Hamsterweken
Je kent vast die reclame wel van de Albert “oh, wat hebben we een gein” Heijn, met die rennende hamsters. Hamsterweken, met reclames die weet ik veel zo veel goedkoper zijn.
Je kent vast die reclame wel van de Albert “oh, wat hebben we een gein” Heijn, met die rennende hamsters. Hamsterweken, met reclames die weet ik veel zo veel goedkoper zijn.
In een Rotterdamse snackbar kwam een man vorige week tussenbeide bij een ruzie. Een paar minuten later lag hij neergestoken op de stoep voor de patatzaak. Om hem heen verzamelde zich een grote groep van wat de politie ‘opgeschoten jongeren’ noemt.
‘Ga maar dood,’ riepen ze tegen het slachtoffer en ze lachten. ‘Ga maar dood.’
Mijn wereld bestaat uit niets, niets meer dan ijskoude tocht die langzaam een weg naar mijn botten zoekt. Mijn nachten breng ik door in een kraakpand dat ik enkele weken geleden ontdekt heb. Ik bezit een matras dat al door meerdere mensen gebruikt is voor liefde, voor rust en voor vluchtige seks. Een tweedehandsje zoals men dat noemt. De urinevlekken en het versleten uiterlijk doen me niets.
De meeste tijd leven Carla en ik een beetje met het geluk mee, dat wil zeggen dat wij geen enkele planning hebben, maar de dag laten komen zoals hij is en die dingen aanpakken waarvan wij denken dat ze leuk zijn. Op zich geeft dat wel een kleurrijk bestaan, maar je moet er wel tegen kunnen.
Mijn pa hangt zo goed en zo kwaad als het gaat in een rolstoel. Dik ingepakt in zijn winterjas, sjaal en pet. Mijn dochter duwt de rolstoel en ik loop ernaast met zijn rollator, die mee naar huis moet. Pa mag het ziekenhuis verlaten. Kan nog niet op zijn benen staan, zo beroerd is hij nog, maar te goed om opgenomen te blijven volgens de artsen. Geen plaats meer in de herberg voor een oude gekneusde man.