Apache

Kogels schieten door de lucht. Waar ben ik nu weer aanbeland? Ik zijg door mijn knieën en hou de deurknop van mijn rode telefooncel angstvallig vast. Gelukkig is mijn telefooncel onlangs gereviseerd en voorzien van dubbelglas. Teruggeworpen in de tijd komt dit nu extra goed van pas. Het lijkt wel oorlog.

Ziekenhuissluipers

Stevige witte schoenen dragen is verplicht als je leerling-verpleegster bent. Ook moeten er zachte zolen onder die degelijke schoenen zitten, zodat je niet de hele dag en zeker niet in de nacht, vrolijk rondklikklakt door gangen, zalen en spoelkeukens. Die zachte zolen vind ik wel logisch. Als patiënt wil je je niet in een tapdansgelegenheid wanen. Erg charmant staan die witte dingen niet, zeker niet bij mijn te dunne benen.

Bezetenheid

Ze had het helemaal voor elkaar. Haar nieuwe identiteit, de ruime woning met praktijkruimte en de enorme kluis met vakverdeling.
Naast de voordeur prijkte het strakke naambordje “Dr. E. Vrijuit”. Ze was dol op anagrammen.
Het was een briljant idee geweest om zich op te geven voor de schrijfcursus “Biecht maar op”. De ideale manier om bosjes gefrustreerde figuren te leren kennen. Iedereen had in de loop van de cursus zijn bekentenis aan het papier toevertrouwd. Het waren afschuwelijke verhalen.

Pindaduifclub

Vreemde ogen turen mij. Waar ben ik nu weer aanbeland? Een penetrante lucht dringt door in mijn neus. Een weeë combinatie van fruit en urine. Meer kan ik er niet van maken. Het nitriet slaat nu ook op mijn ogen. Nog net kan ik een flinke niesbui onderdrukken als ik plots luid getrompetter hoor. Het trompetgeschal doet me denken aan de olifanten uit een ouwe Tarzanfilm.