Tussenstop

Nog napuffend plof ik neer op een bankje in de stoptrein naar Eindhoven. Voordat het voertuig snelheid heeft kunnen maken staat het alweer stil. Station Vught. Meestal raas ik hier in sneltreinvaart voorbij, maar vandaag heb ik uitgebreid de kans het mooie gebouwtje te bekijken. Mijn oog valt op een paar missende stenen die de smetteloos witte muren lijken te onteren. Het is een plaquette:

Vaginaal ei

Schijten met een stuk chocola in je giechel, neuken met een vaginale schimmel, gluren naar de buren en alleen tegen dichte gordijnen aan kunnen kijken. Kijken naar het programma ‘Het spijt me’ in de hoop dat de man met de bloemen tegen een dichtgesmeten deur aan moet kijken na een hartgrondig nee, zonder dat mee te mogen maken. Een brief van je lief vinden, gericht aan Robert ten Brink, vreselijk lief, alleen al maanden oud en nooit verstuurt.

Onder Nul , kroniek van een reparatie – Slot

‘En wat nu.?’
‘Tja, ik heb alles aan hoofdkantoor doorgegeven en ze bellen voor een afspraak.’
‘Bellen.!?
‘Wat ik wél voor u kan doen.’
Hoopvol richt ik me op
‘Ik kan het filiaal vragen of ze voor u een vriezer aanzetten.’
‘En dan.. ?
‘Dan gaat u met de inhoud van uw vrieskist naar de winkel en doet u het zolang daarin.’

Depressief

Heel alleen sta ik hier in de stromende regen. Geen sterveling die zich om mijn lot bekommert. De hele wereld laat mij links liggen. Mijn populariteit was al enige jaren tanende, maar de afgelopen tijd is er helemaal niets meer van over. Mijn intenties zijn nog immer dezelfde als voorheen, maar niemand wil meer iets met me te maken hebben. Ik voel me zo nutteloos en eenzaam. Het wil maar niet stoppen met regenen.

Wat beschrijven we vandaag?

Vanochtend dacht ik ‘’wat zullen we vandaag weer schrijven?’’ Iedere keer probeer ik weer een leuk stukje uit mijn toetsenbord te laten komen. Dus toen ik over de onderwerpen des levens nadacht, dacht ik opeens waarom schrijf ik niet een stukje over; waarom ik nou eigenlijk schrijf.