Koster, klok en kussen

Het bericht in de kranten onlangs, over een pastoor die trammelant had met buurtgenoten vanwege klokgelui ’s ochtends om zeven uur, deed mij terugdenken aan de tijd dat shoppen nog winkelen en kids gewoon kinderen heetten en opstarten en uitprinten ongetwijfeld als contaminaties zouden zijn weggezet.
In die tijd hadden wij ons als pas getrouwd stel in een villadorp aan de kust gevestigd. Een heerlijke plek, dat zeker.
Hoewel de kale- kak- mentaliteit van een aantal bewoners ons niet erg aansprak.

Vakantie

Het is treurig, nee, ellendig. Tranen springen in mijn ogen. Maar dat kan ook komen door de berg net gesneden uien die voor me op het houten plankje ligt. Het begin van een geurige pan troostende uiensoep. Zout vocht blijft maar doordruppelen over mijn wangen. Ik weet zeker dat het uit, af, verleden tijd is, snif ik hardop in mezelf. Hier is niks meer aan te doen.

Kerktorenkapsel

Aan de overkant van de rivier heeft de kerktoren deze ochtend onverwachts het guitige uiterlijk gekregen van een hippe jongen met kaalgeschoren zijkanten en krullen bovenop. Het zijn de boomkruinen erachter die deze grap uithalen met de strenge plompe toren zonder spits. De langwerpige spleetoogvensters lijken er ook plezier in te hebben.

Gebakken lucht

Als ik achter de pc hang met een gevoel niet te willen opstaan en zomaar wat ga zitten prutsen, heet dat dan verveling? Er zijn genoeg andere mogelijkheden. Boodschappen die ik nodig moet doen. Mensen die gebeld moeten worden. Een dik leesboek dat er op wacht uitgewerkt te worden voor de leesclub. Ik zou zelfs naar de kapper kunnen gaan want mijn kapsel lijkt op een boerentaartje.

Mijn vriendin heeft MS

Als ik de ziekenhuisafdeling oploop waar ze moet liggen, zie ik haar echtgenoot en zoontje aan komen rijden met een rolstoel waarin een schim zit van de sportieve knappe vrouw die ik al een kleine dertig jaar ken. Haar kwijlende mond halfopen. Ik kan mijn ontzetting nauwelijks verbergen.