De verkeerde oma.

Generaties lang woont de familie al hier. In dit dorp. Als Sanne het parkeerterrein van het bejaardencentrum oprijdt, weet ze nog steeds niet of ze eerst bij ‘lieve-oma’ of bij ‘ mopper-oma’ op bezoek zal gaan. De oma’s wonen naast elkaar; moeder van mam en moeder van pap.

Tasjesdief

Ik had een rotdag gehad. Iedereen had aan mijn kop lopen zeuren: ouders, collega’s, kinderen en toen ik thuis kwam hadden mijn eigen kinderen ruzie. Lekker dan. Ik had er de pest in, maar toen mijn man voorstelde om even naar de Makro te gaan, zakte mijn boze humeur wel iets. We hadden niet veel nodig, maar mijn man had m’n gemoedstoestand goed aangevoeld: met een vrouw met zo’n humeur kan je maar het beste gaan winkelen.

Zomervakantie: afscheid van mijn leerlingen

Aan het begin van dit schooljaar moest ik haar losrukken uit de armen van haar moeder. Vandaag moest haar moeder haar losrukken uit mijn armen. Ze huilde. “ Ik ga mijn juffie zo missen!” Hartverwarmend, zo’n laatste schooldag. Ik leek wel jarig. Kinderen kwamen op school met cadeautjes. Moeders fluisterden hun kinderen het script haastig in de oren: “Je gaat naar juf, je geeft haar een hand en dit cadeautje en je bedankt haar voor alles.”

Flexibel

Ik ben een flexibel mens. Als anderen dit niet onderschrijven, prima. Zo flexibel ben ik. Laatst nog: ik had een vrije dag en was vast van plan om mijn ramen te zemen. Alles stond al klaar; een emmer met daarin een heet, ontvettend sopje. Meubels aan de kant om erbij te kunnen. De telefoon ging. Een vriendin. Of ik zin had om mee te gaan naar de stad. Kijk, ik hád kunnen denken: “Nee, natuurlijk niet, ik ga mijn ramen zemen!” In plaats daarvan stelde ik onmiddellijk mijn plannen bij en liet mijn ramen in de steek die mij met een troebele blik en een matte glimlach nakeken.

Schrijnend

“Juf, Michelle is gevallen!” Ik kijk op van de schoenveters die ik aan het strikken ben. Een eindje verderop krabbelt Michelle overeind. Haar knie bloedt. Ik ga naar haar toe en zeg: “Zo, jij bent flink! Zó’n schaafwond en jij huilt niet eens!” Ze reageert niet en ontwijkt mijn blik. “Kom, dan gaan we naar binnen om je knie te verzorgen.” Ik wil haar een hand geven, maar ook dit gebaar negeert ze.