’n Beetje verliefd

Het is nog lenteklaar zaterdagavond als vriend Ilias en ik naar het busstation fietsen. Hij heeft afgesproken met een paar vrienden en ik mag mee als vriendinnetje van. Eenmaal op de bus lijkt een avondje voor de televisie hangen me het paradijs. De meisjes die de andere jongens meebrachten, zijn stuk voor stuk gemaquilleerde blonde delletjes, die bij het rijden over een drempel het op een hysterisch gillen zetten. Echt, ik probeer een gesprek met hen aan te knopen, maar telkens weer dwaalt het af naar oogschaduw en Vuittonhandtassen. Mijn humeur staat dan ook op pisnijdig als Ilias ineens naast me komt zitten.

Dankjewel, Marokkaanse prins, tot nooit meer

Het is uit tussen ons. Gisteren twijfelde ik er nog aan, maar nu weet ik het zeker, héél zeker: nooit komt dit nog goed. We hebben gehuild tot we geen tranen meer over hadden, gevochten als dolle tijgers en ons onophoudelijk gekweld met het aanhoren van mijn lievelingsliedje, [i]Bleeding love[/i]. Nu was het meer dan genoeg geweest.

Nooit gaat dit over

We hebben net gearmd lopen lachen in de woelige winkelstraten van Antwerpen. Als we naar zijn appartement wandelen is het al donker. Ik neurie zachtjes een liedje, iets wat ik altijd doe als de angst me in de kleren kruipt. Hij vertelt honderduit over de gure typen, griezels en hoeren die hier ’s avonds rondlopen. Pas als ik waarschuwend in zijn hand knijp, houdt hij op en slaat beschermend een arm om me heen. En dan besef ik dat ik niet weet waaraan ik begonnen ben.

Party time!

Het familiefeestje begint om één uur. Inmiddels is het reeds halfelf en ik sta op crashen. Het vriendje zal voor het eerst kennismaken met mijn geliefde familie en ik wil dan ook dat hij een vlekkeloze indruk maakt. Dat bracht de voorbije dagen de nodige stress, huilbuien en impulsiviteit met zich mee. Hij heeft heel wat te verduren gekregen, dat geef ik eerlijk toe. Ik pluk er gezicht afwenden als hij wil kussen, kussens naar zijn hoofd gooien en extreem vroeg slapengaan uit. Ja, waar is hij trouwens?

Hoe kon ze

Ze wil nooit iemand helpen, saboteert de boel liever een beetje, maar raakt kregelig als ze geen helpende hand toegereikt krijgt. Heeft een hekel aan wassen, strijken, vegen, kortom: werken in het algemeen. Wil zij niet, doe ik het. Van liegen heeft ze haar grootste hobby gemaakt; bedriegen strandt op een mooie tweede plaats. En nou wil ze mijn kranten lenen en ik zeg [i]nee[/i]. Voor de eerste keer in mijn leven.