Ploert
Ik denk aan de morgen en voorzie een leegte. Mijn hoofd gekneusd aan illusies, een laatste illusie minder. Ik geloof er niet meer in; in prinsen en prinsessen. Ik droeg mijn masker als een heer in pak en was een ploert voor mijn vrouw. Ik sloeg haar hersens in stukken en scheurde haar jurk in flarden. Ze was goed voor mij, dat wel, maar ik leerde d’r haar plek.
