Een nacht in maart, 1987.

Van een bord spruitjes ga je toch niet dood?

Een bord spruitjes. Meer was het niet. Ik lustte ze niet, toen ik zestien was. Op die leeftijd vond ik alles gek, vooral wat mijn ouders deden en wat ze niet deden. Thuis was vreemd en het kon me niet schelen. Al een jaar bijna had ik mijn eerste vriendje. Met bijbehorende nieuwsgierigheid, schaamte en bluf.

NOG-stalgie

Een van de dingen die ik heb verleerd toen ik in het ziekenhuis ging werken, is reizen met de bus. Laatst had ik – wederom – afgesproken met oud-collega´s uit de papieren wereld, die intussen allemaal in weer andere papieren werelden terecht zijn gekomen. Een carrière in de verzekeringen is als een bankbiljet, je kunt werkelijk overal terechtkomen.

Aanmoederen

Ik weet niet hoe hij het voor elkaar krijgt, maar als zoon buiten speelt en ik achter de laptop kruip, gebeurt het. In de korte tijd welke mijn laptop gebruikt om op het Internet in te loggen, zendt ze aardstralen uit waarmee ze ook een onzichtbare verbinding lijkt op te roepen met mijn zoon. Digitaal verkeerd verbonden.

Manisch Gefundamenteerd

And the results are….
De eerste meetresultaten van de meetmannen van onze funderingsaangelegenheid zijn binnen.
Had ik nog ergens iets van ijdele hoop bewaard dat het heel, heel misschien allemaal wel zou meevallen met die fundering, gisteren bleek het tegendeel. Het funderingsprobleem verloopt in fases: tot op heden ben ik in de ontkenningsfase blijven steken en ik geloof niet, dat ik er ooit uit wil komen.