Isis

Plotseling was ze er: de kleine Isis. Toen ik op een nacht mijn licht uitdeed hoorde ik na een korte tijd hoe ze kiezelsteentjes tegen mijn raam gooide. Even dacht ik dat ik het geluid van het druppen van de kraan had uitvergoot in mijn droom, maar na een kwartier van onophoudend getik, besloot ik om polshoogte te gaan nemen.

Traktatie

Na vier lange weken van broedzorg was het dan eindelijk zo ver: het spinnennest was uitgebroken en na een enerverende dag van honderden krioelende pootjes dekte de moederspin haar kroost toe met warm spinrag. Ze waren zo speels vandaag. Vol jeugdige energie hadden ze hun eerste levensdag doorgebracht tussen bomen en struiken. Moederspin had er geen omkijken naar. De hele dag was ze bezig geweest met het opruimen van de vele minieme coconnetjes die haar kroost haar had nagelaten. Godzijdank zouden ze de volgende dag al zelfstandig hun eigen webben weven en zich voorzien in hun eigen levensbehoefte. Voor nu mochten ze nog even onder haar lauweren rusten. Dat was al heel wat aangezien de meeste moederspinnen hun kroost direct na de geboorte al nooit meer terugzagen. Daar konden de mensen nog eens een voorbeeld aan nemen. Achttien jaar hadden ze nodig om zich volwassen te kunnen noemen en zelfs dan wisten ze zich nog vaak geen raad met zichzelf.

Cohabitatie

Bloed stroomde langs de treden. Met mijn handen gleed ik over de stroperige substantie, terwijl ik strompelend verder de trap opkroop. Bij de laatste trede keek ik in weerzin achterom: het beest achtervolgde mij niet langer maar stond nu voor mij. Ik dacht eraan om te vluchten, om nog eenmaal te ontsnappen, maar het enige dat mij te doen stond was hem lijdzaam te volgen naar de kamer der cohabitatie.

Aanmaning

Je beweerde mij te komen bevrijden. Maar waar blijf je? Ik wacht nog steeds. Soms vraag ik me af waar je je verschuilt. Besta je zelfs wel inconcreto? Of moet ik inbinden opdat je eindelijk je gezicht aan me toont? Misschien is dat het. Misschien ben ik te vrij. Ik ben nu eenmaal een erotomaan.

Dichterbij

Ik ben betoverd door de leegte. Het donker verduisterd mijn licht. Ik ben moe van het ademen. Moe van de leegte en moe van het licht. Ijskoud valt de lucht over mijn nietszeggende lichaam.