Aftuigen

Vriendin vraagt of ik naar de manege wil gaan om haar dochter te helpen met het paard af te tuigen (??) ‘Is goed’, zeg ik. ‘Heb jij dan een end hout voor me?’
Ik kan nog net een bord ontwijken dat zij mijn naar m’n hoofd slingert, dus vlucht ik voor alle zekerheid maar naar mijn stamkroeg.waar gelukkig geen paarden zijn, als je de opgezette kop niet meetelt die kroegbaas als trofee aan de muur heeft hangen.

Houtsnippers komen van Mars

Ik stel me voor dat je nu tegenover me zit.
Diep ontspannen, alle zorgen vallen als dode bladeren van je schouders.
Een wijntje, biertje, peukje, blowtje, snuifje.
Je lurkt, nipt, slobbert, zuipt.
De open haard raast en buiten knettert de wind.
Tijd voor een verhaaltje.

Koffiedik

Zo te zien ben ik niets vergeten. Op de kerstkaarten na, zijn alle sporen van de feestdagen uitgewist. De kerstboom ligt naakt op straat en de kerststerplanten heb ik uit het raam geplukt. Het eerst zo keurig verpakte nieuwe snoer met kerstlampjes propte ik in het, niet meer passende, doosje en vervolgens legde ik de ballen, de klokjes en de engeltjes in de watten.

Kerst 1988

Vrolijk kwetteren de kinderstemmetjes naast haar. Vier en acht zijn ze, haar dochter en zoon. Ze helpen mama met het vasthouden van de kerstboom, die over de bagagedrager en het stuur ligt. Mooi boompje. Met kluit. Mocht ze komen uitgraven bij kennissen, die het achter in hun tuin vanaf vorig jaar in leven hadden weten te houden. Geld voor een andere boom heeft ze niet.

Clown

In de supermarkt staat een clown.
Veelkleurige lapjesjas, grote zakken, bretels en lange schoenen. Een clown buitendienst want hij vermaakt niet maar doet boodschappen. Dat wil zeggen, mevrouw clown doet boodschappen. Zij, slechts gekleed in burgermanskleren, maar een verdwaald half maantje op haar wang, pakt op aanwijzingen van meneer clown de boodschappen.