Een Winterse Liefde. (1)

De STIMEZO-kliniek lag een paar minuten lopen van het treinstation. Het leek een gewoon huis in een betere buurt. Onderaan de stenen trap bleef ik even staan. Twee deuren op één portiek. Een bescheiden naambordje wees me waar ik moest zijn.

Over de neus

Sommige mensen steken hem overal in. Ja, de neus, het meest overschatte deel van ons lichaam. Hij komt voor in diverse maten en kleuren. Soms neemt ie een loopje met de bezitter. Hij laat zich niets wijs maken. O nee. En ojee, als je hem probeert te nemen. Ja, die neus. Daar is ie niet van gediend. En ook niet van geportretteerd. Ook al staat hij meestal in het midden. Dat verschrikkelijk portret.

Bij de nonnen op de schoot

Ik hield niet van de kleuterschool, ook niet van de kleuterschool in de Stokerstraat in Oostende. Vijfendertig kleuters in een vaalbruin geschilderd lokaal met vochtige groene vloertegels en angstzweet op de ruiten. IJskoud in de winter, snikheet in de zomer. Stilzitten met onze handjes op de tafel. Bij de speeltijdbel, twee rijen samengeknepen billetjes. Vaak kwalijke geurtjes ondanks het feit dat wie naar de kleuterschool ging, zijn sluitspieren onder controle moest hebben. Pampers bestonden nog niet.

Ongewenst maar niet vergeten

Voor me aan de balie staat een dame, die in onbegrijpelijke taal in haar telefoon kwettert. Uit haar tas pakt ze een ziekenhuiskaartje en een doktersverwijzing. “Ik komen voor babyweggooi,” meldt ze tussen haar telefoongesprek door tegen mij. Licht gegeneerd pak ik haar kaartje en de verwijzing aan, maak de papieren in orde en nodig de dame uit tot plaatsnemen in de wachtkamer.

Een retourtje Aarde

De hoeveelheid adrenaline die je door je lichaam voelt gieren tijdens een ritje in de Goliath achtbaan in Walibi is onbeschrijflijk. Toch is dat niets vergeleken met de adrenaline die je voelt tijdens het observeren van een zwangerschapstest die tergend langzaam een positieve uitslag geeft. Ook de blijdschap die daarop volgt is met geen pen te beschrijven (vooropgesteld dat je je geweten niet meteen hoort roepen : ‘Van wie?’ Met een zuivere blijdschap keek ik vol bewondering naar mezelf in de spiegel. Wat was ik mooi!