Colombia (1)

In het vliegtuig op de eerste etappe van mijn onverwachte reis naar Zuid-Amerika leg ik het woord ‘ventje’ neer op het oude meegenomen scrabbleboard. Het raakt de kern van mijn reisdoel. Een donker ventje van zeven met zwarte krullen en een naar binnen gerichte blik werd de beste vriend van onze jongste zoon. Allebei buitenstaander in het dorpsschooltje aan de Linge. De ene uit de Randstad verhuisd, de ander vanuit Colombia geadopteerd. Samen konden ze de wereld aan, die ze zelf bouwden van playmobiel en lego.
Dertig jaar later ben ik met zijn moeder, net weduwe, onderweg om de bruiloft mee te vieren van haar zoon in Bogotà.

Tenalady sings the blues

Het probleem zit hem in de stand tijdens het rijden. Niks aan de hand als ik gewoon op mijn autostoel blijf zitten. Als een redelijk geconserveerde zestiger – dat geloof ik zelf tenminste zonder bril – rijd ik meestal onbezorgd van A naar B.
Maar dan begint het gelazer in de glazen als ik bij B, in het beste geval is dat de thuisbasis, ben aangekomen. Ik zwaai nonchalant het portier van mijn vrolijke Japannertje open. Maar dan, met één been buitenboord, voel ik de bui al hangen daar beneden.

Zichtbaar, voelbaar: onzegbaar

Mijn ochtendloopje langs de dijk op deze vriesmorgen drukt mij met mijn neus op de onhaalbaarheid van het werkelijk uitdrukken in woorden van wat ik voel en zie.
De kleur, de sfeer breekt al snel af tot alledaagsheid op het moment dat je het probeert te beschrijven. Onmacht, die ik wil doorbreken. Het ultieme schrijven. Het toch kunnen.
Bij voorbaat verloren, maar een mooie strijd verliezen is niet erg.

Laat je kisten!

Iedereen gun ik zijn hobby. Maakt niet uit welke. Als je mij er maar niet een feestje lang mee aan mijn oor zeurt, tot in alle details. Leef je uit, zou ik zeggen. Ik ben meestal een verdraagzaam mens. Zeker met een slok op. Vanochtend echter, met een gewone slok thee nog half op mijn tong, spuugde ik hem bijna op de krant weer uit. Ik kon mijn ogen niet geloven.

L u c h t : het grote niets

Lucht, een stukje niks tussen vaste massa. Gebied waar ruimte is om adem te halen. Het maakt dat de aarde, het leven en zelfs de geest niet één aan elkaar gegroeide grote klont wordt, maar een leefbare plek blijft.
Lucht is de eindeloos ogende ruimte boven ons waarin de mensheid sinds haar ontstaan gemakshalve de hemel gesitueerd heeft met alle goden en geesten en doden. Zo heerlijk ongrijpbaar en daarom zo geschikt voor alles wat we niet kunnen bevatten. Een enorme kast om onbegrijpelijke dingen in op te bergen.