De herinnering blijft
Ja, naar Amsterdam. 020. Ajax-city. Mokum. De stad die doet of hij een havenstad is. Waar de laatste matrozen in dat lied van Jacques Brel bralden. Waar ze vroeger al tegen bierkaai vochten.
Ja, naar Amsterdam. 020. Ajax-city. Mokum. De stad die doet of hij een havenstad is. Waar de laatste matrozen in dat lied van Jacques Brel bralden. Waar ze vroeger al tegen bierkaai vochten.
Zit met mijn medewerker, meneer Froc, in de auto op weg naar een klus in Putten voor ons onderzoeksbureau.
“Het criminele centrum van het universum,” zoals meneer Froc, Putten noemt. Zelf zou ik het liever het gristelijke centrum van het universum noemen wat overigens hetzelfde is maar dat terzijde.
Op dit moment staan wij stil in een file.
‘Waarom staan wij stil?,’ vraagt meneer Froc.
‘Omdat er een ongeluk is gebeurd, vòòr ons.’
‘Ongeluk? Het is maar hoe je het bekijkt.’
Langzaam liep zij het fietspad af, de fiets in haar ene hand en haar mobieltje in de andere hand “Geen bereik, lekker dan hier in de middle of nowhere”, mompelde zij. Haar blik dwaalde rond en al wat zij zag was weiland, bos aan beide kanten en dat verschrikkelijke lange fietspad dat midden tussen de bossen aangelegd was. “Welke knakker deze route heeft uitgevonden krijgt van mij dus nooit meer een uitnodiging voor een feestje”, bromde zij voor zich uit.
Dag 226: Ik weet niet waar het aan ligt: zijn de Tilburgers nou zo anders of oefen ik een bepaalde invloed uit op de Brabantse medemens? In een maand tijd zijn er al vijf mensen tegen me aan gaan praten. Een voorbeeld: vandaag vroeg een man mij zomaar uit het niets hoe ik heette (waar ik nog wel antwoord op gaf) en vervolgens waar ik woonde, waarop ik maar gauw zei: “Doeg Mohamed!” (zo heette de man, vertelde hij).
De dieetsoep van Anna stond te dampen terwijl Kees zijn stoel driftig aanschoof aan de tafel. Vanaf dat hij thuisgekomen was had hij geen woord gezegd tegen zijn vrouw, alleen stom voor zich uitgekeken. Vrouwlief kende ondertussen die buien van meneer wel en ging er niet eens meer op in.
“Weer bonje op je werk over die promoties?”
“Nee, verre van dat, het was zelfs gezellig op mijn werk. Er is een nieuwe vrouw komen werken bij ons op de afdeling, een lekker ding.”