Ga eens bij jezelf naar binnen

Ontspannen loop ik de yogazaal binnen. Voor de tweede keer. Vorige week voor het eerst.
Voor een meditatie cursus.
Twee leraren staan zachtjes te praten. Eén van de twee ken ik van vorige week. De ander is kennelijk nieuw, vorige week was het een andere leraar. Dus stel ik mij voor.
‘Wij kennen elkaar al hoor’, zegt hij lachend. Dan herken ik hem ineens. Hij heeft een volledig kaal hoofd. Vorige week hing het haar nog op zijn schouders. Misschien teveel gemediteerd.

Verlostang

Co-column geschreven door Mien en LouisP

“Eén dezer dagen ga ik er mee kappen, dat kutwerk hangt mijn voeten uit”, roept Piet met klem.
“Arggh … ik walg van schuttingtaal, waarom neem je toch altijd zondig vlees of onze lieve heer in de mond, daar waar onvrede ontluikt?” antwoordt collega Jan, zijn billen dichtgeknepen.
“Maar Jan, ik zie hier geen probleem, het gebruik van een rein geslachtsorgaan, uitgezonderd dat van de heer, is toch niet zondig?”

Als ik de wereld kon maken

Wachten is zalig, vond opa. Voorlopig vind ik vandaag echter nog interessanter dan morgen. Al was het leven een catalogus waaruit ik plaatjes mocht aanwijzen. Eerst het rode jurkje, dan Alexander en achter ons een weg zonder einde.
Alexander is de jongen die ik voor mezelf heb uitgekozen. Omdat ik droom van een jongen die leeft als een geflipte Jack Kerouac. Heimelijk vind ik de ‘a’ trouwens een mooie [i]tabula rasa [/i] letter. Ze is als eb en vloed, yin en yang, wit en zwart en [i]at least[/i] leent ze zich uitstekend tot gillen. Mannen kijken graag naar gillende meiden, vrouwen halen er hun überintrigerende roddelstof vandaan.

Curacao

10 November, we landen op het Caribische eiland Curaçao.
Nog de traantjes in de oogjes van ons zware afscheid van de geliefden, de stijve benen en nog steeds in het bizarre dubio of die kip in het vliegtuig nou naar rubber of leer smaakte, zetten we voet op vaste bodem.

Bestuurlijke Vernieling

Even met het stadhuis van Kampen gebeld: “Goedemorgen, Oplopers hier. De burgemeester in de buurt?” Maar nee hoor, ik kreeg de burgemeester niet zomaar aan de lijn. Ik werd doorverbonden met de stadhuiswoordvoerder, die mij danig aan de tand voelde of ik soms van De Stentor was. Zo’n behandeling wenst ik niet te pikken, dus ik bromde: “Dat mochten ze willen bij De Sentor, zo’n topcolumnist. Ik schrijf voor ColumnX!”