Het leven lief

Mijn vierde chemo, appeltje eitje, niet dus. Bij het einde van de lege zak aan de haak kreeg ik al krampen in de spieren en mijn handen gingen zich al weren tegen de aankomende botpijnen, allemaal bijkomstigheden van een chemo die je krijgt. Ach niet zeuren maar gewoon laten gebeuren. Op de trap naar beneden vroeg ik al waar de auto nou precies stond want het lopen begon al slechter te worden. Het voelde aan alsof ik een stel ananassen onder mijn surfplanken had gebonden, prikkende spieren en krakende en pijnlijke botten.

Zoals het klokje thuis tikt…

Het is Zaterdagmorgen, mijn vader leest de krant en mijn moeder zit aan de ontbijttafel haar ochtendhumeur de baas te worden. Ik speel wat met mijn boterham als mijn vader opeens de stilte verbreekt. “Vossie, weet je wie er dood is?” Mijn moeder kijkt van boven haar theeglas mijn vader aan en zegt bijna automatisch “Wie zijn kont koud is.” Het is het standaardantwoord van mijn moeder maar opeens dringt het tot me door wat ze zegt.

Lieve mevrouw uit Marokko

Ik weet niet hoe u heet. Weet ook niet wie u bent. We hebben elkaar ontmoet op zaterdag 9 april. Het was rond kwart over twaalf en we zaten samen in de wachtkamer van de huisartsenpost. Als enigen. U staarde me verdrietig aan en zei dat uw man in de Ridderhof was neergeschoten. Ik geloofde u niet. Dacht dat u in de war was. Twee schietpartijen in korte tijd, dat kan toch helemaal niet in ons dorp?
“Echt waar”, fluisterde u aangeslagen.