Een bos met krullen danst soeverein mijn blikveld, dat mijn gezellige straat bestrijkt, uit. Even daarvoor had de brievenbus hol geklepperd, zoals die klinkt als er een pamflet over een vermist poesje op de deurmat ploft. En niet veel later kijkt het krullenkopje mij recht aan, met een ontspannen glimlach in een pose, die ik bij een televisieuitzending van het Chinese Staatscircus ooit zag. “Gratis! Introductie yogales bij de Remonstrantse Kerk op de Laan van Meerdervoort 897” staat er in vette groene geruststellende letters onder haar contortionistische afbeelding. “Gratis!” dat spreekt mij wel aan. “De Remonstrantse kerk….” ook, want dat is bij mij om de hoek. “Introductie yogales” moeten we nog even afwachten, vindt ook mevrouw C., getuige haar opgetrokken wenkbrauwen op mijn mededeling “Ik ga morgenmiddag naar yogales”.

Die “morgenmiddag” maak ik met quasi nonchalante pas in een te krappe sportschooloutfit, die ik verfrommeld in een lang vergeten hoekje van de inloopkast heb opgeduikeld, mijn kerkgang. “Uw eerste keer hier?” vraagt een grijze dame in een degelijk trainingspak mij bij aankomst vriendelijk. Of meewarig, dat kan ook. Terwijl ik antwoord met een timide “Ja”, speuren mijn ogen de tot kleedruimte omgedoopte catacomben naarstig af naar een mannelijke mede aspirant-yogist. Tevergeefs: ik bevind mij in het gezelschap van een ranke ex-ballerina van middelbare leeftijd, een in kleurig lycra gestoken aerobic-instructrice type, de meewarige grijze dame, een aantal herintredende moeders, twee gezellige Surinaamse dikkerdjes en een dijkhuisvrouwtje. Ik raak nog net niet in paniek.

Eenmaal onwennig in de lesruimte wordt mij een opgerold groen stukje rubber ter beschikking gesteld, dat ik op een plekje naar keuze mag uitrollen en er mijn gebleekte Hema-strandhanddoek overheen draperen. Mijn overlevingsinstinct drijft mij naar het hoekje van de zaal dat het verst verwijderd is van de in serene lotushouding zittende lerares, die gemakkelijk mijn dochter had kunnen zijn. Qua leeftijd dan.

Haar welkomstwoorden dwarrelen langs mij, terwijl ik mij voorbereid op het ergste. Het is tijd voor de eerste oefening. Ik plaats mijn voeten desgevraagd op heupbreedte. Ik buig mij voorover en breng mijn handen naar mijn knieёn. Dit gaat mij goed af, moet ik zeggen. Een lichte spanning in de hamstrings, dat wel. Ook voel ik een druk op mijn onderrug, maar dit mag, het ìs tenslotte mijn eerste keer.

Dan voel ik een zachte ondersteuning in mijn lendenen. Het zijn de warme handen van mijn verloren dochter. ”Het is ok hoor, mannen zijn nu eenmaal wat strammer,” lispelt ze bemoedigend in mijn oor. Verbaasd kijk ik vanuit mijn overwinningsroes op. Om mij heen zie ik acht dames gerieflijk voorovergebogen staan met gestrekte knieёn en hun handpalmen op de grond.

Het volgend uur ga ik op ontdekkingsreis – ik ontdek spieren waarvan ik het bestaan nooit eerder had vermoed. En het is een kwelling – al die nieuwe spieren blijken vooral pijnsignalen uit te zenden bij het uitvoeren van onder onschuldige koosnaampjes als “de kat”, “de hond” en “de zonnegroet” gepresenteerde martelmethoden. “Het is ok, mannen zijn nu eenmaal wat strammer” echoot ergens van ver weg in mijn hoofd.

Met een huichelachtig: “Tot volgende week,” neem ik afscheid. Van de quasi nonchalante tred is op mijn terugtocht geen sprake, moeizaam sleep ik mij naar huis. Alwaar mevrouw C. mij, voorspelbaar met een kopje versgezette yogi-thee, opwacht. “En hoe ging het?” vraagt ze belangstellend. “Mwâh, het ging wel. Ik had de oefeningen eerst niet helemaal goed begrepen. En mannen zijn nu eenmaal wat strammer dan vrouwen.” Ze knikt begrijpend. Of meewarig, dat kan ook.


Avatar

Chris

Chris den Daas

2 reacties

Avatar

Mien · 6 april 2012 op 09:26

Ik mis de klankschaal, de wierook en de adenhalingsoefeningen.
Iets te weinig hara, Chris! Was zeker Haagse yoga! 😀

Mien

Avatar

Boukje · 6 april 2012 op 10:00

Ja Mien, het was te minnetjes.

Geef een antwoord