De reacties van de oudere Hollanders vond ik heel erg, onbegrijpelijk. Maar dat meisje dat stond te huilen…

Het stukje was er al. Ik hoefde het alleen nog op te schrijven. Bedankt voor de reacties.

Mup · 4 maart 2007 op 04:18

Erg beeldend beschreven Dees, heb me ook wel eens geergert aan reacties van jeugd bij het Anne Frank huis, maar op de een of andere manier kan ik dat beter verdragen dan de negatieve reactie van een volwassene, die zou beter moeten weten.

Ook hier het door WB ‘kaboem’-gevoel,

groet Mup.

JanBontje · 4 maart 2007 op 16:37

Beste Dees,

Een aangrijpend relaas. Wat me het méést aangreep is niet eens zo makkelijk te zeggen. De onverschilligheid van die jongeren? De misplaatste betweterigheid van die ouderen? De ontroering van dat ene, moslim-, meisje? Jouw eigen verbijstering die je, zonder het het te zeggen, zo verbijsterend helder verwoordt?

Het lijkt wel of de sjoa ‘gewoon’ is geworden en mensen net zo veel doet (of niet doet) als een debiel tv-programma van de commerciëlen…

Toch is er hoop: jij schrijft zoals je schrijft, er was dat meisje, er zijn de reacties op je column, er zijn overal anderen die zich bewust zijn van wat er is gebeurd… kortom: er is hoop!!!

Scepsis · 18 maart 2007 op 21:57

Het is idd. erg mooi geschreven. Als ik dan toch een opmerking zou mogen maken: Wat in WO II is gebeurd, valt natuurlijk nimmer en nooit goed te praten. Het ontkennen van de Holocaust is vooral het probleem van de zieke geest. Alleen door ons blind te staren op het verleden en door het in feite op grote afstand van ons te plaatsen door te denken dat er geen groter leed (meer) is dan het joodse leed in de wereld creëeren we een nieuwe situatie waarin de geschiedenis zich eerder dreigt te herhalen. Neem bijvoorbeeld het Palestijnse volk dat al 40 jaar gebukt gaat onder Israëlische bezetting. Daar komt maar geen einde aan, vooral omdat het Westen wordt gechanteerd door de staat Israël. Die het verleden gebruikt als mediawapen om onrecht tegen het Palestijne volk weg te wuiven in de publieke opinie. Dit is onacceptabel en kan niet ongestraft blijven!! De minister-president van dit land heeft het over normen en waarden, maar haalt voortdurend twee zaken door elkaar. Het verleden en het heden. Als u het mij vraagt zijn de normen en waarden van Balkenende niet groter dan een sleutelgat in een deur. Het Holocaust-museum erbij halen als er kritiek komt op de bezettingspolitiek van Israël getuigt van bijzonder weinig helderheid en objectiviteit

Dees · 19 maart 2007 op 10:02

Ik begrijp je reactie, wel. Wat ik er wel jammer aan vind is dat er eenzelfde drogredenering in dreigt , als die die je in je reactie hekelt. Als het ene leed het andere leed niet mag goedpraten, dan is het denk ik ook zo dat het ene leed het andere niet mag bagatelliseren.

Dit stukje is niet bedoeld als politiek statement, ik hoop dat je dat (ook) kunt zien.

Dank je voor je reactie Scepsis.

arta · 4 juli 2016 op 12:38

Zó prachtig, deze!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder