Mijmerend over de tijd die eens was

Geen van mijn grootouders zijn meer in leven. Gelukkig heb ik ze wel alle vier gekend. Ik heb ze meegemaakt als hardwerkende burgers, traditioneel in mijn tijd. De opa’s waren hard aan het werk buitenshuis, om voor oma en de vele kinderen de kost te verdienen. Mijn oma’s bleven thuis, even hard aan het werk. Voor hen was hun gezin het belangrijkst. Er was geen internet, geen mobiele telefoon. Zelfs tv was niet altijd vanzelfsprekend. Het leven was overzichtelijk. Hoe zal dat voor ons zijn? Met een vriendin stel ik me voor hoe wij over veertig jaar tezamen in huize Avondrood vertoeven.

Ramkoers

Vrouwen geramd door mannen. Een veel voorkomende uiting van genegenheid en toewijding. Losse bouwvakkerhandjes. Het op regelmatige basis in elkaar beuken van degene waarmee je eens voor het altaar geknield lag. “Ja”, sprak hij omfloerst terwijl omstanders van de warme en koude kant hun ogen depten. En dan volgt, wat later, het moment dat hij dagelijkse probleempjes gaat oplossen middels slag- en trapwerk. Jij, als lieveling in voor én tegenspoed, verschijnt tragisch onherkenbaar in het straatbeeld. De hufter.