Keuzes?

Wat zijn dat eigenlijk? Je kiest vaak tussen twee of meer zaken die je niet kent. Althans de consequenties niet. En dan twijfel je en doet maar een gok. Soms heb je achteraf spijt. Maar dat is eigenlijk onzinnig. Want je weet toch nooit precies hoe je niet-keuze zou hebben uitgepakt. Het blijft een dilemma, want kiezen beperkt altijd, omdat het impliceert je ook iets niet kiest.

Linnen sandalen

Op school kun je niet met rubberen teenslippers komen aanzetten, die zijn alleen voor in de vakantie, maar de geruite linnen sandalen doen er niet veel voor onder. Ze geven vroeg in het voorjaar al een echt zomers gevoel.
Bovendien lopen ze zoveel lichter dan onze wintermolières, zijn ook niet zo plomp en jongensachtig en hebben bovendien vrolijke kleuren. We moeten er wel witte sokjes in dragen en vooral de voorkanten daarvan worden heel snel vuil. Echt schoon worden ze daarna eigenlijk nooit meer, ook niet na het wassen.

Sokschoentjes

Vers getrouwd en allemaal nieuw: samenwonen, koken, samen slapen.
Dat laatste en vooral de seks, die dagelijks voorhanden is, wennen het snelst.
Over voorbehoedsmiddelen praten we niet. Op de een of andere manier plannen we niks. Maar blijkbaar zijn we een vruchtbare match, want zonder nog één enkele menstruatie blijk ik al zwanger. Oudere mensen om ons heen noemen dat glimlachend: ‘van de beddenplank af’.

Trouwschoenen

De woning die we gekocht hebben, mijn a.s. echtgenoot en ik, willen we binnen zes weken opgeknapt hebben. Daarna zullen we gaan trouwen.
Een alleraardigst huisje is het, twee onder een kap anno 1910. Er achter ligt een lange smalle tuin met een appelboom aan het eind. In de andere helft woont de koster van de katholieke kerk aan de overkant. Hij heeft een gezin met zes kinderen. Als hij in functie is, en dat is meestal, loopt hij rond in een lang zwart gewaad met opstaand boordje en een hele rij knopen. Een mannetje met een krans witgrijs haar en een hoge stem. Niet onaardig, maar naar mijn gevoel een tikkie gluurderig. Volgens mij vindt hij het net iets te leuk, een ‘jong ding’ van twee en twintig als buur te hebben.

Deursmaak

‘Nee, die cervelaatworst haal ik van mijn brood, die eet ik niet op, moet je proeven, heeft een echte deursmaak’.
‘ Laat maar, getver, ik geloof je wel. Gooien we in de prullenbak, dan maar een boterham zonder wat’.
‘Of kunnen we nog ruilen met iemand die suiker op zijn brood heeft? Misschien proeven ze niks van onze deursmaak’ .
‘Idee’