Sex

Zijn ogen waren leeg, bijna net zo leeg als de hare. Even dacht ze haar tweelingziel te hebben gevonden. “Hou mij een spiegel voor en ik vertel je wie je bent”, hoorde ze hem zeggen. “Ik haat je, ik haat je maar ik hou van je”. Ze wilde het zeggen, maar in plaats daarvan bestelde ze een nieuw vol glas. Ze praatten over het weer.
“Het onweert buiten”, zei ze.
“Hoe kun je dat nu weten? Ik hoor enkel muziek”.

De dromer/De doder/De dode

Alleen staarde ze over het water. Het dreigende geluid van de woeste golven bracht haar in vervoering. Het was tijd. Eindelijk had ze zich gewonnen gegeven voor de demonen in haar hoofd. Langzaam liep ze naar het klif. De afgrond was eindeloos diep. In extase mijmerde ze een lied.

Oud

Hij was oud. Zo oud zelfs, dat het stof al op zijn lippen stond. Als verzorger deed ik mijn werk naar behoren maar zijn lippen liet ik onaangeroerd. Zoveel had hij toch niet te vertellen en als hij iets probeerde te zeggen dan piepte en kraakte het slechts. “Houd alsjeblieft je lippen op elkaar”, dacht ik dan. ”Je bent stokoud en je hebt vast al meer dan genoeg gezegd”.

De ogendief

Ik vroeg of ik haar ogen mocht lenen. Ze stemde erin toe. Al velen had ik versleten. Met beschadigd netvlies heb ik ze teruggegeven. Ik was kleurenblind totdat ik de ogen van anderen ontdekte. Ik zou een eeuwigheid moeten leven wilde ik door al die ogen kunnen zien. En dus koos ik voor de eeuwigheid. In heldere kleuren, door vreemde ogen. Verder van mezelf kon ik niet afdwalen. Dichterbij zou ik nooit kunnen komen. Ik leerde te zien en het geluid van de schreeuwende beesten te negeren.

Exorcisme

Het is te laat. Het was bij voorbaat al te laat. Traag bewoog ik me door de steeds hoger wordende golven. De atmosfeer was violet van kleur. Het strand was bebloed. Ik vroeg haar nog om niet dieper het water in te gaan. Tevergeefs. Ik had haar kop van haar romp willen trekken. Tevergeefs. Ze stak haar tong naar me uit. Hoe wreed kan een mens zijn?