Wat voor beest ben ik

Schuilt er een schurk in mij, een psychopaat wellicht? Een vraag die me zo af en toe bezighoudt. Met name met vier mei. Als we de wandaden van notoire snoodaards herdenken. Mooie woorden vind ik dat; snoodaard en wandaad. Woorden uit een lang vervlogen tijd. Toen belhamels nog kattekwaad uithaalden.

Nyanga – Brackenfell

De zon verschuilt zich nog achter de Hottentotshollandse bergtoppen, maar het is al licht, als in een klein wit stenen huisje een wekker afloopt. Zoals iedere doordeweekse ochtend om kwart over vijf. Monica glijdt de wereld der ontwaakten binnen. Een gewone dag, die begint met wassen, tandenpoetsen – het huisje kent de weelde van stromend water – en aankleden. Dan fluistert ze haar twee kinderen uit dromenland. Met een landerige onbekommerdheid, die kleeft aan mensen die vertrouwen op Gods voorzienigheid, vervolgt Monica haar ochtendritueel en om zes uur lopen drie frisse mensen over de stoffige onverharde straten van Nyanga.

Wat stelen Kiekendieven

Hoe goed zijn Slechtvalken, wat stelen Kiekendieven, welk geluid maakt een Oehoe en is een Paradijsvogel per definitie een mannetje, of zijn er ook nog andere radijsvogels? Dom zit ik naar de monitor te staren en stel me zelf deze vragen zonder er eigenlijk een adequaat antwoord op te verwachten.

Pepe

“16-jarig meisje verdachte van tientallen inbraken“, toont het krantenartikel onder mijn gepelde mandarijnschilletjes.
“Waar gaat het toch heen met de jeugd”, mompelt het, mij onbekende, fossiel dat noodlottig naast me is komen zitten, terwijl ze luidkeels kauwend haar boterham verwerkt.