Metamorfose (lente)

“Verdorie,” moppert de magnolia. “Vroeger kon ik in maart aan mijn uitlopers voelen of het bloeitijd was. In april mochten mijn knoppen naar buiten, vervolgens was het kleur bekennen en dat duurde tot de meimaand.

Rokjesdag

“Het is toch wat,” klinkt een breekbaar stemmetje ergens beneden mij. “Gisteren was ik verdorie nog beeldschoon. Betoverend. Ik was een lentekoningin. En moet je nu eens zien.”
Onderzoekend kijk ik om me heen, op zoek naar de bron van het geluid, wat plots is gestopt. Nergens een mens te bekennen. Zachtjes knijp ik in mijn arm. Nee, ik slaap niet.

Vóórjaar

“Als je nou van die leuke gekleurde bollen in die gehaakte mandjes doet, nou dan kan het voorjaar zó beginnen”, schalt het uit de luidsprekers van mijn televisie. “Want we zijn nu wel helemaal klààr hoor, met die winter”, voegt de donkerharige schoonheid van het nationale klusprogramma er aan toe.

Roerderig

Ik ben de ongekroonde koningin van mijn oranje bankstel geworden en toch kan ik geen rust vinden. Mijn oren zitten verstopt met proppen latexverf; het slakkenhuis is dolgedraaid van de boor- en schuurmachines.