Mijn hoofd was als een wasmand. Wat een was! Regelmatig trof ik het ‘weer’ in de niet vertelde kledingstukken. Hoeveel oplossingen bedacht ik niet om mijn wassende hoofd leeg te maken. Sporten, zingen, met het hoofd bonken tegen de muur, overmatig drinken of slapen? Niks hielp. Tot drie maanden geleden, toen op een avond het toetsenbord brutaal met me begon te flirten. Of ik hem niet eens wilde betasten en meer van die oneerbare voorstellen. ‘Schrijf meisje, schrijf!, dan raakt je wasmand leeg’, lispelden de knoppen. Nu kan ik overal over schrijven. Voor mezelf en anderen. Meedoen aan wedstrijden. Mijn dagen zijn minder saai, want ik verzin mij de dag door. Minimaal tien onderwerpen voor een column of een blog vullen dagelijks mijn koppie. Eenmaal thuis sla ik aan het wassen. Alle bevlekte sokken komen op papier te staan; over een schroefje, de zandhagedis, porno over elk frapant moment van de dag. Schrijven? De concurrent van het orgasme.

‘Wat heb je leuke oorbellen mam!’ De belletjes flonkeren vrolijk aan haar lellen. Als ik ze van dichtbij bekijk, fronsen mijn wenkbrauwen. Mijn moeder raakt wat ongenuanceerd nu ze eenenzeventig is. ‘Mam, je draagt doodskoppen in je oren en je bijpassende horloge is ook zo lekker gothic.’ ‘Och kind, dat zag ik pas toen ik thuis kwam. Maar ze zijn wel leuk he?’ Oma gaat gothic. Zij is fantastisch verhalenvoer. Mijn volwassen zoon staat in de huiskamer als ik binnenkom. ‘He mam!’ Geirriteerd, in zijn loshangende badjas, draait hij zich snel van me af al hinkend op één been. Hij stond zijn onderbroek aan te trekken en ik had een slechte timing. ‘Doe niet zo raar jongen’, zeg ik geamuseerd. ‘Is het nou zo erg als ik een stukje piemel van je zie? Ik heb je notabene zelfgemaakt!’ Gelijk denk ik terug aan die keer dat mijn beide jongetjes naar beneden stormden, voor me gingen staan en hun broek lieten zakken. ‘Mam, wie van ons heeft nou het meeste schaamhaar?’ Ze waren twaalf en veertien. Mijn eigen maaksels, mijn levende fruithapjes, wat vormen ze een overheerlijk schrijfmenu.

Mijn werk, familie, collega’s, vrienden, ex-vriendjes, verleden, dromen, frustraties en alle andere dingen die ik op een dag zie en ervaar zijn niet veilig voor mijn schrijverij. Toch zit ik voorlopig nog in het klasje. Leren zal ik, boeiend schrijven als geen ander. En daar ligt nou net het euvel en ook de nerveuze uitdaging. Er zijn zo verschikkelijk veel mensen die goed kunnen schrijven. Op zoek naar schrijf-sites zakt de moed mij in de schoenen. Moet ik daar over heen? Moet ik strijden met Merel, Phoebe, Trawant, Arta, Mien, Jos, Saskia en ook Daphne? Een ‘pfffffffff’ ontsnapt aan mijn lippen. Gelijk word ik bestraffend doch aanmoedigend toegesproken door Wouter, mijn grootste schrijfliefde ooit. ‘Schrijven jij, kreng, want ieder heeft zijn eigen stijl, jouw angst is onterecht!’ Hij heeft gelijk. Hij licht me verder in. ‘Tien onbekende schrijvers op een rij met hetzelfde schrijfniveau. Wie valt het meest op? In het oog springen doe je door te netwerken, Wendy. Door jezelf te linken met de van-alles-en-nog-wat-sites.’

Oké, I’m inn! Ik stuur een column of een blog naar de verschillende sites. De eer en soms zelfs een geldprijs. Zo’n prijs is voor de mooiste blog van één van de leden; een onbekenderik in schrijversland. Ik vertrouw er op dat het inderdaad om onbekenderikken gaat en dat de prijs niet opgestreken wordt door, bijvoorbeeld, een Daphne Deckers. Weet jij veel welk een last zij van de crisis heeft! Misschien worden haar columns steeds minder afgenomen, heeft ze al weken geen zakgeld meer gekregen van Richard dus dingt ze naar de eer en die honderd euro. Haar naamsbekendheid de doorslag.

Onwaarschijnlijk? Waarschijnlijk wel. Maar ik was wel ontzet toen ik hoorde dat Heleen van Royen een prijs uit mocht reiken aan nieuw onbekend schrijftalent. De winnaar? Pepijn Bierenbroodspot. Pepijn (is Hamelen niets voor hem?), die al jaren het programma ‘Reportage’ presenteert. Die al zo lang redacteur is. Die zijn pen hanteerde voor World Trade Centre Business Magazine en zo kan ik nog wel even doorgaan. Onbekend nieuw schrijftalent, mijn neus! Wat een takkestreek of moet ik zeggen takkeNstreek! Die ellebogerij, die haaien in medialand, zo ook helaas in schrijfland. Mijn ingezonden columns naar verschillende kranten en magazines waren niet overtuigend genoeg. En gelijk hebben ze, ik was wat overmoedig. Maar toch raak ik weer in de war als ik een tekst van (één van) Metro’s columnschrijver, Jacqueline Veldman lees. Van haar stukjes krijg ik plaatsvervangende schaamte, werkelijk waar! Wat een theekransgeleuter schotelt zij de lezers voor. Hoe zij ooit binnengekomen is bij het openbaarvervoerkrantje, is mij een raadsel. Ik beloof stellig dat ik leer om beter en boeiender te schrijven. Maar het is misschien niet genoeg. Zal ik een pseudoniem aannemen, die van Lidwientje Walg? Dat kleurt leuk bij Pepijn Bierenbroodspot: ‘Kunt u mij de weg naar Schrijversland vertellen meneer’


5 reacties

KawaSutra · 6 april 2009 op 23:35

Haha, leuk. Maar wel wat lang. Eigenlijk zou je dezelfde boodschap over moeten kunnen brengen in de gemiddelde column-lengte. En dat is m.i. één A4 met lettergrootte 10.
Overigens vond ik in dit geval de lengte niet zo’n bezwaar want het leest lekker weg, biedt in zekere mate herkenbaarheid en heeft een erg leuke uitsmijter.

Ma3anne · 7 april 2009 op 09:53

Schrijven als uitlaatklep is een prima bezigheid. Daar had je vroeger de dagboeken voor en tegenwoordig de blogs. Kind kan de was doen.

Maar schrijven op een schrijverssite is toch net effe anders, denk ik. Daar verwachten de lezers net iets meer dan dat iemand enkel alles van zich afschrijft.

Naar mijn idee heb jij het helemaal in je om bij de uitstekende schrijvers te gaan horen.
Tip: probeer je gedachten tijdens het schrijven een beetje in de hand te houden en probeer je daarbij te beperken bij wat je allemaal aan de orde stelt in je stukje. Nu rollebolt er te veel over de lezer heen en is de tekst te lang.

Mien · 7 april 2009 op 13:47

Leuk dilemma zet je neer.
Van mij krijg je de eerste prijs.
En daar valt niet over te twisten.

Mien (drijft altijd de spot met bier en brood)

maurick · 8 april 2009 op 07:53

Op zich is het een leuk onderwerp om over te schrijven, alleen heb je ’t wel erg lang gemaakt. Mijn aandacht nam af na de 2de alinea.
Jammer…

LouisP · 8 april 2009 op 12:35

Hoi, W.
dit stuk heb ik eerder gelezen, ik denk op je site, en ik denk nu wat ik de eerste keer ook dacht.
Je kunt heel goed schrijven alleen ligt het er zo dik op dat je veel wilt bereiken in de schrijvers wereld. En je zet je eigen persoontje nogal in het centrum van alles.

groet,
L.

Geef een antwoord