Bruinrood zand, tot zover het oog reikt, soms begroeid met duinriet en ghagras, hier en daar wat gabbabossies, doringkapokbossies, sandganna’s en koekemakranka’s. En af en toe een verdwaalde kameeldoringboom, zo uitgedroogd ,dat het lijkt alsof de minste windvlaag de bast, of eigenlijk de gehele stam, zo zou kunnen verpulveren. Niet voor niets is kameeldoringhout het beste hout om een “braaivuurtjie” mee te stoken. Het brandt langer dan rooikrans- of sekelboshout en het levert de beste kolen op. Onder de grond woekert zijn fijn vertakte wortelstelsel tot meters diep, op zoek naar spaarzame verscholen waterreservoirs. De lucht is helderblauw met hier en daar een verdwaald schapenwolkje, waarvan je weet dat het zal oplossen, lang voordat het de kans krijgt om zich als regenbui vermomd, richting aarde te storten.