De nacht van het boek

Noodsignaal, noodsignaal. Alarm rood. Alarm rood. Beschrijving situatie. Man ligt voorovergebogen met hoofd op tafel. Vlak bij zijn hoofd staat een fles goedkope whisky. Naast en achter hem staan wat ongeruste verwarde mensen. Iedereen is stijlvol gekleed. Sommigen een beetje overdone.

De laatste traan

De zware schuifdeur slaat dicht met een klap.
“Schiet eens op! Je moet voor drieën met die grafstukken bij de kerk zijn!”, zegt Henk, tikkend met zijn wijsvinger op zijn pols.
“Jahaa! Ik moet de adressenlijst toch hebben, of niet dan?!”, roep ik geïrriteerd terwijl het schelle geluid van de telefoon mijn irritatie, bij elke klank, vergroot.
“Daar schele, bij de fax, voor je neus!”, roept Henk vanuit de werkplaats.
“Ja, ja, ik zie hem al!”.

Geloof met mate

April 1983
Een sympathiek drietal presenteert zich op het moment dat ik de deur opendoe. Ik wrijf snel de laatste traan weg uit mijn gezicht en inspecteer, één voor één, de drie gezichten voor me.
“Dag mevrouw, bent u geïnteresseerd in wat bijbelse tijdschriften?”, vraagt de man op de voorgrond met een vriendelijke, charismatische lach.

Nijtram in rood neon

De oproep is heel dringend. Alle alarmbellen gaan af. Snel spring ik in mijn TARDIS en tik snel de coördinaten in die mij naar de onheilsplek moeten brengen. Ik schiet langs duizend sterrenstelsels en druk vol op de rem als ik op mijn monitor de Melkweg voorbij zie flitsen. Hier moet ik zijn. Een oogverblindende zon heet mij welkom. Wat kwam ik hier ook alweer doen? De plek waar ik me begeef heeft niets van een Melkweg. Het zicht is belabberd. Komt vast door de absorptienevel.