“Ik ben de juf hier.” zeg ik. “Ik geef Nederlandse les aan een paar Bosnische mensen op de ambassade.”
Er gaan twee wenkbrauwen omhoog. Een verhaal wordt geroken. De man merkt goed dat míjn ijs wél gebroken is en vraagt snel verder, voordat ik misschien weer bevries. Zijn toon is vleiend nu.
“Enne, gaat dat een beetje?” Ik voel mijn gezicht in de gemelijke, weifelende, minzame plooien vallen die bij een Hollands praatje horen en de opmaat vormen voor mijn antwoord.
“Ach,” zeg ik, “Bosniërs zijn niet zo van die cursusbeesten, dus echt vlotten doet het niet. Maar ze vinden het leuk. ‘t Is een aardigheid, meer niet.”
Helemaal vanzelf gaat dat: onze gezamelijke westerse beschaving voor het voetlicht plaatsen door afstand te nemen van die primitieve Balkan. Verraad vermomd met roodwitblauwe schminck.
De woorden werken. De man knikt, lacht een beetje, precies genoeg, en neemt een eensgezinde kauwstilte in acht. Ik duw het dropje naar mijn andere wang.

Dan komt Emina binnen, de huishoudster die regeert over keuken en afwas. Een moederlijk type van een jaar of zestig. Ik vind haar aardig. Ze begroet me hartelijk, en nog voor ze de stoel aan mijn tafel raakt is ons Bosnische gesprek al begonnen.
Ik probeer roddels aan haar spraakzaamheid te onttrekken, word ruimschoots bediend, geef zelf zoveel mogelijk terug, en voor ik het weet hebben we wel veertig volle zinnen geruild. Over de ambassadeur en zijn Iranese vrouw, over de attachee die net met stille trom vertrokken is, over mijn kinderen en hun dubbele nationaliteit, over haar kleinzoon die net zo oud is als mijn Duka. Ik zie de Hollander met grote ronde ogen naar ons kijken, zijn kaken malen net een tikje trager. Raadsels rondstrooien kan ik net zo goed.

Amela steekt haar hoofd om de deur. Lejla , Fatima en Aida willen wel les nu zegt ze in het Engels. Ik sta op, zegt Emina gedag, knik de vreemdeling opnieuw toe en krijg een schuchtere knik terug. Ik been de kantine en zijn leven uit. Hoop maar dat ik iets heb goedgemaakt.

Na mijn lesje doorloop ik met stijgende opluchting de diverse sluisfasen richting frisse lucht. Weggaan is nooit moeilijk. Als altijd lijkt mijn duwkracht tegen de dikke zware deur een te licht ontsluiten te veroorzaken. Elke week denk ik weer dat ik kan toveren, net voordat ik besef dat het vriendelijke pak aan de andere kant de gevangenispoort voor me openzwaait. Vrolijk bedank ik de jongen, zeg gedag, en loop naar buiten.
Ik mag weer naar huis.


8 reacties

arta · 8 januari 2008 op 19:47

Wat een mooie drieluik!
[quote]Verraad vermomd met roodwitblauwe schminck.[/quote]
Deze zin vond ik geweldig!

(Enne….[quote]Ik sta op, zegt Emina gedag, [/quote]
Een t-tje teveel, of lees ik de zin niet goed?)

Mosje · 8 januari 2008 op 20:50

Sloeg jij nou maar eens flink de plank mis, dan kon ik je eens lekker afkatten. Maar nee, altijd mooie stukjes van jouw hand.

pally · 8 januari 2008 op 21:15

Erg mooi weer, dit slot, Anne! Eigenlijk vertel je geen bijzondere dingen, maar de onallerdaagse manier waarop je ze neerzet betovert ze, maakt ze speciaal.
Dit vond ik o.a. prachtig gezegd:

[quote]Ik voel mijn gezicht in de gemelijke, weifelende, minzame plooien vallen die bij een hollands praatje horen[/quote]

groet van Pally

KawaSutra · 9 januari 2008 op 00:53

Een onmiskenbare eigen stijl die het soms wel eens lastig leesbaar maakt. Maar wat kun jij daar vreselijk goed de nuances mee accentueren.

Mup · 9 januari 2008 op 15:51

Eens met Kawa, maar weer een paar prachtzinnen tegengekomen. En het dropje dat je naar je andere wang duwt, maakt het echt echt, die details doen het hem bij jou,

Groet Mup.

Grumpy-old · 9 januari 2008 op 20:00

[quote]Ik been de kantine en zijn leven uit. [/quote]
Als ex scheepskok moest ik bij die zin heel hard lachen . Uitbenen wekt bij mij een heel ander beeld op 😆

Heel leuk drieluik. Fijne verhalen. Je zou zo mijn reisleidster mogen zijn 😉

Greetz
Grumpy

WritersBlocq · 9 januari 2008 op 22:14

Wat kun jij nou níet met woorden? Als ik dit lees, dan word ik zó geïnspireerd. Ik, (k)en mijn zintuigen.
Prachtplaatje weer Anne. Dikke knuf, Pauline.

Anne · 10 januari 2008 op 11:26

DAnk jullie wel voor de reacties! Tja, dat teetje achter zeg, verdraaid….

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder