Pekelvlees

Wat zie jij wit, zeg! Echtgenoot kijkt me bezorgd aan over zijn kleine kopje koffie.
Jij ook, zie ik opeens.
Dan lik ik aan mijn vingers en wrijf ermee over zijn wang. Het bruin komt streperig te voorschijn. Ik proef aan mijn vingers. Zout, erg zout. We zijn wit uitgeslagen door ons zes keer per dag in de Adriatico onder te dompelen.

Cipressen, violen en ciabatta

Tijdens onze grote ‘Italië-trek’ hebben we geregeld de neiging om in de nabijheid van kerk, klooster of kerkhof de nacht door te brengen.
Het is er rustig, vaak zijn het prachtige plekken en we voelen ons er tamelijk veilig. Het kan best de katholieke achtergrond zijn die meespeelt, maar dan wel onbewust.

Toiletgebouwgebeuren

Campings zijn in mijn optiek het laatste om voor te kiezen. Alle mensen doen daar ongeveer dezelfde dingen en dat wil ik nou juist niet de hele tijd zièn. Maar soms moet er toch weer eens grondig gedoucht worden en de haren gewassen met meer water dan de hoeveelheid van een steelpan. Zo af en toe een nacht, niet aan te ontkomen.

Eetbare reservewielen

Vier dagen op dezelfde plek staan is wennen voor onze blauwe VW-bus, die na een of twee dagen al weer trappelt van ongeduld om verder te zwerven, zoals–ie gewend is. Deze keer luisteren we even niet naar hem. Hij heeft al genoeg zijn zin gekregen de afgelopen weken. Ik loop onaangedaan om hem heen en pluk bittere rucolablaadjes met gele bloemen, die hier zomaar in het wild groeien.

Zondag in San Angelo

Om negen uur ’s morgens zit de loop er al in. Auto’s zo volgepakt met families en spullen dat ze bol zouden staan als ze van elastisch materiaal gemaakt waren. Hele gezinnen strompelen de verweerd stenen trap af beladen met stoelen, parasols, enorme koeltassen, handdoeken en ballen naar de smalle slordige strook rotsig strand beneden. De hoge klanken van het Italiaans kaatsen tegen het water.