Stil verdriet bestaat niet

Oké je was al ziek, je hebt zwaar longemfyseem en je bent pas 51, je hebt een zwaar gevoel voor humor dat gelukkig bij ons in de familie zit anders waren wij nu allen een brok wrakhout aaneengeplakt, verbonden door het natte water van de tranen die wij huilden toen wij deze week hoorden dat jou laatste jaar was ingegaan.

Uit de praktijk van Onderzoeksbureau Jansen&Janssen

Ben op weg naar ene meneer van der Hoksenkeetel. Of ik even bij hem langs wilde komen:
‘U bent toch die privé-dective?,’ vraagt hij door de telefoon. Zijn bekakte stemgeluid doet mij huiverend vermoeden dat zijn voornaam FLoris-Jan moet zijn. Of Hein-Jan. Of Taco-Gerard.
Dus rijd ik nu richting Gelderland. Halverwege zie ik een optimistisch bord langs de kant van de weg: “het toeristenseizoen gaat ook in de winter door.”

Donker

[b]V[/b]erdwaasd staat ze al enkele minuten in de keuken om zich heen te kijken. “Wat ging ik hier ook alweer doen?”, vraagt ze zich af. Oh ja, ze ging brood ontdooien voor de lunch. Bij het openen van het vriesvak, slaakt ze een verrukt gilletje. “Dus hiér ligt ‘ie!” Al dagen had ze op handen en knieën haar hele huis doorzocht, op zoek naar die prachtige, solide gouden armband.

Een oud liedje en het rechtstelsel verkracht!

Even met Frans Bauer gebeld. “Goedemiddag, Oplopers hier. Heb je even voor mij? Draag je weleens kleren van de C&A?” Doodse stilte aan de andere kant van de lijn. Dus ik vervolgde: “Want jij hebt toch een half jaar je bek moeten houden wegens knobbeltjes op je stembanden? En die Jantje Smit, die staat toch in ieder bushokje te poseren in kleren van C&A? En nu moet ‘ie toch net als jij een half jaar zijn bek houden van de dokter? Daarmee is toch het bewijs geleverd dat die kleren van de firma Brenninkmeijer slecht zijn voor de stem?”

Faalangst

Vrolijk babbelend met Bram sta ik af te wassen. Hij zit achter mij op een stoeltje en vertelt hele verhalen over school, vriendjes en andere dingen die hem bezig houden. “Mag ik daar eens in kijken, mam?” Ik kijk om en zie hem wijzen naar een mandje, op een plank aan de muur. Het is gevuld met allerlei kleine dingetjes. “Tuurlijk, jongen,” is mijn antwoord, terwijl ik weer verder ga met de afwas.