Waar is ‘en’ geblevah?
De jonge leraar Nederlands staat te trappelen voor het bord om zijn eerste taallesje te geven aan twintig brugpiepers. “Werkwoorden, jongens en meisjes!” roept hij enthousiast. “Heel makkelijk: regelmatige werkwoorden zijn de doe-woorden die op ‘en’ eindigen! Wie kan daar een voorbeeld van noemen?” Hij kijkt met twinkelende ogen de klas rond, met zijn schoolbordkrijtje popelend in de aanslag om de rijen woordjes die nu ongetwijfeld opgedreund gaan worden op te schrijven. Hij wil het de kinderen niet al te moeilijk maken, deze eerste les.
