10 November, we landen op het Caribische eiland Curaçao.
Nog de traantjes in de oogjes van ons zware afscheid van de geliefden, de stijve benen en nog steeds in het bizarre dubio of die kip in het vliegtuig nou naar rubber of leer smaakte, zetten we voet op vaste bodem. De tropische sfeer klapt in ons gezicht en we mengen ons in de lange rij voor de paspoort controle. Na 5 keer gapen en 3 x elkaar proberen te attenderen dat er een leuke meid in de andere rij, een van ons van wenkbrauw tot losse schoenveter observeert, zijn we eindelijk aan de beurt. Met een lieve glimlach en een knipoog dachten we zo klaar te zijn, maar aangezien je in elk land een adres moet opgeven waar je gaat verblijven voordat je er daadwerkelijk ingaat, moesten wij dus eventjes plaats nemen tegen de blauwe muur naast 3 andere mensen die er ook niet al te vrolijk uitzagen. Lekker begin.
We waren van plan om het land in te stappen en gewoon te gaan zoeken naar een verblijfsplaats. Mevrouw van de immigratiedienst dacht daar anders over.
Na een half uur a 3 kwartier te hebben gewacht, kwam er een vrouw aan die ons wel even wilde spreken over wat onze plannen precies waren op Curaçao. Wat kan je nou precies antwoorden op zo´n vraag, als je zelf geen idee hebt waar je die nacht gaat slapen? Toch echt vertellen dat je zelf ook geen idee hebt wat het plan is, maar wel dat je binnen de 3 maanden die de stempel in je paspoort toestemming geeft om maximaal te verblijven, weer vertrekt.
Daar dacht deze mevrouw ook anders over. Dus de enige optie was een boek te vragen waar wat hotels instonden, daar een nacht te boeken en die vervolgens als adres op te geven. Zo gezegd zo gedaan.
Wij richting de uitgang met onze backpacks om is even te kijken hoe we dan wel niet bij ons geliefde hotel zullen komen. Maar aangezien je de afgelopen 10 uur niet heb kunnen roken, besloten we toch maar even te gaan zitten op de rand van een fontein en lekker van het warme weer en een sigaret te genieten.
Met onze duizelige kop zagen we een zwerm overactieve taxichauffeurs op ons afvliegen die wisten dat wij voor het eerst daar waren en dus ook wisten dat wij ons budget ongeveer willen halveren voor een taxiritje van 10 minuten naar het centrum. Met je goeie gedrag word je door de sterkste taxichauffeur ongeveer opgetild en in zijn auto gefrommeld. Je laat het allemaal lekker over je heen komen en je plakt je wang en oor tegen het raam en geniet van het rustige hobbelige ritje naar je hotel.
Aangekomen bij het hotel veeg je je slijm van het raam, betaald de iets te vriendelijke taxichauffeur ongeveer zijn maandsalaris en begeeft je naar de receptie.
In ons geval, zat daar een mevrouw die duidelijk last had van overgewicht en overdreven van de frisse lucht van haar ventilator zat te genieten. Na daar een iets te lang ogenblik naar hebben gekeken, had zij ook door dat er 3 jongenmannen haar zweetdruppels aan het tellen waren.
We kregen zeer spoedig een sleutel van de kamer en dumpte onze tassen op bed en we lieten ons synchroon achterover vallen op het iets te harde bed. Ik gaf de airco 3 kansen om aan te gaan als ik op het knopje drukte, maar met een goeie klap op de zijkant wilde het opeens wel.
We hebben besloten om een biertje te drinken op het balkon en morgen te gaan zoeken naar een andere slaapplaats en Willemstad te verkennen.
Willemstad is een kleurrijk stadje waar de ingang van de haven dwars door het centrum heen boort. Deze ingang heeft 2 bruggen, de eerste brug is een loopbrug die over zijn gehele lengte 90 graden draait en word aangestuwd door een dieselmotortje als er een vrachtschip langs moet en de 2e brug is een 65 meter hoge brug waar de auto´s overheen en de schepen onderdoor kunnen. Als er weer is een containerschip langs moet, is even alle aandacht op dit ontzettend grote apparaat gericht. De terrasjes en winkels zitten namelijk pal naast het kanaal. Als het schip er eenmaal doorheen is, word de loopbrug weer terug gevaren en kan iedereen weer vrolijk over de loopbrug wandelen en kijken naar het smerige havenwater.
De straten van Willemstad zijn niet in alle gedeeltes even netjes aangeveegd. Overvolle prullenbakken en zwerfhonden kom je op elke hoek van de straat tegen. Behalve in de drukke winkelstraten natuurlijk, want daar komen de irritante Nederlandse toeristen allemaal hun camera volschieten.
Helaas voelde wij ons ook een van de irritante toeristen en hebben besloten om een kijkje te nemen in het noorden van het eiland.
Na nog een nachtje te hebben geslapen bij onze vriendelijke zwetende receptioniste, pakte we de bus naar Westpunt (wat overigens ook het noordelijkste puntje is).
Toen ik de hoeveelheid zwarte rook uit de uitlaat van die bus zag blazen, was ik in staat die kofferbak te openen en die arme kolenschepper te bevrijden, maar bij nader inzien zal het ook wel meevallen. We namen plaats in de bus en ik deed weer het plak-je-wang-en-oor-spelletje in m´n eentje. Het was weer eens de moeite waard om naar buiten te kijken op dit eilandje. Niet vanwege de hoge bergen of wilde rivieren die voorbij raasde. Maar het ongelooflijke aantal cactussen op het ongerepte heuvelachtige gebied, de rotsachtige kustlijn met woeste golven die er krachtig tegenaan beukte en hier en daar een 18-eeuws landhuis wat tussen de divi-divibomen opsteekt.
Na een warm, lawaaierig ritje van een half uur kwamen we bij het eindpunt, Westpunt aan.
Voordat ik doorga zwijmelen over de fantastische locatie waar de bushalte was, wil ik even kwijt wat je op de noordkust kan vinden.
Hier is een rotsachtige kust met de zee zo woest dat zwemmen onmogelijk is, dus ook sterk word afgeraden. De steile klippen, die van onder door de jaren heen zijn uitgehold door de krachtige golven, strekken zich honderden meters langs de noordkust uit. Hierdoor zijn op verscheidene plekken gaten ontstaan. Het grootste gat heb ik geschat op ongeveer 4 meter doorsnede. Verder zijn er duizenden piepkleine gaatjes tussen het droog liggende koraal gesleten wat een bruisend en hijgend geluid produceert. Aparte kustlijn dus.

Maar goed, weer terug naar de bushalte waar we uitstapte; We begaven ons op een rotswand van 20 meter die de baai omarmde met daarbovenop vrijstaande droomhuisjes. Beneden een koraalstrand en helder blauw water met rustige golven die er vredig aanspoelde.
Aangezien Curaçao te doen had met een vrij krachtige orkaan een paar weken voorafgaand, was het enige piertje wat aan de baai was aangelegd voor de helft verwoest en op het strand lagen een paar houten brokstukjes van de bootjes die er toen de dagen lagen. Op zich vrij zonde. Maar als je iets voor het eerst ziet in de staat zoals het dan is, is het goed en mooi.
In de baai lagen diverse bootjes, verschillend van kleine vissers bootjes tot aan kleine zeiljachtjes, te dobberen. Dit was echt een leuk strandje op te zien.
We besloten om later het strand op te gaan en eerst even een kijkje te nemen in de straten eromheen. We liepen langs een lichtblauw groot huis met bij het hek een bordje wat aanduidde dat het een soort van restaurantje was. We zagen iemand in de keuken staan en riepen de mevrouw naar buiten om te vragen wat er in de omgeving allemaal was. We waren eigenlijk op zoek naar werk, een slaapplaats of iets moois om te zien.
En de achteraf blijkende Amerikaanse vrouw, wees na de 3 vragen gelijk naar haar oudere buurman van 77 die op zijn knieën in zijn eentje zijn terras aan het bestraten en zijn volledige huis aan het renoveren was. Hij werd geholpen door drie kleine vlugge ventjes die een jaartje of 10 hadden en goed waren voor het lichte werk. We riepen de meneer tot ons en we kwamen maar gelijk ter zake door onszelf aan te bieden als werkzoekende sterke jongens. Na een kleine rondleiding te hebben gehad door zijn prachtige woning op de rotswand pal aan het strand, stelde hij voor om ons hier te laten wonen tegen een paar uur werken per dag. Wind van achter dus. De keuze was vrij snel gemaakt. De volgende dag kwamen we aan met onze backpacks en we begonnen aan een periode die bestond uit snorkelen, van de zon genieten en o ja.. werken, slechts een paar uurtjes per dag. De man zelf kwam van maandag t|m vrijdag van 1 tot 5 even klussen en kijken hoe het eraan toeging. Zodoende hadden wij dit stulpje de rest van de uren volledig voor onszelf. Dat is nog eens vakantie vieren.
Ondertussen al bevriend geworden met de Amerikaanse Sunshine & Dave, hadden we de omgeving al behoorlijk ontdekt. Zo was er bijvoorbeeld een klein strandje verderop waar een duikschooltje zat. Daar heeft een van ons nog een paar uurtjes gasflessen gevuld voor wat echt geld. Dat hadden we zeker nodig omdat we tot nu toe alleen maar geld hadden bespaard en niets hadden verdient. Dit heeft ons best wel in de problemen geholpen omdat we toch echt geld uitgaven aan drank en wat te eten elke dag. Zodoende hielden we weinig over voor een vlucht naar het vaste land.
Met mazzel hebben we na 3 weken een vlucht kunnen boeken voor een knikker en drol via Aruba naar Venezuela.
Als je reist zonder bestemming of tijdslimiet, is een vluchtboeken best een hele opgave. De meest voorkomende vragen zijn bij een reisbureau onder andere, ´Waar wilt u heen´ en ´Wanneer wilt u vliegen´. Wanneer je beide vragen beantwoord met ´doe maar wat..´ , kan het zijn dat de jongedame achter het bureau verward word. In dit geval, doe je verhaal.
Na ons verhaal te hebben gedaan en ondertussen al best een goede band te hebben gemaakt met de leuke jongedame, kregen we het voor elkaar om de goedkoopste eerstvolgende vlucht te hebben naar Las Piedras, noord Venezuela.
Inpakken en wegwezen was het. Leuk eiland maar tijd voor avontuur.


9 reacties

LouisP · 25 juni 2009 op 19:30

R.

flink reisverhaal, volgens mij best wel netjes geschreven.
Op naar het avontuur..grappig.

gr.
L.

Anne · 25 juni 2009 op 21:50

De ironie druipt er hier en daar ergerlijk van af. Niet overal gelukkig. Maar als je die onzin achterwege had gelaten was het geheel een stuk korter, leebaarder, én sympathieker geworden, wat mij betreft. Het is vooral die reisverhaal-opsom-stijl waar je vind ik vanaf moet.

Garuda · 25 juni 2009 op 22:13

Ik dacht, ik zal weer eens een reisverhaal lezen. Alleen naar het zien van de lap tekst, welke voor mij zeer onrustig oogt, ben ik er niet aan begonnen. Helaas kan ik je dus geen reactie op de inhoud geven. Jammer, want ik wilde wel wat meer weten over Curacao.

SIMBA · 26 juni 2009 op 08:16

Hoi Rick, welkom hier op CX!
Ik ben dol op Curaçao dus ik begon verheugd te lezen, maar het gaat niet over Curaçao. Het gaat over jou/jullie, niks mis mee maar de titel doet anders vermoeden.
Verder vind ik het veel te lang en er zitten nogal wat foutjes in.
Maar een kortere versie van jullie avonturen in Venezuela zie ik graag tegemoet!

Mien · 26 juni 2009 op 08:40

Te lang, te vermoeiend, om dit te lezen.
Alsof ik in een vliegtuig zit dat nooit gaat landen.
Schrappen, schrappen, schrappen.
Je schrijft best leuk, maar het is to much.

Mien

Mup · 26 juni 2009 op 15:37

Ik ben het eens met mijn vier voorgangers, herkende niets van het eiland zoals ik dat drie jaar heb mogen ervaren. Welkom op cx, ook een avontuur op zich 😉

Groet Mup

axelle · 26 juni 2009 op 19:19

Welgekomen in Columnx-land!
Axelleeeeee

pally · 26 juni 2009 op 22:52

Je eerste, hier, vemoed ik. Het is al gezegd; te lang(dradig)en ik vind het erg oppervlakkig. Het lijkt of jullie je weinig interesseren voor de sfeer op het eiland en de mensen. Toch zitten er ook leuke stukjes in.
Succes met je volgende,

groet van pally

Rick · 26 juni 2009 op 23:17

Bedankt voor de reacties, ben zelf ook niet tevreden over de lengte natuurlijk, k zal de kritiek tot me nemen. Ik leer er alleen maar van als beginnend amateur schrijver.

En wat het eiland betreft, De sfeer was er ook niet echt heel fijn, noch de mensen. K vond het een ´vakantieoord´.
Niet helemaal mijn ding, ik zal het volgende columnpje over Venezuela wat minder langdradig proberen te doen, zodat het niet een reisverslag word, zoals deze.

Geef een antwoord