Een ferme vlakke hand

Soms heb ik het gevoel dat ik een oude bejaarde man ben in het lichaam van een jonge god. Mijn bovengemiddelde voorliefde voor het doen van een middagdutje en het gevoel van warme pantoffels rond mijn voeten draagt daar zeker aan bij. Kon ik vroeger moeiteloos een week lang doorhalen in de kroeg, disco of ander etablissement, de volgende vroege ochtend fris en fruitig mijn bed uitstuiteren om dezelfde avond weer aan te sluiten in de polonaise, tegenwoordig heb ik er minstens twee dagen voor nodig om bij te komen van 5 pijpjes Desperado. Ik heb er gewoon geen fut meer voor. Ik vind het allemaal wel best. Een heersende opvatting die ik wel vaker bespeur bij mijn gabbers in het bejaardentehuis.

Verandering

“Doe es normaal man.”
Zelden is er in het nieuws zoveel ophef geweest over een opmerking tegen de Minister President. Tuurlijk is het raar als een volwassen man met peroxideblond haar zo’n amicale brutale mond opentrekt tegen de belangrijkste man in de Tweede Kamer. Zelfs als deze man een 41 year old virgin is die nog elke avond bij zijn moeder aan tafel schuift. Lang geleden, toen de Tweede Kamer nog gevuld was met grijze heren in driedelig grijs of blauw en de Minister President nog met excellentie of iets anders gewichtigs aangesproken diende te worden, haalde men het niet in het hoofd om zoiets verderfelijks te zeggen.

Zonder pit

Na het late zaterdagontbijt, het spellen van de krant en veel sterke koffie, moet ik eraan geloven. Nog wat laatste boodschappen halen voor het komende weekend, met eters op zondag. Het naburige stadje is maar een paar kilometer verder op. Dus zo’n ramp is dat niet.

Zoiets moois heb ik nog nooit gelezen, zegt ze, en ik smelt

Een schrijver zoekt publiek. Er moet een reactie komen. Een lach, dat is altijd fijn, een traan dat is een fraaie beloning of een vloek, dan heb je het echt bont gemaakt. Iemand moet lezen wat je hebt geschreven. Publiceren is dus een must. Een krant of een boek, een tijdschrift of een affiche: de letters van je tekst moeten te lezen zijn. Je moet gelezen worden.

De dood of de gladiolen

Het wielerjaar begon zo mooi. Al vroeg in de lente kon ik met mijn maten goed doorkachelen. Lekker linkeballen en dan vanuit de zetel de sprint aangaan, zodat je met een straat voorsprong bij het dorpscafé arriveerde. Maar al snel verschenen de onvermijdelijke toerfietsers op het asfalt. Als echte renner ga je dan erop en erover. Vooral als het babyboomers zijn. Dat ze niet zelf trappen en een motortje het werk laten doen, is nog tot daar aan toe. Nee, die geriatrische nozems blijven stug met zijn tweeën of zelfs drieën naast elkaar rijden. Eigen gezelligheid eerst.