Jean

Waar zouden we zijn zonder het internet. Geloof mij: nergens. Je staat er amper bij stil, maar ooit wisten we niet beter. Toen bestond het nog niet, of was het niet vanuit de behaaglijke huiskamer bereikbaar, maar haal vandaag internet weg en we zijn kreupel. Internet wordt dan wel misbruikt door criminele en terroristische organisaties, ik heb er kort geleden prima baat bij gehad.

Een goede buur

Elke avond voordat Leo in zijn bed stapt zet hij het raam op een kier en gluurt kort naar buiten. Zo ook vanavond, echter, ditmaal keek hij langer dan normaal. Er klonk rumoer op straat. Hij duwde het raam wat verder open en keek nieuwsgierig naar beneden. Er kwamen twee mannen aangelopen, die heftig met elkaar in gesprek waren. Ongure types. Dat beloofde weinig goeds.

Hereniging (wasstraat – aanloop tot het slot)

Ik word ruw heen en weer geschud in het kielzog van een passerende auto. Heeft het leven nog zin? vraag ik mij af. Met draaiende motor op de vluchtstrook van de dijkweg Almere Lelystad staar ik naar de achterlichten tot de duisternis ze opslokt. Het is rustig om deze tijd. Een normaal mens ligt op bed. Knus tegen vrouw of vriendin, man of vriend aan. Op het moment dat de auto opnieuw huivert, ditmaal door een passerende vrachtauto, schiet een inzicht als een dartpijl door mijn maag. Ik krimp ineen terwijl de stem van rattenkop door mijn geest echoot. ‘Ze beweert dat hij het heeft.’ Natuurlijk! De trut, ik had het moeten weten. Wat heeft ze in het heetst van de strijd in mijn auto verstopt?

Demper

Ik maak nogal wat herrie. Goed verklaarbaar maar irritant voor argeloze toehoorders. Een collega die driekwart van de dag ouwehoerend met vriendjes en vriendinnetjes doorbrengt is kwaad op mij omdat ik zelfs op het werk veel herrie produceer. ’s Avonds werpt Elvira menig verstoorde blik mijn richting uit en het volume van de televisie bereikt ongekende hoogtepunten in een poging mij te overstemmen.

Met de billen bloot (wasstraat deel 7)

Langzaam loopt Nettie een rondje om de auto, werpt nog een laatste blik op de zwaar beschadigde neus en verfrommelde motorkap en komt hoofdschuddend naar ons huis gelopen. Ze kijkt mijn kant op, ziet de vitrage waarlangs ik gluur bewegen en ik heb het gevoel in ijspegels te worden ondergedompeld. Ik krimp ineen, duik weg onder mijn warme dekentje, veilige verscholen achter de rugleuning van de bank.